De belastingdienst heeft te weinig verstand van belastingen

Belastingen

De continuïteit van de belastinginning is in gevaar, staat in een alarmerend rapport. De dienst zal „tegen de muur aanlopen”.

Tjibbe Joustra (links) en Hans Borstlap geven uitleg over hun onderzoek naar de Belastingdienst. Foto OLAF KRAAK/ANP

Het is nog best knap dat twee voormalige topambtenaren in drie maanden tijd een lijvig rapport hebben weten te maken van de gang van zaken binnen de Belastingdienst. Een opdracht die zij in oktober van staatssecretaris Wiebes (Financiën, VVD) hebben gekregen naar aanleiding van de fors uit de hand gelopen reorganisatie van fiscus.

„Het was niet gemakkelijk”, zei commissielid Tjibbe Joustra vrijdag tijdens de presentatie van hun rapport, „om alle nodige documenten te achterhalen.” De Belastingdienst heeft volgens hem van nature „geen goed gedocumenteerd inzicht” in hoe het daar reilt en zeilt. Voorbeeld: verslagen van belangrijke besprekingen worden onvolledig bijgehouden – Joustra: „Er staat lang niet altijd bij wie er bij aanwezig waren” – of worden niet officieel vastgesteld.

Het is tekenend voor een van de conclusies van het rapport van deze ‘Commissie van wijzen’. „Er is binnen de Belastingdienst een informele wijze van communiceren en besluitvorming geslopen die zich niet verdraagt met een professionele ambtelijke organisatie.” Ondanks de gebrekkig documentatie is het Joustra, de ervaren voorzitter van de Onderzoeksraad voor veiligheid (hij leidde onder meer het onderzoek naar ramp met MH17), en zijn collega Hans Borstlap (voormalig lid van de Raad van State) gelukt om een grondige analyse te maken van wat er allemaal misgaat bij de fiscus.

Hun bevindingen zijn niet mals. Het personeelsbeleid, om een paar dingen te noemen, is „onderontwikkeld”. De gemiddelde leeftijd ligt met 53 jaar volgens Borstlap zo’n tien jaar hoger dan bij de rest van de overheid. Juist met het oog op de toenemende digitaliseren van de belastinginning zijn veel jongere, moderner opgeleide medewerkers nodig.

Een al langer bestaand probleem kwam bij de onderzoekcommissie opnieuw voorbij: de Belastingdienst beschikt over „verouderde en fragiele IT-systemen”. En dan, over de top van de fiscus: „De managementstijl van de leiding van de Belastingdienst was niet in balans” en er was „te weinig kennis van de fiscaliteit”. In het afgelopen jaar is een aantal belastingbazen vertrokken, onder wie onlangs directeur-generaal Hans Leijtens. Deze oud-generaal bij de marechaussee zat er pas sinds eind 2015.

Continuïteit in gevaar

Deze bestuurlijke, infrastructurele en culturele gebreken in combinatie met de vorig jaar totaal uit de hand gelopen reorganisatie leiden voor Borstlap en Joustra tot een schrikbarende conclusie: de continuïteit van de belastinginning is in gevaar. En als de Belastingdienst er niet in slaagt om jaarlijks een slordige 150 miljard op te halen, dreigen overheidsdiensten vast te lopen.

Mede door een al te riante vertrekregeling leidde de reorganisatie vorig jaar tot een, ook van cruciale functionarissen voor wie de sanering van het personeelsbestand helemaal niet bedoeld was. Omdat de uitstroom van medewerkers „niet in gelijke mate verloopt en geen gelijke tred houdt met de organisatieontwikkeling” is „de continuïteit van een aantal vitale processen in gevaar gekomen”.

Uiteindelijk maken 5.100 werknemers (van de bijna 30.000 in totaal) gebruik van de aangeboden afvloeiingsregeling. Dat gaat volgens de commissie te hard en te snel. Het was de bedoeling dat er in de periode tot 2020 geleidelijk 5.000 mensen zouden vertrekken, en 1.500 nieuwe medewerkers zouden worden aangenomen.

Niettemin, zo constateren Joustra en Borstlap in hun rapport, wist de Belastingdienst vorig jaar ruim 4 miljard euro meer op te halen bij belastingbetalers dan door het kabinet was begroot in de Miljoenennota voor 2017. „Gelukkig bleef de werkvloer gewoon z’n werk doen”, zei Borstlap. Maar voor de nabije toekomst vrezen de twee onderzoekers het ergste. Als er niks gebeurt, „zal men op afzienbare termijn tegen de muur aanlopen”.

Staatssecretaris Wiebes was niet bij de presentatie van het stevige rapport aanwezig. Hij stuurde vrijdagmiddag al wel vrij snel een kabinetsreactie naar de Tweede Kamer, plus een beloofd voortgangsverslag van de reorganisatie, door hem en zijn ambtelijke top steeds eufemistisch ‘Brede Investeringsagenda’ genoemd. Daarin valt op dat Wiebes zich kan vinden in de conclusies van het onderzoek en van de aanbevelingen. Ook over zijn eigen tekortkomingen schrijft hij deemoedig: „Achteraf gezien heb ik de informele werkwijze rondom de Investeringsagenda onvoldoende gecorrigeerd.” Maar ook dat Wiebes zich minder zorgen maakt over de belastinginning dan de onderzoekers. De staatssecretaris heeft „beheersmaatregelen” genomen en extra geld beschikbaar gesteld voor het aannemen van extra personeel. „Al met al is mijn oordeel dat de continuïteit kan worden geborgd”, schrijft hij aan de Kamer.

Volgens de onderzoekers is er veel meer nodig dan de „paar snelle ingrepen” die Wiebes sinds de zomer heeft gedaan. Borstlap: „Er zijn structurele maatregelen nodig.”

Het laat zich raden dat de Tweede Kamer hier veel meer van wil weten. CDA’er Pieter Omtzigt, die afgelopen jaar zijn tanden in dit dossier heeft gezet, bestelde via Twitter voor volgende week een hoorzitting over de Belastingdienst.