Staat al 60 jaar aansprakelijk voor excessen Indonesië

Indonesië

De weduwe van een vermoorde Indonesische topambtenaar, stelde Nederland al in 1950 aansprakelijk. Met succes.

Na de inname van Yogyakarta in 1948 poseert de regering-Soekarno met de overwinnaar, vlnr Soetan Sjahrir, luitenant-kolonel Van Beek, Soekarno en Hatta. Foto Nationaal Archief

Een rechterlijke uitspraak waarin financiële aansprakelijkheid wordt vastgesteld van de Nederlandse Staat voor misdaden van Nederlandse militairen in Indonesië tijdens de dekolonisatieoorlog (1945-1950) blijkt ruim vijftig jaar lang te zijn vergeten.

In 1953 heeft de rechtbank Den Haag al bepaald dat Nederland wel degelijk aansprakelijk is voor dergelijke misdaden. Het vonnis viel in de zaak-Nasoetion. Die ging om het doodschieten door een Nederlandse militair van Masdoelhak Nasoetion, regeringsadviseur van de Indonesische vice-president Mohammed Hatta. De weduwe Adriana Nasoetion-Van der Have was de eerste nabestaande van een slachtoffer van extreem geweld door Nederlandse militairen in Indonesië die een schadevergoeding kreeg van de Nederlandse Staat. Het ging om een bedrag van 149.000 gulden. Tot nu toe werd gedacht dat de zogeheten ‘weduwen van Rawagede’, nabestaanden van een massamoord aangericht door Nederlandse militairen in het huidige Javaanse dorp Balongsari, in 2011 de eersten waren die een dergelijke schikking kregen aangeboden.

Advocaat Liesbeth Zegveld, die dit proces won, reageert verrast. „ Ongelooflijk dat deze zaak toen al is gevoerd en met dat rechterlijk oordeel het nadien stil is gebleven.” Volgens Zegveld kleurt het vonnis uit 1953 „alles wat we vandaag doen”. „Het verweer dat de Staat in 2009 voerde in de zaak-Rawagede wordt nog verwerpelijker als we dit vonnis kennen.”

Uit een reconstructie door deze krant blijkt dat de Nederlandse Staat in 1950 probeerde de aansprakelijkheid voor de gevolgen van de moord op Nasoetion af te wentelen op de jonge republiek Indonesië. Naar dat land was immers de rechtspersoonlijkheid van Nederlands-Indië overgegaan, zo redeneerde de minister van Oorlog destijds.

De Nederlandse Staat heeft nooit formeel verantwoordelijkheid genomen voor deze moord.