Recensie

Nieuwe koers voor Amsterdam Fashion Week

Geen grote merken meer, geen commerciële namen. De Nederlandse modeweek richt zich uitsluitend nog op jong talent en kleine, onafhankelijke labels.

Das Leben am Haverkamp Foto Peter Stigter

Das Leben am Haverkamp. Foto Peter Stigter

Iris Ruisch, sinds vorig jaar de artistiek directeur van de dertien jaar oude Amsterdam Fashion Week (officieel: Mercedes Benz FashionWeek Amsterdam) heeft een nieuwe koers ingezet: de Nederlandse modeweek richt zich uitsluitend nog op jong talent en kleine, onafhankelijke labels.

Verstandige keuze. De meeste shows van Nederlandse confectiemerken waren weliswaar een leuk feestje voor werknemers, maar als modepresentatie zelden overtuigend. Succesvolle designermerken hebben in Amsterdam weinig te zoeken; Nederland is een kleine markt, en inkopers uit het buitenland doen Amsterdam niet aan. En vooral: het zijn vanaf het begin de shows van jong talent geweest waarmee Amsterdam zich onderscheidde. Internationale modester Iris van Herpen gaf haar eerste shows in Amsterdam, en iedereen die daarbij was, heeft ze nog scherp op het netvlies.

Verrassing na verrassing

De keuze was meteen duidelijk op de openingsavond. Voorheen werd daar een min of meer bekende naam geprogrammeerd. Liselore Frowijn, een jonge ontwerper die behalve in Amsterdam ook in Parijs showt, zou een logische keuze zijn, maar in plaats daarvan stond de avond in het teken van net beginnende ontwerpers, om te beginnen Martan, het nieuwe label (m/v) van Diek Pothoven en Luuk Kruiff. Zij lieten een vrolijk gekleurde collectie zien met uitbundige vormen, zoals wijde broeken die ver van het lichaam stonden, een modieuze roze mannentrui tot de knie met te lange mouwen, broeken en jurken met losse ‘lappen’ eraan en vaak asymmetrische kledingstukken die (deels) bestonden uit brede, of knoopte gevlochten banden. Peter Leferink, docent aan modeopleiding Amfi en echtgenoot van Ruisch, organiseerde een groepsshow met de naam ‘The painting’: alle deelnemers, de meesten net afgestudeerd, toonden elk drie in wit uitgevoerde ontwerpen. Dat wit zorgde ervoor dat de ‘siamese tweeling’- outfits van Sunanda Chandry Koning voor steeds twee modellen prima samengingen met, bijvoorbeeld, de geraffineerde schijnbaar achterstevoren gedragen kledingstukken van Yoko Maja en de stoere protestpakken van Liesbeth Sterkenburg.

#siamesetwins #sunandakoning #afw

Een foto die is geplaatst door Milou van Rossum (@milouvanrossum) op


Het hoogtepunt van de avond zat tussen deze twee shows in: een show van het jonge Haagse modecollectief Das Leben am Haverkamp; genoemd naar de straat waar de werkruimte zit.

Das Leben am Haverkamp. Foto Peter Stigter

De vier leden gaven individuele presentaties. Dewi Bekker liet een mooi uitgevoerde, mannencollectie zien met uitgesproken vormen en vrolijke streepdessins, gedragen door modellen met intrigerende maskers voor hun gezicht. Gino Anthonisse had zijn in zwart, zwart/wit en grijs gehouden mannencollectie afgestyled met fraaie papieren kledingstukken en accessoires, zoals vierkantige jassen en ronde, geplooide hoofddeksels en maskers. Mollige mannen in kleine broekjes van goudfolie, hun verder naakte lichaam versierd met strepen van tape, bewogen zich in de bevreemdende presentatie van Anouk van Klaveren om in dramatische gewaden geklede modellen. Een even geestige als wonderlijke en fascinerende performance. Nog verrassender werd het bij Christa van der Meer, die helemaal geen draagbare mode liet zien. Uit de witte blokken die al de hele tijd als decorstukken werden gebruikt, piepten metershoge opblaaspoppen, van het soort dat je tegenkomt op braderieën en buurtfeesten, maar nu eens smaakvol uitgevoerd en gestoken in kledingstukken met schuine strepen.

Precies het soort verrassing waarop je hoopt tijdens de Amsterdamse modeweek.

Instagram: @milouvanrossum
    • Milou van Rossum