Na Brexit lonken de wereldzeeën

Handelsakkoorden De Britten willen uit de Europese interne markt stappen en overal in de wereld eigen, betere handelsdeals sluiten. Maar dan moeten andere landen wel een beetje meewerken. ‘Dit is nog nooit vertoond.’

Een taxi rijdt in Londen voorbij een gigantische poster waarop een euromunt staat afgebeeld. Foto Facundo Arrizabalaga/epa

Wie op een heldere winterdag vanaf St. Margaret’s at Cliffe over zee uitkijkt, ziet meer dan een dun streepje Frankrijk aan de horizon. In het Kanaal stomen de veerboten richting Calais, beladen met vrachtwagens met Brits lamsvlees, plastic halffabrikaten en andere goederen bestemd voor Europa.

Vanaf de kalksteenkliffen hoor je de galmende klappen van containers die gelost worden in de haven van Dover, vol waar uit de Europese Unie. In de lucht trekken de vliegtuigen over, met aan boord Engelse ondernemers op weg naar Milaan om hun nieuwe fintech-app te verkopen, of fabrieksdirecteuren uit Wales die naar Tokio reizen voor overleg met het hoofdkantoor.

Dit is de Britse economie, die het momenteel goed doet (2 procent groei in 2016, 4,8 procent werkloosheid), in actie. Het is ook een economie die in onzekerheid verkeert. De bestaande handelsregels en -verdragen die zorgen dat snel en probleemloos handel wordt gedreven staan allemaal ter discussie. Dat is het gevolg van de aanstaande Brexit, de EU-uittreding.

Overtuigde ‘Brexiteers’ zien dit als een kans. Eindelijk kan het Verenigd Koninkrijk de ketens afwerpen van de EU, in hun ogen een zinkend schip. „Kolossen bezwijken. Kijk maar naar de Sovjet-Unie en het Byzantijnse Rijk. Britten hebben in het verleden bewezen uitstekend zelfstandig overeind te kunnen blijven”, zegt Andrew Rosindell, Lagerhuislid en een stem op de voor Theresa May belangrijke rechtervleugel van de Conservatieven.

„Het voordeel straks is dat wij onze eigen handelsakkoorden kunnen sluiten en ons niet meer aan regels te hoeven houden die Engeland klein houden. Uiteindelijk is de EU gemaakt om Duitsland voor te trekken.”

Een voorbeeld van een regel die Duitsland bevoordeelt kan Rosindell niet noemen. Rosindell praat graag over het oude Britse rijk en vindt dat de EU de Britten een goede deal moeten gunnen omdat zij in de Tweede Wereldoorlog „de democratie in Europa overeind hebben gehouden”. Hij leeft in het verleden, maar de wereld van Brexit die hij schetst, is de toekomst. Dat bleek uit de toespraak over EU-uittreding die May eerder deze maand hield in Lancaster House.

De Britse regering wil geen lid meer zijn van de Europese interne markt, met alle regels en de bemoeienis van het EU-Hof, maar wenst wel deelakkoorden te sluiten zodat bepaalde sectoren kunnen handelen alsof het Verenigd Koninkrijk nog lid is. Welke sectoren in aanmerking komen is onduidelijk, maar de Londense City, de auto-industrie (Nissan, Toyota, Vauxhall) en de luchtvaartindustrie (Rolls-Royce, Airbus) zijn van belang.

Daarnaast wil May dat het Verenigd Koninkrijk ook uit de Europese douane-unie stapt. Anders moeten de Britten de EU-handelstarieven met derde landen handhaven en kunnen zij geen eigen verdragen sluiten. Maar May wil wel dat Britse producten „zonder frictie” verhandeld worden in Europa, dus zonder controles, zonder wachttijden in havens, zonder heisa over productstandaarden.

Hoe graag Conservatieven als Rosindell ook dromen van een Verenigd Koninkrijk dat de wereld intrekt, de toekomstige handelsverhoudingen moeten eerst geregeld worden. „Laat je geen zand in de ogen strooien. Het handelsverdrag met de EU is het eerste dat telt en zal lange tijd het enige zijn dat telt”, zegt Keir Starmer, die voor Labour het woord voert over Brexit en in het Lagerhuis zit.

„De onderhandelingen met de EU over de toekomstige handelsrelatie bepalen het succes van uittreden.”


Controles aan de grens

De opgave voor de Britten is enorm, zegt, Rem Korteweg, onderzoeker bij de Londense denktank Centre for European Reform.

„Neem die sectordeals. Volgens de geldende regels van de Wereldhandelsorganisatie mag je alleen akkoorden sluiten die betrekking hebben op alle substantiële handel tussen de verdragspartijen. Het lijkt mij niet dat enkele sectoren genoeg zijn aan de eis te voldoen.”

Korteweg noemt een reeks knelpunten. May wil geen rechtsmacht van het EU-Hof, maar de EU zal verlangen dat een toekomstige deal een vorm van geschillenbeslechting kent. „Willen de Britten een instantie optuigen die parallel aan het EU-Hof uitspraken doet? Dat is een ingewikkelde klus.”

Internationale handel is de afgelopen decennia complex geworden. Een Britse auto komt al lang niet meer helemaal uit het Verenigd Koninkrijk. De uitlaat komt bijvoorbeeld uit China, het rubber voor de banden uit Indonesië, et cetera. Nu innen de Britten bij invoer van onderdelen uit derde landen bij de grens importheffing. Het eindproduct, de auto, kan vervolgens vrij binnen de EU verhandeld worden.

Als het Kanaal straks een Europese buitengrens is, moet de douane in EU-landen checken of de Britten correct alle herkomstregels hebben nageleefd en de juiste heffingen hebben gerekend. Korteweg:

„De EU wil niet dat het VK een achterdeur wordt voor bedrijven om vanuit derde landen goedkoop goederen in te voeren. Dus er komen controles. Je kan afspraken maken om ze soepel te laten verlopen, maar het zal nooit zonder frictie zijn.”

Politici als Rosindell wuiven de bezwaren van handelsexperts weg. Die behoren volgens Brexiteers tot dezelfde critici die zeiden dat de Britse economie zou instorten. „Een handelsakkoord met de EU is eenvoudig gezien de mate van afstemming van de afgelopen decennia”, zegt Rosindell. Minister David Davis (Brexit-zaken) hanteert hetzelfde argument: juist doordat de Britse economie zo geïntegreerd is met de EU, is een deal makkelijk.

Een cruciaal onderdeel van een akkoord dat voortborduurt op de bestaande afspraken is ‘equivalentie’. Dat principe gaat ervan uit dat de EU niet eindeloos eisen stelt aan Britse producten en diensten, maar erkent dat de Britten dusdanige kwaliteit leveren en dezelfde normen (geen kinderarbeid, bijvoorbeeld) hebben dat ze te vertrouwen zijn. Het handelsverdrag tussen Australië en Nieuw-Zeeland is op dit principe gebaseerd, net als de afspraken tussen de EU en Singapore en Hongkong, over het leveren van zeer specifieke diensten.

Het voordeel van equivalentie is dat het veel bureaucratie bespaart. Kort na Brexit zal er geen probleem zijn: in de EU en het Verenigd Koninkrijk gelden dezelfde regels. Problemen ontstaan op den duur, als wetgeving uiteenloopt. Als bijvoorbeeld de Franse president strengere veiligheidsregels afdwingt voor vliegtuigvleugels. De Britten hebben dan de keuze: zonder inspraak de nieuwe EU-regels volgen of riskeren dat de Europese Commissie binnen dertig dagen besluit equivalentie in te trekken. In dat geval wordt het voor de toeleveranciers van Airbus ingewikkeld om nog in Wales te produceren, terwijl Frankrijk lonkt.

Al je eieren in het mandje van equivalentie leggen is riskant, zegt onderzoeker Korteweg.

„Op zo’n schaal is het nog nooit vertoond. Dat geldt voor de hele missie van May. Wat zij wil is nooit vertoond. Het is superambitieus en baanbrekend. En het moet in minder dan twee jaar. Dit is de grootste opgave voor het Verenigd Koninkrijk sinds de Tweede Wereldoorlog.”

Zelfs voor handelsakkoorden met Azië, Afrika en Latijns-Amerika kan May niet om de Europese Commissie heen. De EU heeft meer dan vijftig handelsverdragen met belangrijke landen als Zuid-Korea, Mexico en Colombia. Die landen zullen willen weten in hoeverre de Britten toegang zullen houden tot de Europese interne markt. Dat bepaalt voor hen de waarde van een handelsdeal met het Verenigd Koninkrijk. Die gesprekken goed afronden – langs meerdere kanalen – is een extra ingewikkelde taak voor Britse onderhandelaars.

Pas als Brexit een feit is , kan May beginnen aan de missie om Global Britain te worden, een land dat weer als vanouds de wereldzeeën bevaart. President Trump wil wel snel een handelsdeal met de Britten sluiten, maar minister Philip Hammond van Financiën erkende vrijdag dat volgens handelsregels de gesprekken pas kunnen aanvangen na EU-uittreding.

Zelfs dan zal het voor het Verenigd Koninkrijk niet makkelijk zijn gunstige deals te sluiten. De VS zullen beseffen dat zij machtig staan: hun economie is vele malen groter. May weigerde deze week in het Lagerhuis te garanderen dat het land niet overspoeld wordt met Amerikaanse chloorkippen en genetisch gemodificeerd voedsel van de veel efficiëntere Amerikaanse landbouw.

Foto Istock/bewerking studio NRC

Economische schade

Gelijkwaardige deals met kleinere economieën zijn ook niet zonder problemen. May wil graag een akkoord met India en Australië, twee landen waar het land historische banden mee heeft. Maar beide landen zullen verlangen dat visumregimes versoepeld worden: Australiërs en Indiërs moeten makkelijk in het Verenigd Koninkrijk aan de slag kunnen. Dat druist in tegen de plechtige belofte van May migratie te beperken. De Britten waren om die reden tegen een akkoord tussen de EU en India.

Zelfs als de politieke obstakels overwonnen worden, is het voor de Britten moeilijk om akkoorden te sluiten die even gunstig voor de economie zijn als lidmaatschap van de interne markt. Tot die conclusie komt econoom Michele Ruta van de Wereldbank in een recent working paper. Ruta gebruikte een rangschikking van handelsakkoorden. Hoe meer barrières ze slechten, hoe meer regels geharmoniseerd worden, hoe groter de economische waarde. Wat blijkt? De landen waarmee May nieuwe akkoorden wil sluiten, inclusief de VS, hebben doorgaans handelsdeals die veel minder ver gaan dan de Europese interne markt. De schade die het Verenigd Koninkrijk oploopt door uit de interne markt te treden kan waarschijnlijk niet worden gecompenseerd met akkoorden elders.

Grote economische schade lijkt onvermijdelijk, aldus Ruta.

Ook de handel met de EU loopt schade op, blijkt uit de econometrische modellen van Ruta, die van de woordvoerders van de Wereldbank niet telefonisch geïnterviewd mag worden. Een kritische analyse over een politiek besluit van een belangrijke donor ligt kennelijk te gevoelig.

Zelfs als het Verenigd Koninkrijk zo dicht mogelijk bij de interne markt blijft, zoals Noorwegen, daalt de handel in goederen met 12 procent en de handel in diensten met 16 procent, schrijft Ruta. Als de onderhandelingen in ruzie uitmonden en de Britten op de standaardvoorwaarden van de Wereldhandelsorganisatie zaken doen met de EU, daalt de handel respectievelijk met 50 en 62 procent. Grote economische schade lijkt onvermijdelijk, aldus Ruta. Het artikel leest als een advies voor premier May: een bestaan als Global Britain buiten de EU begint in Brussel.