Opinie

Moffel de zetelrace niet weg. Peil! Peil! Peil!

Dat media als NOS en RTL dit verkiezingsjaar bewust terughoudend zijn met nieuws over peilingen, vindt gevaarlijk voor de democratie.

Presidentsverkiezingen VS, 1948. ‘Dewey defeats Truman’ kopte de Chicago Daily Tribune op basis van de peilingen, die Dewey een voorsprong van 5 tot 15 procentpunt gaven. Maar Truman won met bijna 5 procentpunt verschil. De iconische foto van Truman die de krant lachend omhoog hield maakt dit tot de beroemdste peilingmisser.

Nog nooit waren er zo veel, zulke goede en zo consistent uitgevoerde opiniepeilingen als nu. Vijf bureaus – I&O Research, Ipsos, Kantar Public, Peil.nl en EenVandaag – leveren gedetailleerde informatie over de voorkeuren van kiezers. Ze gaan niet alleen over actuele stemvoorkeuren, maar ook over opvattingen met betrekking tot kwesties die spelen. Burgers, politici en media willen daar van alles over weten. Logisch, want zo krijgen ze misschien een eerste indicatie van hoe de Kamer er straks uit zou kunnen zien en wie straks de macht in handen krijgt. Dat is niet alleen spannend for the sake of the game, maar ook leidraad voor concrete beslissingen. Hoeveel ruimte gaat een krant inruimen voor partij X of lijsttrekker Y? Wie nodigt een omroep uit voor een lijsttrekkersdebat? Welke concurrenten zal een politicus aanvallen, en welke doodzwijgen? Peilingen spelen een hoofdrol in zulke afwegingen.

Lees ook wat de NRC-ombudsman schreef: Peilingen mijden? Nee, ze beter leren interpreteren!

Toch deinzen media terug. Gerenommeerde media als NOS Nieuws, RTL Nieuws en diverse kranten willen verkiezingscampagnes niet reduceren tot een horse race. Dat siert hen, want verkiezingen moeten natuurlijk gaan over kwesties. Terecht dat media daaraan veel aandacht willen schenken. Maar dat is nog geen reden om de zetelrace weg te moffelen. Soms is het voor de kiezer zelfs belangrijker hoe partijen er in de peilingen voorstaan dan wat ze precies vinden.

Zo’n situatie deed zich voor bij de Kamerverkiezingen van 2012. In de laatste weken van de campagne toonden de peilingen een nek-aan-nekrace tussen VVD en PvdA. Daardoor trokken beide partijen stemmen van mensen die anders op een andere partij hadden gestemd, maar door op een van deze twee te stemmen invloed wilden uitoefenen op wie er premier zou worden. Kiezers kunnen dankzij peilingen strategisch stemmen. Dat mogen ze, en dat doen ze ook, zij het de ene keer meer dan de andere. Alleen, dan moet de informatie waarop ze hun keuze baseren wel kloppen.

Op zich zijn peilingen een geweldige uitvinding: door een beperkt aantal mensen te ondervragen, kun je in korte tijd vaststellen wat de bevolking ergens van vindt. Maar wat als peilingen ernaast zitten? Dan nemen media, politici en kiezers onherroepelijke beslissingen op basis van onjuiste informatie. Dat kan ertoe leiden dat de uitslag van de verkiezingen geen goede afspiegeling meer vormt van wat de kiezers eigenlijk willen. Dan faalt de democratie.

Peilingen kunnen dus ook gevaarlijk zijn. Niet voor niets verbieden tientallen landen het publiceren van peilingresultaten in de laatste dagen voor verkiezingen. Zulke verboden beginnen wel hun praktische betekenis te verliezen. In Frankrijk bijvoorbeeld wijken kiezers kort voor de verkiezingen al jaren en masse uit naar Franstalige Zwitserse websites om meer te weten te komen over de ontwikkeling van stemvoorkeuren.

Peilingen bevatten altijd fouten. Dat is onvermijdelijk. Relatief makkelijk is de fout die ontstaat doordat slechts een beperkt aantal mensen (de steekproef) uit een veel grotere groep (de populatie) wordt ondervraagd. Die fout kun je uitrekenen of opzoeken in een tabel. Om een idee te geven: bij duizend ondervraagden over een zaak die de populatie fifty-fifty verdeelt, bedraagt die marge ongeveer 3 procentpunt. Hoe kleiner de steekproef, hoe groter de marge.

Dit geldt alleen als de steekproef aan bepaalde eisen voldoet. Zoals dat die aselect is getrokken: iedereen in de populatie moet een even grote kans hebben om te worden ondervraagd. Dat lukt niet, want de lijst van alle stemgerechtigden is niet openbaar.

Bovendien is de bereidheid om deel te nemen aan opinieonderzoek fors afgenomen in de afgelopen decennia, vooral bij mensen die weinig vertrouwen hebben in politiek of media. Degenen die wel meedoen hebben dus andere opvattingen dan degenen die niet meedoen. Daarmee is de steekproef ook nog eens niet representatief. Tot zo ver het wetenschappelijk ideaal van een nette steekproef. Kan niet.

Alle opiniepeilers weten dat en doen hun best om dit te ondervangen, bijvoorbeeld door weging: als een categorie in de steekproef ondervertegenwoordigd is, tel je de antwoorden van degenen uit die categorie die je wél hebt wat zwaarder. Ze laten weinig los over hoe ze dat precies doen. In de praktijk zie je dat sommige partijen het bij de ene peiler altijd beter doen dan bij de andere, terwijl over langere termijn de trend (of een partij stijgt of daalt in de peilingen) bij beide gelijk is. Zo’n verschil wordt vrijwel zeker veroorzaakt door de samenstelling van de steekproef en de toegepaste weging.

Dan zijn er nog minder goed te kwantificeren fouten: mensen die bij een peiling niet voor hun mening uitkomen, bijvoorbeeld omdat ze zich schamen voor hun opvatting of bang zijn voor repercussies. Of mensen die met de mond vol tanden staan als ze de vraag krijgen wat ze zouden stemmen als er vandaag verkiezingen zouden zijn. Ze hebben er niet over nagedacht, er zijn immers vandaag geen verkiezingen. Maar goed, omdat ze hebben toegezegd mee te doen aan zo’n onderzoek, geven ze dus een antwoord. Dat zal geen kilometers van zijn of haar voorkeur vandaan liggen, maar bij een echte verkiezing kan de stem best anders uitvallen. Sommige peilers proberen vat op deze onzekerheid in het hoofd van de kiezer te krijgen door hem meer dan één stem te geven. Kiezers mogen dan bijvoorbeeld 5 stemmen verdelen over partijen die hun voorkeur hebben. Bureaus verschillen in hun aanpak van deze problemen. Media zouden hun berichtgeving kunnen beperken tot die bureaus die volkomen transparant zijn over hun methoden. Tot dusverre wil geen bureau daaraan, dus dan staan de media droog. Voor de burgers lijkt dat in eerste instantie niet erg, want de media zijn geen poortwachter meer. Als een peiler morgen laat weten dat de PvdA vijf zetels omhoog gaat, twittert de hele partij erop los. Het bericht bereikt via sociale media al een miljoen mensen voordat er überhaupt een krant gedrukt is of een journaal is uitgezonden. In een campagne gebruikt iedereen alle informatie die in zijn kraam te pas komt, ook al vergt de nuance meer dan 140 tekens, of is er sprake van regelrecht nepnieuws.

Zo stuurde Thierry Baudet van Forum voor Democratie op 15 januari een retweet van een peiling waaruit zou blijken dat zijn partij op drie tot twaalf zetels kon rekenen, met verwijzing naar de site peiling2017.nl. Die verricht helemaal geen peilingen, maar had wel een tabel op de site staan. Een klassiek geval van nepnieuws.

Juist bij het verschaffen van context en duiding, en bij het doorprikken van nepnieuws, kunnen die media een belangrijke rol spelen – móeten ze een belangrijke rol spelen.

Om het voor iedereen makkelijker te maken biedt de Peilingwijzer een gewogen gemiddelde van de vijf grote landelijke peilingen. Zo’n gemiddelde heeft voordelen: minder extreme waarden, een kleinere kans om de plank faliekant mis te slaan. Maar er zijn ook nadelen: de Peilingwijzer concentreert zich helemaal op de horse race en loopt achter, omdat er ook peilingen van weken geleden meewegen. In tijden waarin de voorkeur van kiezers in enkele weken dramatisch kan verschuiven vertekent dit het beeld.

Des te opmerkelijker is het dat RTL Nieuws de keuze voor welke lijsttrekkers ze wil uitnodigen voor hun finale debat wil laten afhangen van de Peilingwijzer, dus van verouderde informatie.

Peilingen behoren ondanks al hun beperkingen tot de beste middelen om snel iets te weten te komen over wat de bevolking ergens van vindt. Terughoudendheid in berichtgeving erover is daarom niet de juiste weg. Met ruime aandacht voor informatie uit peilingen, inclusief exitpolls gedurende de verkiezingsdag, mét voldoende context en duiding, is de kiezer beter bediend en kan die desgewenst strategisch stemmen.

Uiteraard moet die dan ook uitvoerig worden geïnformeerd over kwesties die spelen en de standpunten van de partijen daarover, maar daar is niemand op tegen.