VVD in defensief in campagne na vertrek Van der Steur

Vertrek Ard van der Steur

De oppositie wilde minister Van der Steur niet meer geloven. Het moest afgelopen zijn. Nuances doen er in campagnetijd weinig toe.

Foto David van Dam

Een onvermijdelijk aftreden, dankzij een mix van eigen fouten en een flinke dosis electorale motieven. De indruk die blijft hangen na het aftreden van minister Ard van der Steur (Veiligheid en Justitie, VVD) donderdagavond: hij had geen keuze. De oppositie wílde Van der Steur niet meer geloven, het moest afgelopen zijn met hem. De verkiezingen komen eraan.

Crux van het politieke drama donderdag was de vraag of Van der Steur de Tweede Kamer expres informatie had onthouden of niet, toen hij in 2015 toenmalig minister Opstelten (ook VVD) hielp met een brief aan die Tweede Kamer. Ze kwamen er niet uit, het debat liep uit op een interpretatiewedstrijd met Van der Steur als verliezer. Hij wachtte het oordeel van de Tweede Kamer niet af en stapte op.

Campagne drong debat binnen

Met nog zeven weken te gaan tot de verkiezingen drong de campagne onvermijdelijk het debat binnen. Soms expliciet, neem wat Geert Wilders zei: „Ik kan niet wachten tot 15 maart. Dat geldt ook voor miljoenen Nederlanders. Hoe eerder dit kabinet van leugens en bedrog weg is, hoe beter.”

De oppositie liet donderdag de kans lopen om Rutte nog preciezer naar zíjn rol in de Teevendeal te vragen. Vrijdagmorgen was onzeker of de Tweede Kamer het debat nog wil afmaken, het stopte plotseling omdat Van der Steur zijn aftreden bekend maakte. Hier speelt mee dat de oppositie snapt dat nóg een debat over dit dossier navelstaarderig kan overkomen. Er is een minister weg, het momentum voorbij.

Voor de campagne geldt dat zeker niet. De schade treft vooral de VVD en dat weten ze. Tegenstanders hebben weer een nieuwe kans Rutte hun favoriete verwijt van onbetrouwbaarheid te maken. De liberalen moeten naar een manier zoeken om zich niet steeds te hoeven verdedigen, maar hun eigen verhaal te kunnen vertellen. Vanmorgen kondigde de partij alweer een Facebook-sessie aan. Gebruikers kunnen vragen stellen aan Mark Rutte en minister Jeanine Hennis-Plasschaert (Defensie). „Er is veel gebeurd deze week.”

De oppositiepartijen proberen dit soort affaires vaak een plan hoger te tillen en dat gebeurde ook donderdag. Het gerommel en gedraai schaadt het vertrouwen van burgers in de politiek, zeggen zij dan. Straks zijn we allemaal aan het campaignen en komen de kiezers naar ons toe, zei GroenLinks-leider Jesse Klaver. „We zijn allemaal één pot nat: wij in Den Haag.”

Vraag is hoe blijvend schade voor VVD is

Alleen, klopt dat wel? Schandalen leveren pas structurele schade voor het vertrouwen in de democratie op als ze „endemisch” zijn, zegt hoogleraar politicologie Tom van der Meer, dus als ze het individu overstijgen en regering én oppositie raken. „Burgers kunnen vrij goed onderscheid maken tussen wat een partij of individuele politicus doet en fouten die in het systeem zitten.”

Van der Meer heeft „geen aanleiding om te denken dat deze Teevendeal op de lange termijn schade oplevert voor het vertrouwen”, zegt hij, al blijft het lastig om zo’n individuele casus te beoordelen. „Als het al effect heeft, zal het hooguit een korte rimpeling van enkele maanden zijn.”

Van der Steur is de zesde bewindspersoon waar het kabinet van premier Rutte afscheid van heeft moeten nemen. Teamchef Rutte mag de eindstreep bijna gehaald hebben, het verloop is nogal groot, al helemaal voor een oud-personeelsmanager. Dat is makkelijk schieten.