Column

Maak ze nou niet gek bij de Belastingdienst

Laat ik geen grap maken over ‘Leuker kunnen we het niet maken, wel makkelijker’. De problemen bij de Belastingdienst zijn er al zo lang dat grappen over deze leus hopeloze cliché’s zijn geworden. Even een korte samenvatting van de meest recente toestanden. Sinds oktober staat de dienst onder curatele van staatssecretaris Eric Wiebes (VVD) wegens een uit de hand gelopen reorganisatie. Een te riant opgetuigde vertrekregeling bleek nogal veel geld te kosten en nogal veel ambtenaren te hebben verleid te vertrekken. Half december stuurde een vereniging van belastingambtenaren een brandbrief de wereld in over de onrust bij de dienst. Kop erboven: „Belastingdienst door het ijs.” In januari vertrok de door Wiebes bij Defensie weggekaapte generaal die sinds 2015 directeur was van de Belastingdienst en de problemen daar moest oplossen. En vrijdag stelde een commissie van wijzen (Hans Borstlap en Tjibbe Joustra) dat door de reorganisatie de continuïteit van de belastinginning in gevaar is. Er gaan simpelweg te snel te veel mensen weg die op cruciale plekken zitten. De vertrekregeling is geen incident, aldus de commissie, maar staat voor een breder probleem: een gebrek aan regie.

De vertrekregeling is geen incident, maar staat voor een breder probleem: een gebrek aan regie.

Dat is nogal wat. We hebben het hier over een grote overheidsdienst waarmee vrijwel elke Nederlander te maken heeft. Er werken 30.000 man (daarvan gaan er 5.100 weg in de reorganisatie), die een miljard euro per dag aan belasting innen. Wiebes kwam de zolder van het belastingstelsel opruimen, zei hij toen hij in 2014 aantrad, nadat zijn voorganger Frans Weekers (VVD) was gesneuveld op problemen met toeslagen. Drie jaar later is daar niks van terecht gekomen.

Makkelijk gezegd, moeilijk gedaan, die zolder. Dat ligt zeker niet alleen aan gehannes bij de dienst zelf. Het ligt ook aan politici. Die kunnen het niet laten belastingvoordeeltjes uit te delen aan zeer specifieke groepen mensen en zo het belastingstelsel hopeloos ingewikkeld te maken. De belofte het stelsel weer eenvoudiger te maken klinkt voortdurend uit de mond van dienstdoende politieke bazen als Wiebes, er komt alleen telkens niks van terecht.

Wie de verkiezingsprogramma’s leest, ziet dat alle politieke partijen weer losgaan op hun favoriete speeltje: belastingcadeautjes en belastingstraf. De lijsten met belastingwensen zijn bij veel partijen lang. Er moet een zorgbonus komen, vindt het CDA, een belastingvoordeel voor mensen die zorg combineren met werk. Er moeten meer toeslagen en belastingkortingen komen voor werkende ouders, vindt de PvdA. Er moet een belasting komen op financiële transacties, vindt de SP. Er moet een werknemersaftrek komen, vindt D66. Er moet een laag tarief komen op gezonde en duurzame producten, vindt 50Plus. Belastingmaatregelen zijn voor politici als taart en patat voor mensen die willen afvallen: je weet dat je het zelden moet doen, maar vaak zit het toch plots in je mond.

Eerlijk is eerlijk, in veel programma’s staat ook: versimpelen, dat stelsel. Minder aftrekposten en toeslagen. Maar dat hebben we vaker gehoord. Een hervorming kost veel geld: er zijn altijd groepen verliezers die tijdelijk moeten worden gecompenseerd. Daaraan geld uitgeven is voor een nieuw kabinet een stuk minder sexy dan investeren in een groene economie. En het wrange is: de Belastingdienst lijkt ook voor zo’n vereenvoudiging nu te kwetsbaar.

Geen partij die zich daar wat van aantrekt. Behalve het CDA. Die partij schrijft: het belastingstelsel moet hervormd worden, maar niet snel, want dat is „niet verantwoord.” Kennelijk heeft juist de partij, die vol trots de belastingtoeslagen waarvan later zoveel ellende kwam mede invoerde, geleerd waarin belastingplannen vaak eindigen. Tranen.

Marike Stellinga is econoom en schrijft elke zaterdag over politiek en economie