Column

Je bent slechts een keten van ervaringen

Het leven van Derek Parfit (1942-2017) was bijna volledig gewijd aan de filosofie. Zijn werk ging dwars in tegen de dominante stroming.

Filosoof Derek Parfit, een innemende excentriek uit Oxford.

Filosoof Derek Parfit was een markante verschijning. Zijn witte haar droeg hij tot op zijn schouders. Hij ging altijd gekleed in dezelfde grijze pakken, witte overhemden en rode stropdassen. Om geen tijd te verliezen aan kledingkeuze, had hij van hetzelfde type kledij meerdere exemplaren gekocht. Met zijn vorsende blik gaf hij gesprekspartners het gevoel dat hij ieder ogenblik een vlijmscherpe opmerking kon plaatsen.

Hij werd geboren in China, waar zijn beide ouders werkten als arts. Een jaar na zijn geboorte verhuisden zij naar Oxford, waar Parfit na Eton geschiedenis ging studeren. Hij kreeg een beurs om zich twee jaar in New York verder te ontwikkelen. Daar kwam hij in de greep van de filosofie, een discipline die zeker toen nog in twee kampen was verdeeld. Zogenaamde continentale filosofen, die zich lieten inspireren door de grote denkers uit Frankrijk en Duitsland en zware thema’s als de betekenis van het leven bespraken, werden door Parfit niet begrepen. Het andere kamp, de analytische filosofie voor wie logica en taalfilosofie essentieel waren, begreep hij wel, maar dat was vaak ‘clever, without saying anything interesting’. Parfit twijfelde of hij de continentale filosofie helderder of de analytische filosofie minder triviaal moest maken.

Hij koos voor het laatste en keerde terug naar Oxford, waar hij meteen een ‘Prize Fellowship’ won aan All Souls, het enige college zonder studenten, waar fellows volledig hun eigen gang kunnen gaan.

Parfit stortte zich op de filosofie met een ongekende passie en intensiteit. Die uitte zich niet in een stroom publicaties, maar in de diepte, door de kwaliteit van zijn bijdragen aan discussies en commentaar op het werk van anderen. Zijn eerste artikel ‘Personal Identity’, verschenen in 1971, behoorde onmiddellijk tot de canon van de filosofie en vormt nog steeds het startpunt van iedere behandeling van dit onderwerp.

Veel filosofen menen dat een persoon een afzonderlijk bestaande entiteit is die een lichaam heeft, gedachten koestert en ervaringen ondergaat. Dit begrip van ‘persoon’ is waar het om draait, wanneer je nadenkt over vragen als wat je met je leven gaat doen en of je gelukkig bent. Volgens Parfit klopt dit niet; persoonlijke identiteit kan worden gereduceerd tot een continue keten van ervaringen die psychologisch met elkaar verbonden zijn, doordat je ze herinnert. Het standaard bezwaar tegen deze psychologische theorie is dat deze definitie circulair is. Immers: je kunt alleen je eigen ervaringen herinneren, dus geheugen vooronderstelt persoonlijke identiteit.

Om deze circulariteit te vermijden is een begrip van ‘geheugen’ nodig dat niet ‘persoonlijke identiteit’ vooronderstelt. Parfit laat in zijn meesterwerk Reasons and Persons uit 1984 met een gedachtenexperiment zien dat er inderdaad zo’n begrip, dat hij ‘quasi-geheugen’ noemt, bestaat. In de toekomst zullen wij ons door het heelal verplaatsen met behulp van teletransporters: apparaten die ons in een oogwenk molecuul voor molecuul transporteren. Stel je nu voor dat je op een dag de teletransporter uitstapt en de bediende je bleek van schrik vertelt dat er iets is misgegaan. Je bent zowel geteletransporteerd naar een andere planeet, als op Aarde gebleven. Je hebt een dubbelganger ergens in het heelal die al jouw herinneringen tot op dat moment met je deelt. Dit ruimere begrip van geheugen, dat dus niet de identiteit van één persoon vooronderstelt, noemt Parfit ‘quasi-geheugen’ en past hij toe in zijn theorie van persoonlijke identiteit.

Dit gedachtenexperiment is typerend voor de stijl van filosoferen van Parfit. Hij verzint situaties om erachter te komen wat nu precies de essentie is van begrippen. Hij ging hiermee dwars in tegen de filosofie van de gewone taal die in de jaren 70 nog dominant was in Oxford. Volgens die stroming moet je juist kijken hoe woorden worden gebruikt in de gewone omgangstaal; dan zal je zien dat filosofische problemen als sneeuw voor de zon verdwijnen.

Ondanks zijn obsessie voor filosofie was de innemende excentriek Parfit geliefd, zowel in Oxford, als in Amerika waar hij meerdere maanden per jaar doorbracht. Zijn enige hobby was fotografie, met als onderwerp onder meer zijn eigen All Souls college. Eén van die foto’s sierde de omslag van een boek van een van zijn collega’s: Finding Oneself in the Other – een titel, zoals iemand heeft opgemerkt, die precies Parfits opvatting vastlegt over continuïteit na de dood.