Column

Immigratie en islam, dát zijn de thema’s

Zo nu en dan kan poëzie me echt raken. De tekst van het nieuwe volkslied bijvoorbeeld, geschreven door vertrekkend Dichter des Vaderlands Anne Vegter haalde het bloed onder mijn nagels vandaan. Het stond donderdag in NRC. Vers één: „Een volk dat rijk werd op het water/ begrijpt wie elders strandt./ De doden zijn niet meer voor later,/ de wereld staat in brand!/ Verwacht j’ ook hulp/, is er een maat aan ’t kwaad,/ als jij het bent die moet vluchten?/ Hollander zijn is een daad!”.

Ik heb het geprobeerd te zingen, hand op mijn hart, maar kreeg het niet uit mijn strot. Allereerst omdat het volstrekt niet op de muziek past. Zo is het onmogelijk om het uitroepteken achter ‘brand’ te zingen, daar gaat de melodie juist naar beneden. De klemtoon van „Hollander” valt verkeerd, en die zin met ‘j’ook’ is ook ritmisch onmogelijk. Verder is het een tekst die uitsluit. Alleen voor Hollanders, niet voor Limburgers, niet voor Achterhoekers. Zondag wordt het – ik verzin dit niet – uitgevoerd door een Syriër, die geen Nederlands spreekt en begeleid wordt door inheemse Syrische instrumenten: de Syrische Oet en de Syrische Sas. Vegter vond het ‘aangrijpend’ dat hij dit voor ons wilde zingen. Ik vind het misbruik maken van een kwetsbare groep. Poëzie als oorlogsverklaring.

De brief van Rutte was deze week wél gericht aan „alle Nederlanders”. Hij maakte zich zorgen over al die mensen die asociaal doen, conducteurs bespugen, afval op straat dumpen. „We voelen een groeiend ongemak wanneer mensen onze vrijheid misbruiken om hier de boel te verstieren.” Ik vermoed dat de VVD nog eens goed had gekeken naar de onderwerpen die kiezers vandaag de dag het belangrijkste vinden. Als je Nederlanders vraagt wat ze het grootste probleem in ons land vinden staat bovenaan het lijstje ‘samenleven’ en ‘immigratie en integratie’. Niet de economie, zorg of bestuur.

Het CDA probeert dezelfde gevoelens aan te spreken met hun radiospotjes. „Waarom mogen die jongens zo brutaal doen tegen de politie?” De verkiezingen in 2010 gingen over de economie. 2012 ging over Europa. 2017 gaat over het ongrijpbare. Gevoelens van ongemak. We zijn een land met vage klachten.

Het worden tenenkrommende verkiezingen: als iets ongemakkelijk is, dan zijn het wel politici die het over vage klachten en gevoelens hebben. Zonder diagnose geen medicijn. De oplossing volgens Rutte „is vooral een mentaliteitskwestie”. Iedereen herinnert zich de ‘normen en waarden’ van Balkenende. Je ziet de debatten voor je. Het enige wat de kijker zich afvraagt is: wat gaan jullie dan doen? Wat stel je voor? En dan blijft het stil.

De grote vraag voor deze verkiezingen is of er een fatsoenlijk debat te voeren valt over immigratie, zonder dat mensen worden uitgemaakt voor racist. Mag je het hebben over overlast van asielzoekers? In 2016 kwam eenderde van de asielaanvragen uit veilige landen als Algerije, Marokko en Tunesië. Er zijn asielzoekers in Weert en Ter Apel die inbraken en diefstallen plegen, die misbruik maken van de asielprocedures en nauwelijks uit te zetten zijn. Mag je zeggen dat je van die types af wil? Of ben je dan een ‘Wilders light’? Ben je ‘net als Trump’ (New York Times over Rutte)?

Nog een vraag: mag je het over islamisering hebben? Over het feit dat op de UvA een IS-apologeet met nogal twijfelachtige onderzoeksmethodes de situatie in het kalifaat bagatelliseert? Mag je de ronduit zorgwekkende ideeën over homo’s, Joden en vrouwen in de Turkse gemeenschap een probleem noemen? Mag je de honderden slachtoffers van terrorisme noemen? En zo ja, mag je dat dan moslimterrorisme noemen?

Rutte slaagt erin het redelijke midden op te zoeken. Het discours uit de handen van Wilders en het Vegter-type poëtische knuffelaars te nemen. Het niet over herkomst maar over gedrag te hebben. Niet iedereen over één kam te scheren, of mensen een ‘plaag’ noemen, maar je wel duidelijk uitspreken. Daarmee begeef je je op glad ijs, maar deze verkiezingen kun je niet anders. Je moet zelf die onderwerpen hoog op de agenda zetten want het staat hoog op de agenda van de kiezers. Wie het niet over de problemen met immigratie en islamisering heeft, is medeplichtig aan de opkomst van een levensgevaarlijke populistische partij.