Interview

‘Ik trok bekken die ik niet kende van mezelf’

Veldrijder Lars van der Haar scheurde een spier in zijn bovenbeen en dacht dat zijn seizoen voorbij was. Maar hij rijdt zondag gewoon het WK.

Lars van der Haar onderweg naar zijn eerste wereldbekerwinst dit seizoen, na een jaar vol blessureleed. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Afgelopen november was veldrijder Lars van der Haar, nummer twee op het vorige WK, er na de zoveelste tegenslag „helemaal klaar mee.” Bij een cross in het Vlaamse Ruddervoorde scheurde hij zijn linkerbovenbeenspier dermate diep in, dat artsen een streep door zijn seizoen zetten. Het herstel zou tien tot twaalf weken duren. En hij was pas net weer terug van een slepende blessure aan zijn hamstring.

Hoe heb je die periode verteerd?

„Ik had nergens zin meer in, dacht alleen: flikker maar op. Op aanraden van mijn nieuwe ploeg ben ik vijf dagen naar Lanzarote gegaan, samen met mijn vriendin. Zij haar fiets mee, en ik aan het zwembad. Beviel best goed eigenlijk. Daarna ben ik gelijk begonnen met revalideren in Antwerpen.”

Je was net ingelijfd door de nieuwe ploeg van Sven Nys, Telenet-Fidea. Dan is een blessure het laatste waar je op zit te wachten.

„Ik had zo’n zin in een nieuw hoofdstuk in mijn carrière. Ik kreeg een mooi contract, een mooi salaris, bij een team dat gericht is op veldrijders. Dan wil je ook wat laten zien. Dus ja, ik voelde wel druk om zo snel mogelijk weer op mijn oude niveau te komen. Maar dat heeft ook met mijn eigen wilskracht te maken. Als er iets vervelends gebeurt, dan ga je gewoon door. Als ik iets heb geleerd van het overlijden van mijn zusje, is dat het wel. Dat heeft me gevormd.”

Hoe haal je daar dan kracht uit?

„Als we samen een hele dag buiten hadden gespeeld, dan zei ze aan het eind tegen me: ‘Zeg maar niet tegen papa dat ik pijn heb gehad’. Goh, wat die allemaal heeft moeten doorstaan. Ze was twaalf toen ze overleed aan kanker, maar ze heeft haar eigen begrafenis zelf geregeld. En ik? Ik was echt zo’n kutjong, altijd mijn ouders aan het uitdagen, vervelend aan het doen. Na haar overlijden was dat over. Waar was ik mee bezig? Daar komt wel een stuk van mijn gedrevenheid vandaan.”

Als je nu tegenslagen doormaakt, helpt zij je er dan weer bovenop?

„Niet bewust. Ieder huisje heeft zijn kruisje, zeggen ze toch? Ik heb veel meegemaakt, en het zou kunnen dat ik dat in mijn onderbewuste inzet om ergens de beste in te willen zijn. Maar het is niet zo dat ik letterlijk aan haar denk als ik weer eens geblesseerd raak.”

Uit het niets won je een wereldbeker, vorige week in Hoogerheide. Verraste je jezelf?

„Het was een strakke wedstrijd, ik reed goed, maar halverwege dacht ik wel: oh ohh, het is nog een half uur koersen, dat is wel erg lang. Al mijn tegenstanders hebben momenteel een betere basisconditie dan ik. Dus voor mij is het een kwestie van extreem diep gaan. Man, ik heb bekken getrokken die ik niet kende van mezelf, vorige week. Maar toen ik dertig seconden voorsprong had dacht ik: oké, dit gaan ze niet meer dicht rijden. Ik heb nog niet vaak zo genoten van een wedstrijd. Mensen juichten weer voor me. Ik had er zo hard voor gewerkt. Het was heel bijzonder. Die wedstrijd heeft mijn seizoen gered, ik heb de mensen nog een glimp van mezelf kunnen laten zien. Dat is voor mij erg belangrijk.”

Welke rol heeft Sven Nys gespeeld in je herstel?

„Een belangrijke, want hij heeft me naar de fysio in Antwerpen gebracht. En Sven is constant positief gebleven, is me blijven motiveren. Volgend jaar komt het sowieso weer goed, zei hij dan, terwijl hij net een geblesseerde renner had binnengehaald. Daar gaat vertrouwen van uit, en dat is belangrijk voor me. Hij is een icoon in de veldrijsport. Van hem neem je dingen aan.”

Je bent in zeven weken hersteld van een spierscheur. Kun je iets over dat traject vertellen?

„Twee keer per week reed ik naar Antwerpen om twee uurtjes oefeningen te doen. De praktijk is gespecialiseerd in spierblessures. Ik moest vooral veel oefeningen doen, ook thuis, waar ik op zolder een fitnessruimte heb. Ze stuurden me dan filmpjes, en die kon ik zelf uitvoeren. Langzaam werd mijn bovenbeen weer beter belastbaar.”

Van der Haar eindigt bij zijn rentree in Heusden-Zolder eind december als 31ste. Maar daarna gaat het snel beter. Bij het NK veldrijden wordt hij vierde. Elke wedstrijd groeit zijn vorm, waar de concurrentie gaandeweg het seizoen minder fris wordt.

Denk je dat je op het WK enige rol van betekenis kunt gaan spelen?

„Het niveau van Wout [Van Aert] en Mathieu [Van der Poel] ga ik niet halen. Ik zit nu op 90 procent van mijn kunnen. Volgend jaar hoop ik weer met ze mee te strijden. Dat kan ik, dat heb ik al laten zien. Ik zou nu blij zijn met een plek bij de eerste vijf. Of ik moet geluk hebben, het blijft een landentoernooi.”

Doel je op het EK veldrijden, eind oktober, dat werd gewonnen door de lachende derde?

„Daar heb ik een grote fout gemaakt door niet voor Mathieu op kop te rijden. Ik heb daar na afloop mijn excuses voor aangeboden. Het kwam voort uit onzekerheid, ik was bang dat ik mezelf kapot zou rijden en dat ik dan mijn eigen kansen zou vergooien. Dat gaat in Luxemburg anders zijn. Als Mathieu zichzelf is, wordt hij de nieuwe wereldkampioen. Daarin heb ik een ondersteunende rol. Op bepaalde momenten mag ik gewoon niet wegrijden, dat is de afspraak. En dat is voor nu prima.”