Hoop is het laatste dat smelt

Pakt u er eerst de rolmaat maar eens bij en meet 66 centimeter af. Maar daar een rondje van, kijk er eens goed naar en stel u dan voor dat die 66 centimeter de omtrek is van uw bovenbeen, van één van uw bovenbenen. Dan krijgt u een eerste idee van hoe het moet zijn om Gary Hekman (28) te wezen.

Of stel u eens voor hoe het is om op je zeventiende plotseling als eerste over de streep te komen bij het Nederlands kampioenschap skeeleren. En dat dan de auteurs van artikelen als ‘Scholier zet inline-elite te kijk’ je komen vragen of je zege een kwestie van inzicht of klasse is, je zeer Gramsbergs antwoordt: „Nee, mazzel.”

Maar stel u vooral voor hoe het moet zijn om een van de sterkste matathonschaatsers van Nederland, wat zeg ik ter wereld te zijn, meervoudig winnaar op de Weissensee – waar Hekman dit weekend het open NK rijdt. Dan zit je elke winter weer je eksterogen te bevoelen, de vacht van de kat te checken en 66 verschillende weerapps te volgen. Want Hekman weet, als er een Tocht komt, heeft hij de benen om ’m te winnen. Dus als het dooit wanneer u dit leest, denk dan ook even aan de mannen als Hekman. Maar hou ook dat oude gezegde in gedachten: hoop is het laatste dat smelt.