Opinie

    • Martijn Katan

Geef je baby pindakaas

Geef kinderen om allergie te vermijden niet te vroeg pap, koemelk, noten of vis, is het standaard voedingsadvies. Maar kinderen die vroeg pindakaas krijgen, hebben juist minder vaak pinda-allergie dan kinderen die pinda’s hebben vermeden.

Ouders hebben talloze vragen over de gezondheid van hun baby, en de wetenschap heeft niet op alles een antwoord. Dan komen dokters en wetenschappers wel eens met een advies dat logisch klinkt maar uiteindelijk niet blijkt te kloppen. Bijvoorbeeld het advies om baby’s vóór de zesde maand geen vaste voeding te geven. Het idee daarachter was dat vroege introductie van pap, koemelk, noten of vis een baby allergisch zou kunnen maken voor de eiwitten daarin. Er waren logisch klinkende argumenten voor, over onrijpe darmpjes die allergene eiwitten laten passeren. Er waren ook wetenschappelijke publicaties in die richting. De industrie zag een markt en ontwikkelde dure flesvoeding met voorverteerde koemelk waar baby’s niet allergisch voor zouden zijn. Ze lobbyden daar energiek voor bij wetenschappers en overheden maar de studies die ernaar waren gedaan rammelden. Sommige deskundigen uitten twijfels of dat uitstellen van vaste voeding wel onderbouwd was, maar het tij was niet te keren. Het advies van de Wereldgezondheidsorganisatie om zes maanden uitsluitend borstvoeding te geven leidde er onbedoeld ook toe dat iedere vorm van bijvoeding verdacht was. Baby’s in de Derde Wereld kunnen beter uitsluitend borstvoeding krijgen, want flesvoeding aangemaakt met besmet water kan een dodelijke diarree veroorzaken. De strijd tegen de flesvoeding liep echter zo hoog op dat sommige borstmelkactivisten alle potjes en poedermelk zagen als verraad. Dat kruisvuur overstemde de wetenschappelijke twijfels over het beste moment om bijvoeding te starten.

Het advies om vaste voeding uit te stellen leidt dus tot méér in plaats van minder allergie.

Vandaar dat moeders al jaren hun best doen om zo lang mogelijk borstvoeding te geven en het eerste hapje uit te stellen. Totdat vorig jaar de eerste grondige experimentele studie verscheen naar het effect van vroeg bijvoeden. Dat werd gedaan bij baby’s die in de familie pinda-allergie hadden, de gevaarlijkste vorm van voedselallergie. Driehonderd van hen kregen tot hun vijfde jaar drie keer per week een pindasnackje of wat pindakaas, de andere driehonderd vermeden alle contact met pinda’s. Het resultaat was spectaculair: van de kinderen die pinda’s hadden vermeden kregen er vijftig pinda-allergie en van de pinda-etertjes maar tien. Die tien hadden zich bijna allemaal niet aan het pindadieet gehouden, bij de trouwe pinda-eters kwam allergie vrijwel niet voor. Het pinda-effect is een paar maanden geleden bevestigd in een tweede experiment. Daar kwamen ook sterke aanwijzingen uit dat kinderen minder kans hebben op ei-allergie als ze al vroeg eieren krijgen. Melk, tarwe en vis zijn nog onvoldoende onderzocht, maar het zou me verbazen als het daar anders ligt. Het advies om vaste voeding uit te stellen leidt dus tot méér in plaats van minder allergie.

Als je met de kennis van nu terugblikt op de studies van de laatste dertig jaar waren er altijd al aanwijzingen in deze richting, maar wat ontbrak waren grote, goed gecontroleerde experimenten. Het vereist grote ambitie, jarenlange inzet, en veel diplomatie en hard werken om zo’n experiment met succes uit te voeren. Vandaar dat dergelijke experimenten zeldzaam zijn, maar als ze eenmaal zijn gedaan en het antwoord is duidelijk, dan capituleert de conventionele wijsheid. Vandaar dat de adviezen voor bijvoeding aan het bijdraaien zijn. Maar dat gaat langzaam, en de baby’s van nu kunnen er nog niet van profiteren.

Uiteindelijk komt er een happy end aan het voedselallergie-verhaal, maar bij voedingsvragen kan het lang duren voordat de doorslaggevende studies gedaan zijn.

Baby’s met pinda-allergie in de familie, of bij wie gebleken is dat ze al allergisch zijn, moeten natuurlijk niet zomaar thuis pindakaas krijgen, dat kan gevaarlijk zijn. Maar voor de meeste baby’s gaan we denk ik naar een situatie waarin ze vanaf 4 maanden wekelijks 100 gram yoghurt krijgen, plus vanaf 20 weken een hardgekookt ei en drie theelepeltjes gladde pindakaas. Dat wordt een klus voor jonge ouders. Je moet uitkijken dat de baby zich niet verslikt (ei goed fijnprakken!), je bent al zo uitgeput, en moet dit er dan nog bij? Nee, niets moet, maar allergie is een vervelende aandoening die nooit over gaat, en pinda-allergie is gevaarlijk en in zeldzame gevallen dodelijk. Waar blijft de babyvoedingsfirma die de actieve bestanddelen uit pinda, ei, koemelk, vis, tarwe en sesamzaad opzuivert en er een papje van maakt dat je moeiteloos drie keer per week kunt geven? Ik vrees dat we moeten wachten op een jonge startup die onbelast door de conventionele wijsheden van de vorige eeuw gewoon allergiehapjes gaat produceren in zijn keuken.

Uiteindelijk komt er een happy end aan het voedselallergie-verhaal, maar bij voedingsvragen kan het lang duren voordat de doorslaggevende studies gedaan zijn. In de tussentijd moeten we als wetenschappers onze hand niet overspelen. Kunnen foute voedingsadviezen voorkomen worden? Dat kan als wetenschappers zich houden aan Wittgensteins uitspraak: Wovon man nicht sprechen kann, darüber muss man schweigen. (‘Waarover men niet spreken kan, daarover moet men zwijgen’.) Als ouders met vragen komen waar we geen solide antwoord op hebben moeten we luid en duidelijk zeggen: ‘dat weten wij echt niet.’

Martijn Katan is biochemicus en emeritus hoogleraar voedingsleer aan de VU Amsterdam. Reacties: wetenschap@nrc.nl of facebook.com/martijnkatan. Voor bronnen zie mkatan.nl.

    • Martijn Katan