De Friezen binden - voorlopig voor het laatst - nog even de schaatsen onder

Jong en oud vermaakten zich vanmiddag in Friesland op natuurijs. “Dit is de laatste dag dat het kan.”

Schaatsers trekken hun voorlopig laatste baantjes Foto ANP / Piroschka van de Wouw

Een schraal winterzonnetje kleurt het ijs op de Lytse Mar bij Earnewâld haast zwart. Slechts enkele schaatsers zwieren er over de gladde ijsvloer van het bevroren meer. Folkert van der Veen heeft er een tochtje op zitten. Zijn zoontje Jelte (3) trok hij op een sleetje achter zich aan. „Hij vond het prachtig en zou nog wel uren door willen gaan”, zegt de Burgumer. Zijn vrouw Margreet en hun dochtertje Lisanne (rose overall) komen even later aan schaatsen. Het meisje heeft voor de eerste keer haar streken op het ijs gezet, vertelt haar moeder. Het gezin nam vandaag vrij. „Je weet niet wanneer je weer op natuurijs kan, dus we offeren de hele dag op aan het schaatsen.”

Vrijdagmiddag bonden nog tientallen Friezen de schaatsen op diverse plekken in de provincie onder. Zoals de 80-jarige Durk van der Meer uit Burgum, die op klompen naar de ijsvloer van de Lytse Mar liep. „Mijn zoon zei dat het ijs hier mooi was. En nu kan het nog. „Dit is de lêste dei dat it kin.” (“Dit is de laatste dag dat het kan”).

Clara Riemersma (64) en Grytsje Mulder (65) uit Opeinde zitten op een van de houten stoelen aan de kant. „Wij hebben net anderhalf uur gereden. Heerlijk! Als het vriest begint het te kriebelen en als er ijs ligt willen we er op”, vertelt Clara Riemersma. Haar beppe (oma) haalde haar vroeger al op uit school om het ijs op te gaan. „Onze kinderen en kleinkinderen schaatsen ook. Het zit in de genen.”

Veel schaatsers voor het eerst

De Ryptsjerkerpolder bij Ryptsjerk is vaak een van de eerste plekken van het land waar geschaatst kan worden op natuurijs. De zomerpolder ligt ’s winters onder water en dat bevriest snel. Vrijdagmiddag kwamen er tientallen mensen naar toe. Velen voor het eerst, zoals Nynke Spijksma (28) uit Leeuwarden. Ze heeft zo’n 4,5 jaar geleden voor het laatst geschaatst, vertelt ze met haar Noren in de hand. „Ik heb gegoogeld waar het ijs nog vertrouwd was. Dat was hier, dus ik wil er nog even van profiteren.” Na twee rondjes zit ze in het gras. „Ik heb kramp in mijn voeten. Daar was ik al bang voor. Mijn moeder brengt zo schaatsen die meer stevigheid geven aan de enkels.”

Keimpe Wagenaar (65) uit Wirdum („ik ben een oer-Fries”) heeft 30 rondjes geschaatst, vertelt hij als hij zijn schaatsen uittrekt. Hij rijdt twee keer per week met een schaatsploeg. „Ik kan met de beste toerrijders mee komen.” De slanke zestiger in zwart pak draagt een helm en overschoenen over zijn schaatsen. „Dat houdt de kou tegen. Ik heb ook een winddichte onderbroek aan. En dit jasje”, zegt hij als hij op zijn jack wijst, „kost 170 euro en bestaat uit drie delen stof.” De kwaliteit van het ijs valt hem tegen. „Hopeloos. Veel bomijs, bobbels op het ijs. De eerste vijftien rondjes moest ik recht op rijden, anders raak je uit balans. Nee, in de Jan Durkspolder bij Earnewâld was het ijs veel beter.”

Ineke Bergsma (23) uit Surhuisterveen en Wytske van der Veen (22) uit Veenklooster stapten deze winter voor de eerste keer op het ijs. „Op natuurijs schaatsen vinden we het leukst. Dat heeft meer sfeer; in een ijshal is het te druk.” Het ijs kraakte een beetje op het achterste deel van de polder, vertellen ze. „Maar dat kan ook komen omdat we te langzaam reden.” Maar, zoals veel ijskenners weten: “Krakend ijs is goed ijs.”