Een weg waarlangs niemand terugkeert

Winterreis

Opeens lijkt Schuberts Winterreise alleen nog maar te gaan over dood. ‘Daar gaat mijn vriend, hij zwerft van ons weg door een bevroren wereld.’

Foto Georgios Kefalas/EPA

Ineens was het zo. Hij had te horen gekregen dat er tumoren, op verschillende plaatsen –. Hij had de termen gehoord, de fases, de prognoses. Maar hij was nog diezelfde man van altijd, die zich niet kon voorstellen, van wie wij ons niet konden voorstellen, dat hij zou gaan sterven. Hij niet, nog lang niet.

Maar hij dus wel. Dat de schikgodinnen hun vingers naar hem hadden uitgestrekt dacht ik bij mezelf, ik zag hem zitten, in de zon, maar in die zon was iets grauws gekomen, een schaduw. Alsof ik naar een foto keek waar iemand een filter overheen had gelegd. Een grauwfilter. Alsof er donkere vogels over hem heen vlogen, schimmen hun handen uitstrekten – welnee.

Zo is het niet. Je zit met iemand in de huiskamer en je praat over wat je niet begrijpt, en in dat praten komen woorden voor als ‘tumor’, ‘opgezet weefsel’, ‘chemokuur’, ‘cytostatica’, ‘biopt’ en al die andere termen die mensen ineens tegen elkaar gebruiken alsof ze gewend zijn over lichamen te praten als afstandelijke beschouwers en ze niet langer de vanzelfsprekende bewoners van hun lichaam zijn. Het zijn nuchtere, en ook wel vervreemdende gesprekken, want ze houden alles op afstand.

Maar zodra je weer thuis bent en aan je vriend denkt, denk je niet aan te snel delende cellen.

Onlangs hoorde ik twee keer Franz Schuberts Winterreise, beide keren met, brutaal, een arrangement erbij voor strijkers, de eerste keer was er zelfs een hobo bij. The Northern Consort had een eigen arrangement gemaakt en tenor Marcel Beekman zong. Dat was prachtig. En de woensdag daarna zong de Duitse tenor Daniel Behle in het concertgebouw de Winterreise met het Oliver Schnydertrio: een piano, een viool, een cello.

Dat was verpletterend.

Sommige mensen zullen het heiligschennis vinden. De Winterreise is mooi genoeg zoals hij is met alleen piano, je hoeft daar niets bij te verzinnen. Dat is waar. Maar in gedachten hoor ik steeds Daniel Behle zingen „Krähe, wunderliches Tier” met een goede pauze na het bijna schel gezongen woord ‘Krähe’, en in die pauze geeft de viool een kras.

Het is winter, een man loopt weg van het dorp waar hij gelukkig was.

„Fremd bin ich eingezogen, fremd zieh’ ich wieder aus.”

Ach ja, het is romantisch allemaal, zijn liefje heeft hem weggestuurd, ze vindt nu een ander aantrekkelijker en hij ziet geen uitweg dan maar op goed geluk de wijde wereld in te trekken, waar alles toegevroren is en niets meer lijkt te spreken van het leven dat hij leidde. „Ik zoek vergeefs in de sneeuw het spoor van haar voetstappen.” Hij is een man die een groot verdriet in zich omdraagt en er niet om getroost wil zijn: het in zijn binnenste als in ijs ingevroren beeld van zijn geliefde mag niet smelten: Schmilzt je das Herz mir wieder,/ Fließt auch ihr Bild dahin! Met het verdwijnen van het verdriet zou ook de liefde verdwijnen.

Behle zingt het alsof iemand in zichzelf overlegt en terugschrikt voor de consequenties van verbetering – verbetering is verslechtering, want verlies.

Wat was het in deze uitvoering waardoor de nogal snikkerige jongeman steeds meer veranderde in een beeld voor iemand die gaat sterven?

Er is in de tekst aanleiding en aanwijzing genoeg, daar niet van, maar het geheel klinkt meestal vooral romantisch: als jij me niet wilt, ben ik liever dood.

Nu niet. Nu klonk het muziekstuk niet romantisch, maar gaf het precies dat wat nodig was: een uitbeelding in klank en taal van iets dat te groot en te zwaar is om te begrijpen. Dat iemand die levend voor je zit, toch al is vertrokken. Hij heeft ons dorp verlaten en is de winter in gegaan: daar gaat hij.

Daniel Behle – een 42-jarige tenor die veel verschillend repertoire doet – zingt, misschien zou je moeten zeggen: vertelt, de tocht van de jongeman als het einde van de levensreis, meer dan als liefdesverdriet. Bij hem gelooft de verteller helemaal niet dat het anders wordt of goed komt. Hij volgt een dwaallicht, dat weet hij best, maar waarom zou hij niet, het hele leven is een spel van dwaallichten en uiteindelijk kom je toch bij het doel.

Elke stroom loopt uit in zee.

Het klinkt berustend en onthecht, en de cello doet een paar streken die er iets kouds en snijdends onder zetten – het is geen vredige berusting maar eerder een wat bitter weten.

We zeggen graag dat goede kunst steeds weer nieuw is, maar lang niet altijd ervaren we dat werkelijk zo. Kunsten die geïnterpreteerd moeten worden, zoals zo’n liederencyclus, maken het makkelijker om ze ‘als nieuw’ te horen. Maar zelfs dan gebeurt er vaak niet zo veel. Deze keer wel.

Ineens hoorde ik zinnen die altijd gezongen werden maar die me nooit zo bereikten: „Eine Straße muß ich gehen,/ Die noch keiner ging zurück”. Wat dat voor weg is, weet iedereen. De plaats vanwaar niemand nog terugkeerde, het huis met een ingang maar zonder uitgang, daar gaat die weg naartoe.

En daarvóór heeft Behle al gezongen, zó dat het je door de ziel snijdt, dat hij zo mateloos zo rusteloos moet zwerven: „ohne Ruh’ und suche Ruh’”. Ach het klinkt zo verlangend.

Dat iemand moet sterven, wordt op geen enkele manier beschreven door over medische details en behandelingen te spreken, hoe belangrijk die ook zijn. Ze beschrijven feiten en mogelijkheden, maar komen niet in de buurt van de gevoelswaarheid. Die speelt zich af in verhalende beelden.

Daar gaat mijn vriend, hij zwerft van ons weg door een bevroren wereld. Een kraai krast boven zijn hoofd.

En uiteindelijk ziet hij hém staan, die vreemde oude man, blootsvoets op het ijs, een beetje wankel, je hoort het ook in Behles stem. De oude man speelt zijn draailier, steeds weer hetzelfde deuntje. Mijn vriend ziet hem. Hij vraagt: „Wunderlicher Alter! Soll ich mit dir geh’n?”

Zijn vraag verijlt wat. En nog ijler klinken zijn laatste zinnen:

Willst zu meinen Liedern/ Deine Leier dreh’n?”

En dan is het stil.

Daniel Behle: Winterreisen op Sony Classical: eenmaal de originele versie en eenmaal de uitvoering met het Oliver Schnyder trio. Die laatste versie is ook via Spotify te beluisteren.