De vrijwilligerwil helpen, maar het moet ook iets opleveren

Vrijwilligerswerk

Bijna de helft van de Nederlanders doet wel eens onbetaald werk. Hoe houden organisaties hun vrijwilligers tevreden? En wat kunnen ‘gewone’ bedrijven daarvan leren?

Vrijwilliger Said Soufi. Foto Mieke Meesen

Als twintiger werkte ik zes jaar lang als vrijwilliger voor De Kindertelefoon. Ik heb in die jaren honderden kinderen te woord gestaan, als trainer tientallen nieuwe vrijwilligers opgeleid, en als ambassadeur op vele basisscholen gastlessen gegeven. Allemaal onbetaalde functies die me gemiddeld zes tot tien uur per week kostten, maar het waren onbetaalbare ervaringen die me voor de rest van mijn leven hebben gevormd. Het feit dat de leidinggevenden de namen van mijn ouders onthielden, of bij werk in de avonduren altijd zelf een heerlijke maaltijd voor ons kookten, maakte dat ik me gewaardeerd voelde en jarenlang geen afscheid van het werk wilde nemen. Ik was bovendien niet de enige.

Zulke loyaliteit heeft alles te maken met goed werkgeverschap. Want als loon geen rol speelt, moet je vrijwillige werknemers op een andere manier tevreden houden. Hoe doe je dat?

„Iedere vrijwilliger heeft een eigen motivatie”, vertelt Lucas Meijs, hoogleraar vrijwilligerswerk aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. „Goed werkgeverschap betekent daarom maatwerk. De truc is in de gaten hebben dat niet iedereen voor hetzelfde komt. Ga er bijvoorbeeld niet vanuit dat jongeren altijd vrijwilligerswerk doen om aan hun carrière te werken, en dat ouderen daar per definitie geen interesse in hebben.”

Meijs noemt vier redenen waarom mensen tijd steken in onbetaald werk. Vanuit de wens anderen te helpen en je zinvol te voelen, bijvoorbeeld. Of vanuit een ‘vrolijk’ plichtsbesef, omdat het past bij het sociale netwerk waarin je je begeeft – denk aan de vaders en moeders die meegaan tijdens schoolreisjes. Anderen doen het vooral vanwege hun persoonlijke ontwikkeling: om nieuwe vaardigheden op te doen en zo meer kans te maken op die ene baan bijvoorbeeld. En tot slot is er nog een groep die het werk vooral doet om persoonlijke redenen, bijvoorbeeld omdat het thuis zo eenzaam is. Een goede werkgever weet volgens Meijs snel in te schatten waar een vrijwilliger voor komt, en stelt hem of haar tevreden door rekening te houden met deze wensen.

Af en toe een borrel

De wensen en beweegredenen van vrijwilligers zijn in de loop der jaren wél wat veranderd, weet Brigit Nieuwberg, regiomanager bij De Regenboog Groep in Amsterdam. De organisatie, waar ze inmiddels dertien jaar in dienst is, telt 150 betaalde krachten en zo’n 1.000 vrijwilligers die daklozen, verslaafden, mensen met chronische armoedeproblemen of een psychiatrische achtergrond ondersteunen. „Het is nu moeilijker om mensen aan je te binden dan tien jaar geleden”, zegt Nieuwberg. „Er is steeds meer keuze op het gebied van vrijwilligerswerk, de arbeidsmarkt trekt weer aan en mensen willen zich niet te lang vastleggen.”

De vrijwilliger anno nu is meer berekenend, vertelt ze. „Hij wil helpen, maar denkt tegelijkertijd ook na over wat dat hemzelf oplevert.” Niet erg, vindt Niewberg, maar het vinden van geschikte vrijwilligers vraagt daarom wel om een andere benadering. „Vroeger waren we luier: de vrijwilligers kwamen toch wel. Nu moeten we ze actiever benaderen, en bepalen we in overleg hoelang iemand zich wil binden, en wat hij werkelijk wil bereiken.”

Scholing blijkt daarbij een populaire motivatie. Mede daarom heeft De Regenboog Groep inmiddels een speciale academie opgezet, waar de vrijwilligers hun eigen ontwikkelingstraject kunnen samenstellen: van masterclasses over eenzaamheid, tot trainingen over vrijwilligerswerk. Maar alleen scholing als beloning voor vrijwillig werk is niet genoeg, weet Nieuwberg: „Onze organisatie drijft op vrijwilligers, dus het is belangrijk dat ze zich gewaardeerd voelen. Los van die scholing drinken we daarom ook af en toe een borrel samen. Bovendien krijgen onze vrijwilligers veel inspraak. Zij beslissen samen met ons over de toekomst van De Regenboog Groep.”

Lage kosten, duidelijke baten

Volgens hoogleraar Meijs kunnen bedrijven zelfs veel leren van de manier waarop vrijwilligersorganisaties omgaan met hun personeel. Wie betaald werk doet, constateert hij in zijn proefschrift uit 1997, ‘onderwerpt’ zich ook aan een organisatie in ruil voor een salaris. Bij een vrijwilliger is er van een financiële beloning geen sprake, maar worden de kosten die hij of zij maakt zo laag mogelijk gehouden en de baten expliciet benoemd.

Meijs: „Zoveel vrijwilligers, zoveel motivaties, dat geldt eigenlijk ook voor betaalde krachten. De ene werknemer wil het milieu redden, een tweede ziet een baan als mooie opstap naar een volgende, en een derde komt graag vanwege het leuke team en de goede koffie. Die drijfveren moet je als werkgever bespreken, zodat je werknemer zich gezien voelt.”

Onderzoeken naar werktevredenheid tonen bovendien vaak dat werknemers gelukkig worden van veel zelfstandigheid. Maar hoe ben je als baas zeker dat je mensen doen wat je van ze verwacht, zonder dat je de zweep erover hoeft te leggen en ze bang van je worden? Ook daar deed Meijs onderzoek naar. „Vrijwilligers bewijzen dat je op die autonomie kunt vertrouwen. De enige kanttekening is dat mensen doen wat ze zélf relevant vinden, en niet altijd wat jij als baas belangrijk vindt. Als een vrijwilliger met liefde een uurtje per week koffie drinkt met een eenzame stadsgenoot, betekent dat niet dat hij ook bereid met een collectebus langs de huizen te gaan.”

De boodschap voor bedrijven is volgens Meijs daarom: beschrijf precies wat je van je werknemer verwacht, zorg dat hij dat zelf ook snapt, en laat hem daarna vrij. Net zoals je met vrijwilligers doet.

Said Soufi (38)

Said Soufi werkt nu een half jaar bij WZH Nieuw Berkendael, een woonzorgcentrum voor mensen met niet aangeboren hersenletsel. Als vrijwillig kok kookt hij daar elke zondag voor tachtig mensen. Op vrijdag kookt hij voor daklozen via de kerk. Gemiddeld besteed hij hier elf uur per week aan.

Reden? „Ik ben nu anderhalf jaar in Nederland. In Syrië was ik slager en barbecuechef in vijfsterrenhotels, in Nederland moest ik opnieuw beginnen. Eerst verveelde ik me. Ik wilde dan ook niet wachten tot ik gevraagd werd te werken. Door het koken heb ik nieuwe vrienden gemaakt en leer ik de taal. Maar boven alles wil ik iets teruggeven aan Nederland. Mijn gezin is hier, ik ben veilig en ik kan werken, al is het vrijwillig. Ik hoop dat ik snel een betaalde baan vind.”

Tevreden? „Het feit dat WZH mij de kans heeft gegeven om voor hen als kok te werken, is genoeg. Daardoor voel ik mij welkom en dankbaar.”

Vrijwilliger Shaira Malawauw. Foto Mieke Meessen

Shaira Malawauw (25)

Shaira Malawauw werkt sinds twee jaar voor de Regenboog Groep. Als coach begeleidt ze financieel arme Amsterdammers, die weer aan het werk willen. Ze doet dit gemiddeld drie uur per week.

Reden? „Naast mijn betaalde werk in de psychiatrie vind ik het ook leuk om mensen te coachen. Maar als coach kon ik niet meteen een baan vinden, dus ben ik het op vrijwillige basis gaan doen.”

Tevreden? „De Regenboog Groep laat mij als vrijwilliger niet aanrommelen. Ze volgen precies waar ik mee bezig ben en komen altijd terug op vragen die ik stel. Ook is er alle ruimte om via de Vrijwilligers Academie nieuwe trainingen en cursussen te volgen. Zo heb ik daar een cursus ‘verbindend communiceren’ gedaan.”

Vrijwilliger Mariette Deijen. Foto Mieke Meessen

Mariette Deijen (67)

Mariette Deijen werkt bijna een jaar voor het Danspaleis. Op dansfeestjes voor 65-plussers helpt ze ouderen de dansvloer op. Ze doet twee feestjes per maand, die ongeveer drie uur duren.

Reden? „Betaalde banen gaven mij nooit de vervulling die ik kreeg van vrijwilligerswerk. Ik doe al jaren vrijwilligerswerk: van vluchtelingenwerk tot werk op een gehandicaptenmanege en nu dus het Danspaleis. Laatst vroeg ik een 91-jarige of ze een dansje wilde wagen. Nee hoor, reageerde ze, zo gek ga ik niet meer doen op mijn leeftijd. Na twee keer extra vragen, stond zij daar toch lachend te heupwiegen. Daar word ik zo blij van!”

Tevreden? „Ik voel mij als vrijwilliger bij het Danspaleis erg gewaardeerd. Bij ieder dansfeestje word ik door alle leden van de crew warm welkom geheten en als ik wegga bedanken ze me hartelijk. Dat vind ik echt bijzonder, want ik heb het ook wel eens anders meegemaakt. Ooit meldde ik me per hoge uitzondering een dagje wegens omstandigheden af. Toen kreeg ik te horen dat het niet nog eens moest gebeuren. Pardon, dacht ik. Ik ben toch geen kind van 15? En bovendien werk ik vrijwillig. Vrijwilligers verdienen evenveel respect als betaalde krachten.”