Opinie

De vechthond verdient geen leven, aanvalsdrift zit in het DNA

Denk niet dat je vechthonden kunt ‘resocialiseren’, schrijven een advocaat, een predikant, een psychiater en een dierenarts. „Het wachten is op dode kinderen.”

De meeste honden die in een asiel belanden, zijn geen rashonden. De erfelijke basis is dan onduidelijk. Foto Olivier Middendorp


Een ‘bodybuilder op pootjes’ was de kop in NRC van 21 januari. Hij ging over de vechthond die op dit moment onze maatschappij onveilig maakt door het aanvallen, doden en verminken van andere dieren en het verminken van mensen. Het wachten is nu alleen nog op dode kinderen.

Beheerster Majori Meijer van Dierenopvangcentrum Amsterdam stelt in het artikel terecht dat de aanvalsdrift van een vechthond in het DNA zit, maar zegt vervolgens vechthonden te ‘resocialiseren’ om ze weer de maatschappij in te sturen. Onbegrijpelijke zelfoverschatting. Erfelijke aanleg is niet te resocialiseren. Een psychopaat blijft een psychopaat. In NRC blijft dan ook onvermeld dat het een door Meijer ‘geresocialiseerde’ vechthond was die deze zomer een kind zwaar verminkte, en dat meerdere ‘geresocialiseerde’ vechthonden na plaatsing andere honden doodbeten.

Het gevaar van de vechthond vraagt om een goed en breed verbod. De oude Regeling Agressieve Dieren (RAD) werd in 1993 in het leven geroepen nadat een aantal kleuters door vechthonden was gedood. De juridische fout van de RAD was dat het verbod slechts van toepassing was op één gedetailleerd omschreven type vechthond, namelijk de pitbull, terwijl de vechthond meerdere rassen en types kent. Dat is alsof je wilt afvallen door geen chocola te eten, en jezelf vervolgens volstopt met pizza en patat en dan zegt ‘goh, geen chocola eten helpt niet tegen overgewicht’.

Daardoor werkte deze regeling niet zoals verwacht. Afschaffen was alweer een grote fout. De regeling had moeten worden verbeterd, niet opgeheven. Het gevolg is desastreus: sinds de opheffing zijn de aanvallen, de schade, het gevaar, de kosten van medische hulp, politie-inzet, inbeslagname, procedures, het permanente gevoel van onveiligheid bij een groeiende groep burgers, de aantallen vechthonden in asielen waardoor in het asiel bijna geen normale honden meer te vinden zijn, en de vrije teugel voor hondenvechters sterk toegenomen.

Volg landen als Denemarken

De keuze voor een vechthond en deze in de openbare ruimte laten, is inderdaad „aan het baasje”. De dodelijke aanvalsdrift is DNA. Een bordercollie rent al als hij acht weken oud is om schapen heen, dat hoeft hij niet te leren. Een Podenco gaat achter konijnen aan. Hoe lief hij ook is, hoe goed je hem ook ‘zit’ en ‘af’ leert. Een vechthond valt zonder reden en zonder waarschuwing aan op leven en dood.

In onze maatschappij is dit onacceptabel. Mens en dier verdienen een leefomgeving waar honden een veilig huisdier zijn. Waar je buiten kunt wandelen en spelen zonder dat je bij een naderende hond, opgevoed of niet, hoeft te vrezen voor een dodelijke aanval.

Een verbod is niet zielig. Een vechthond lijdt er niet onder als hij niet wordt geboren en gehouden. Er zijn honderden andere rassen en duizenden andere (leuke!) honden om (zorgvuldig) te kiezen. Onze maatschappij heeft geen vechthonden nodig. Volg landen als Denemarken en verbied alle vechtrassen en kruisingen daarvan, met bewijslast bij de houder. In de USA smeken kinderchirurgen om een verbod; zij zien de gevolgen dagelijks. Natuurlijk blijven er grensgevallen en natuurlijk moeten ook ernstige aanvallen door niet-vechthonden worden bestreden. Maar er moet een norm tegen dodelijke aanvalsagressie komen. En die begint bij een goed en breed (gehandhaafd) vechthondenverbod.