Recensie

De poëzie staat in volle bloei

Elsbeth Etty grasduint door de binnengekomen boeken en geeft haar eerste indruk.

‘Laat mijn visioen vrij! Mijn visioen is onschuldig! De bibliotheek is een te ondiep graf/ je wordt gek van de stemmen die je er hoort/ en de schimmen achter de kasten/ zijn het resultaat van 3000 jaar normaal proberen te leven/ in het hiernamaals – ga er niet meer heen.’ In De 100 beste gedichten voor de VSB Poëzieprijs [1] zijn vier gedichten opgenomen uit de donderdag bekroonde bundel Kwaad gesternte van Hannah van Binsbergen (23). Hier spreekt zij in de derde persoon: ‘Hannah van Binsbergen zal nooit geactualiseerd worden./ Ze zal verbleken tot een spook, de smalste band ter wereld/ onvindbaar in de catalogus.’

Deze mistroostige verwachting is inmiddels dus door de jury van de poëzieprijs tegengesproken. Juryvoorzitter Francine Houben maakte een interessante selectie uit de vele ingezonden bundels en concludeert dat de wereld van de poëzie in volle bloei is, ‘levendig en dichtbij’. De gevestigde namen, zoals Remco Campert, Eva Gerlach, Menno Wigman, ontbreken niet in deze selectie en, eerlijk is eerlijk, de meeste nieuwkomers halen het daar niet bij. Droevig en ongewild symbolisch sluit de alfabetisch gerangschikte selectie af met ‘Droom’ van Joost Zwagerman: ‘Een eeuwigheid geleden/ leende ik aan God mijn stem. (...) Bedeesd hul ik mij/ in het tomeloze zwijgen dat/ Hem tot aanbeveling strekt.’

Patty Stenger, succesvol scenariste van tv-series en producent van prijswinnende opdrachtfilms, debuteerde in 2014 sterk met de psychologische thriller Zuidas. Haar tweede roman, Vintage [2], over de gescheiden zakenvrouw Cecile, haar tirannieke, dementerende vader en haar twee kinderen is nóg beter. Wat kan die Stenger schrijven! De veelbesproken kloof tussen hoog- en laagopgeleiden in onze samenleving loopt in dit verhaal door één familie. Diploma-loze dochter Juul, prefereert de Hengelose galerijflat van haar ordinaire getatoeëerde vriend met zijn stinkende bouvier boven het pretentieuze Amsterdam-Zuid, waar haar moeder en broer elkaar de (design)tent uit vechten.

Vintage is een gelaagde en geslaagde hedendaagse zedenschets die niet onderdoet voor De greppel van bestsellerauteur Herman Koch.

Krentenkoppen [3], een verzameling korte schetsen van Ties Teurlings over de aftakeling en dood van zijn grootouders, heeft veel raakvlakken met Vintage. Ook hier moet een familie toezien hoe (groot)ouders hun verstand en herinneringen verliezen om ten slotte af te sterven in een verpleeghuis vol krentenkoppen, zoals de demente oma haar medebewoners noemt. Teurlings maakte als student aan de kunstacademie al een fotoserie over zijn opa en oma. Deze geschreven observaties zijn even liefdevol, maar tegelijk meedogenloos en gruwelijk.

Hoewel Nederland in kleur, 1907-1935 [4] al een tijdje verkrijgbaar is, mag het hier niet onopgemerkt blijven. Het fotoboek biedt een unieke gelegenheid binnen te gaan in het Nederland van de eerste decennia van de twintigste eeuw. Zo’n zeventig jaar na de uitvinding van de fotografie bood de introductie van de autochrome voor het eerst de mogelijkheid echte kleurenfoto’s te maken. Vooral amateurs uit de bevoorrechte hogere middenklasse stortten zich gretig op het procédé, dat de mogelijkheid schiep de werkelijkheid zoals zij haar in het echt zagen op kwetsbare glazen platen vast te leggen.

Mensen, natuur, steden en dorpen tonen zich in stemmige beelden, volgens historica Ileen Montijn omdat gedempte tinten beantwoordden aan de smaak van welgestelden. Zij beschrijft de culturele achtergrond, Hans Roosenboom, conservator fotografie van het Rijksmuseum, bespreekt de historische en technische kanten van de vroege kleurenfoto’s. Voor het oh- en ah-effect kozen de makers vaak voor stillevens met bloemen, maar wat de hedendaagse kijker meer zal raken zijn de prachtige en weemoedig stemmende opnamen van wat, om met de dichter Bloem te spreken, ‘Voorbij, voorbij, o en voorgoed voorbij’ is.