Column

Burn-out: beroepsziekte nummer één

Hoe weet je of je op weg bent naar een burn-out, en voorkom je dat vervolgens? Ben Tiggelaar vraagt het zich deze week af.

De cijfers zijn bekend, maar ik zet ze toch nog even op een rijtje. Gewoon, omdat ze zo volslagen krankzinnig zijn. Werkstress is beroepsziekte nummer één in Nederland. 14 procent van de werknemers meldt jaarlijks burn-outklachten. Zo’n 5 procent van de beroepsbevolking komt als gevolg daarvan langdurig thuis te zitten. Een fikse burn-out leidt gemiddeld tot 242 dagen verzuim. De jaarlijkse verzuimkosten gerelateerd aan een burn-out worden begroot op 1,8 miljard euro. Dat berekenden het CBS, TNO en Arboned.

Deze week organiseerde NRC een debat over werkstress. Ik mocht daar een aantal dingen vertellen. Maar zoals vaak bleek luisteren naar anderen op deze bijeenkomst minstens zo waardevol.

Bijvoorbeeld naar Florien Vaessen. Zij schreef het boek Op de bank, over hoe ze vastliep in haar managementfunctie bij ABN Amro. Ze vertelde: „Je wilt niet zwak lijken. Ook al zit je de hele dag oeverloos te vergaderen over zinloze dingen, je gaat toch door. Als iemand mij toen had verteld dat ik op weg was naar een burn-out, dan had ik diegene waarschijnlijk even goed op zijn plaats gezet.”

Omdat ik steeds vergeet wat een burn-out ook alweer is, had ik het vooraf nog snel even opgezocht. Burn-out is een combinatie van drie dingen: emotionele uitputting (het gevoel dat je ‘op’ bent), een cynische, onverschillige houding tegenover je werk en je collega’s, en verminderde persoonlijke bekwaamheid.

Vaessen verdiepte zich na haar burn-out veel uitvoeriger in het fenomeen werkstress, en viel daarbij van de ene verbazing in de andere. „Wie zich binnen een jaar drie keer ziek meldt, heeft grote kans op weg te zijn naar een burn-out. De statistieken zijn bekend, maar er wordt door bedrijven nauwelijks iets mee gedaan.”

Arnold Bakker, hoogleraar arbeids- en organisatiepsychologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, beaamde wat Vaessen zei. Volgens hem leggen bedrijven het probleem veel te vaak bij hun werknemers zelf neer. Terwijl het, zeker wanneer er signalen zijn dat mensen afstevenen op een burn-out, belangrijk is om het gesprek met werknemers aan te blijven gaan en te kijken hoe er in het werk dingen kunnen worden veranderd. Door meer inspraak en meer controle over het eigen takenpakket te bieden, kun je er bijvoorbeeld voor zorgen dat iemand minder het gevoel heeft vast te lopen. Het werken aan dingen waar je goed in bent en die je werkelijk leuk vindt, zorgt namelijk voor bevlogenheid. En dat leidt niet alleen tot een kleinere kans op stress of een burn-out, maar ook tot betere prestaties. Een werkgever die geen aandacht heeft voor dit onderwerp, snijdt kortom óók zichzelf in de vingers.

Wat kun je zelf doen? Volgens Bakker is het essentieel dat je na je werk iets anders doet en nadrukkelijk niet met werk bezig bent. Doe iets wat je ontspant. Of het nu gaat om koken, vrienden bezoeken, sporten, naar de film… Het gaat erom dat het in je hoofd voortdurend met werk bezig zijn, wordt gestopt. Bakker: „Heb je bijvoorbeeld problemen met slapen, dan is dat vaak een aanwijzing dat er iets mis is.” Als je dat merkt, moet je echt werk gaan maken van meer rust.

Vaessen vertelde dat ze zich liever ziek meldde met een duidelijke fysieke klacht dan met ‘vage’ stressklachten. Herkenbaar. Maar volgens Bakker is het onterecht om stress te zien als iets dat enkel in ons hoofd speelt. Hij refereerde daarbij aan een groot Fins onderzoek: „Langdurige stress leidt uiteindelijk tot hart- en vaatziekten. Je gaat er dood aan. Hoe lichamelijk wil je het hebben?”