Commentaar

Autistisch voordeel

Clichés en stereotypen beheersen het menselijk denken. Soms kan wetenschap ons daarvan bevrijden, maar vaak vergeten we het weer en vallen we terug in het cliché. Daarom kunnen sommige inzichten jarenlang telkens opnieuw als nieuws worden gebracht – bewijs voor de hardnekkigheid van het oude stereotype. Zoals de vaak herhaalde ontdekking, nu zeker tien jaar oud, dat mensen gelukkiger worden als ze ouder worden. Gelukkiger zelfs dan het zo vaak afgunstig bekeken jonge volkje – dat in werkelijkheid juist worstelt met vage verwachtingen, gefnuikte hoop en keiharde stress.

Overigens is er ook kritiek op, omdat het gemeten geluk vaak gecorrigeerd wordt voor ziekte en dergelijke, om een zuiver zicht te krijgen op het leeftijdseffect. Zo filter je er juist de ongelukkig makende kanten van ouderdom uit. Maar er is veel dat de theorie van de gelukkige ouderdom aannemelijk maakt. Snelheid van denken en geheugen gaan achteruit, maar oordeelsvermogen, kennis én emotionele zelfregulatie slijten veel minder snel.

Verderop in deze bijlage brengt Julie Wevers, voorzichtig, een verrassend, echt nieuw inzicht: de mogelijkheid dat ouder wordende autisten wel eens een voordeel van hun autisme zouden kunnen hebben. Omdat bij hen het cognitieve verval trager lijkt te zijn dan bij even oude niet-autisten. Misschien wordt hun stress-ervaring minder, misschien hebben oudere autisten eindelijk voordeel van hun grote hoeveelheid hersenverbindingen, die het hun in hun jeugd nog zo moeilijk maakte. Veel moet nog worden uitgezocht.

En autisme blijft een flinke handicap. Niet voor niets schrijft Julie Wevers dat „opvallend veel volwassenen met autisme kampen met werkloosheid, depressies en angsten”. Maar gelukkig zijn er dus positieve berichten, die ook nieuw inzicht kunnen opleveren in het ouder worden van alle mensen, autist of niet.