Archeologie

Mysterieuze beeldjes uit Ghana kregen plengoffers met bananen en dennenbast

Aardewerken Koma-beelden met (vooral rechts) de typerende kegelvorm. Collectie Tropenmuseum

De opvallende terracottafiguren van de mysterieuze middeleeuwse beschaving in het Noord-Ghanese Komaland bevatten sporen van dennebomen, banaan en grassen. Dit blijkt uit DNA-onderzoek van organische resten in 2 cm diepe gaatjes die onlangs overal in de beeldjes werden ontdekt. Zeer waarschijnlijk is het DNA afkomstig van traditionele Afrikaanse plengoffers, die over deze beeldjes van goden of voorouders werden uitgegoten. Dat de ‘Komalanders’ die rond het jaar 1000 deze beeldjes maakten, bananen en dennen(bast) offerden, is niet vanzelfsprekend. Dennenbomen worden in ieder geval nu alleen in Zuid-Ghana geexploiteerd: uit de bast worden traditionele medicijnen gemaakt. Over de geschiedenis van de banaan in West-Afrika is vrijwel niets bekend, behalve dat de uit Azië afkomstige banaan al 3.000 jaar geleden opdook in Kameroen.

Met flinke slagen om de arm denken de onderzoekers daarom dat de cultuur die de bijzondere Komaland-beeldjes voortbracht, over uitgebreide handelscontacten beschikte, zo schrijven ze in het Journal of Archaeological Science (maart). Ook het feit dat er beeldjes zijn gevonden die paarden of kamelen lijken voor te stellen wijzen op contacten met de buitenwereld.

De beeldjes werden in de jaren tachtig van de vorige eeuw ontdekt in Komaland, een afgelegen gebied ongeveer zo groot als het Eiland van Dordrecht. De bijnaam voor het gebied is ‘Overzee’ omdat het in de regentijd maandenlang onbereikbaar is. Inmiddels zijn er honderden rituele heuvels met beeldjes gevonden: menselijke figuren en soms half-menselijk-dierlijke. De gestileerde kegelvormige mensfiguren komen het vaakst voor.

Algemeen wordt aangenomen dat het om plaatsen van voorouderverering gaat waarin ook veel genezingrituelen plaatsvonden, waarbij soms de beeldjes stukgeslagen werden. De lokale bevolking kende de beeldjes al langer en noemde ze Kronkonbali: ‘kinderen van vroeger’. Het gebied was in de negentiende eeuw waarschijnlijk geheel verlaten, mogelijk door slavenhandel of andere rampen. Van de archeologie van de rest van Noord-Ghana is niets bekend, ook niet of daar misschien vergelijkbare beeldjes werden gemaakt. De huidige bewoners zijn immigranten en stammen niet van de beeldjesmakers af. De beeldjes worden gedateerd op de periode 500 tot 1100, al wordt soms gedacht dat ze misschien wel tot 1800 werden gemaakt.