Column

Agribulk

Sommige dingen hoef je niet te snappen. Onlangs was ik bij een ijzerwinkel, waarvan de eigenaar vertelde dat zijn voorgangers in de oorlog hadden geheuld met de Duitsers. Dat deden ze middels een ‘draaierij’, waar ze ‘dingen draaiden voor de Duitsers’. Ik vroeg wat een draaierij eigenlijk was. „Ehm… een draaibank”, zei de man met een blik alsof ik hem voor de gek aan het houden was.

„Ja, oké, maar wat maak je daar dan bijvoorbeeld mee?”

Hij begreep nu dat ik geen grapje maakte, maar gewoon achterlijk was. „Van alles!”, antwoordde hij, en vervolgde: „Kijk, je hebt een bank, met twee punten, daar zet je iets tussen, en dan draait dat heel hard rond.”

Ik dacht inmiddels zelf ook dat ik achterlijk was, want ik snapte nog steeds niet waar we het over hadden. „Maar wat maak je daar dan mee?”

„Van alles!”

„Een stoelpoot?”

„Bijvoorbeeld! Kan ook!”

Het werd genant om het gesprek nog verder door te zetten, dus ik deed alsof hiermee de kwestie wel af was. En ik had natuurlijk wel kunnen gaan googlen wat een draaierij precies is. Maar sommige dingen zijn beter als ze ongewis blijven. Al is het maar dat je er dan je eigen romantische voorstelling van kunt maken.

Zo zie ik vrij vaak een vrachtwagen rijden waarop staat: Agribulk. Ik weet niet wat agribulk is, en ik google het expres niet. Ik neem aan dat het gaat om grote hoeveelheden ‘biks’, waarvan ik ook niet precies weet wat het is/zijn.

Agribulk. Agribulk. Agribulk. Als ik in een sombere stemming ben, kan ik mijzelf opvrolijken door dit woord een aantal keer te herhalen. Agribulk is een extreem lelijk woord, maar er gaat ook iets kneuterigs van uit. Iets gezelligs. Ik denk dat mensen die ‘in de agribulk zitten’ een heel gelijkmatig leven hebben. Ze beginnen de dag met een eerlijk bord Brinta – waarschijnlijk valt Brinta ook onder de agribulk. Daarna stappen ze in hun vrachtwagen, op weg naar een afgelegen opslagplaats. Daar drinken ze een kop koffie uit een thermosfles, laden de hele wagen vol, gaan naar een losplek en storten daar alle agribulk in één keer op een grote hoop. „Zo”, zeggen ze, „dat is weer gebeurd.” Als iemand vraagt: „Wat is agribulk eigenlijk”, dan antwoorden ze: „Nou gewoon… agribulk.”

Paulien Cornelisse is cabaretier en schrijver.