Over heel de wereld hetzelfde lesje bodypump

800 sportscholen, overal dezelfde groepslessen van Les Mills. Elke drie maanden is er een nieuwe choreografie. Deze maand kwam nummer 100 uit.

Foto’s Istock, Montage NRC

‘Groepsfoto!” Vrijdagnacht, kwart over één. Zeven sportschoolinstructeurs staan zwetend op het podium van de fitnesszaal, de BodyPump-les is net afgelopen. Aan het plafond hangen ballonnen, op het podium verdringen zich vijftig sporters die zo fanatiek waren geweest om rond middernacht naar een Amsterdamse vestiging van SportCity te komen. „Alsof je ’s nachts in de rij staat voor de nieuwe Harry Potter”, zegt Thomas Haartsen (28) met de gewichten nog in z’n hand. Hij had zich moeten haasten om erbij te zijn, zat bij een etentje, werd door z’n vrienden voor gek verklaard.

Reden voor deze ‘epic midnight BodyPump experience’: de lancering van de nieuwe ‘release’, zoals dat heet in sportschooljargon. BodyPump is een groepsles waarbij je met stangen en gewichten volgens een vast stramien oefeningen doet op muziek die je van de radio kent. Tien nummers lang maakt iedereen op hetzelfde moment dezelfde bewegingen. Elke drie maanden komt er een nieuwe release uit, met andere oefeningen en andere muziek.

14 januari was het tijd voor nummer honderd – vandaar de nachtelijke sportles in Amsterdam. Instructeurs hadden een contract moeten tekenen: echt niet eerder een nummer draaien! Ze begonnen om één minuut over twaalf.

(Les Mills maakte een video van de honderdste release workout. Tekst gaat verder onder de video.)

Standaardisering is het woord dat zich opdringt bij wie rondklikt in het aanbod van fitness-groepslessen in Nederland. Of: McDonaldisering, zoals socioloog Judith Elshout het verwoordde in haar scriptie McFitness en de geest van het calvinisme. Bijna de helft van de zo’n 1.800 sportscholen biedt minimaal één en vaak meer van de twintig groepslesformats van Les Mills aan. Dat is een megabedrijf uit Nieuw-Zeeland, vernoemd naar olympisch atleet Leslie Mills, dat naast BodyPump zo’n beetje elke fitnesstak in het keurslijf van tien nummers goot. Yoga heet BodyBalance, vechtsport BodyCombat, conditietraining BodyAttack. En of je die lessen nou in Groningen volgt, in Middelburg of ergens anders in de tachtig landen waar Les Mills is doorgedrongen: de lessen zijn overal hetzelfde. Net zo voorspelbaar als de hamburgers van McDonald’s.

Superhandig

Latoya Sarijoen (27) uit Nootdorp vindt dat „superhandig”. Ze reist veel op en neer voor haar werk als lab-analist; sport dan weer in Rijswijk, dan weer in Leiden. Soms in Amsterdam. In zo’n Les Mills-klasje voelt ze zich dan niet zo verloren wanneer ze naar een onbekende sportschool gaat, vertelt ze. „Bij instructeurs die hun eigen lessen bedenken is het altijd maar afwachten: is het niet te moeilijk? Is het wel een goede les? Maar bij BodyPump of -Combat weet ik precies wat ik kan verwachten.”

Daphne Martoredjo (26) uit Utrecht herkent dat; ze verhuisde een paar keer en schreef zich steeds weer in bij een sportschool met de haar bekende groepslessen. „Lekker vertrouwd.” Zo’n beetje alles van Les Mills probeerde ze en raakte aan een paar programma’s „hooked”. „Ik vond de muziek die erbij hoort vet, en ik merkte al snel dat ik progressie maakte, júist doordat zo’n les telkens hetzelfde is.”

Makkelijk te volgen, herkenbaar, gegarandeerde kwaliteit – het zijn ook de termen waarin sportscholen door het hele land hun keuze voor Les Mills-lessen op hun groepslesmenu verdedigen. In ruil voor een vast bedrag per maand mogen zij de lessen aanbieden die in het verre Nieuw Zeeland ontwikkeld worden door een team waar je u tegen zegt. Fysiotherapeuten, choreografen, muziekexperts en wetenschappers worden ingeschakeld voor de releases. En die worden vervolgens getest door mensen met zuurstofmaskers op, vertelt marketing manager Laura Pels van Les Mills Nederland. Dus waarom het wiel opnieuw uitvinden, als je als sportschool zo makkelijk „een fantastische work-out” kan inkopen, vraagt zij zich retorisch af.

Een stukje ontzorgen noemt Kim Rainger van fitnessbranchevereniging Fit!Vak dat. Sportscholen krijgen met hun licentie om de lessen aan te bieden ook allerlei gelikte marketingmaterialen aangereikt. Geen overbodige luxe in een tijd waarin de fitnessmarkt haar maximale omvang bereikt lijkt te hebben en overleven ellebogenwerk geworden is.

En daarbij: iedereen met een goede conditie en gevoel voor ritme kan Les Mills-instructeur worden. ‘Het is gemakkelijker dan ooit!’, verkondigt de site. Je betaalt een paar honderd euro voor twee dagen intensieve training, oefent drie maanden, stuurt een filmpje van een door jou gegeven les op naar Les Mills en je mag aan de slag. Een paar keer per jaar moet je terugkomen voor een workshop.

Tien anderen

Gevolg: heel veel freelance-instructeurs. Dat drukt de uurtarieven die ze krijgen: voor jou tien anderen, veel te eisen is er niet. Nou doen veel instructeurs het erbij, hebben overdag een baan, geven ’s avonds nog een paar uurtjes les. Maar voor wie fulltime groepslessen geeft, is het geen vetpot. Slopend voor je lichaam, en ervan leven kan maar net.

„Als je zoveel lessen per week geeft, snap ik wel dat je voor zo’n gestandaardiseerd programma gaat”, zegt Kim Rainger van Fit!Vak. Maar zij ziet liever dat instructeurs standaard een echt fitness-diploma hebben. Het is een vrij beroep, iedereen mag zich fitness-instructeur noemen – en „met een leuk shirtje en een vlotte babbel denkt iedereen dat je verstand van zaken hebt”. Maar wie sporters echt wil kunnen corrigeren, moet fysiologische kennis en veel ervaring hebben, vindt ze. En dat kost geld, tijd en inspanning.

Dat is de reden dat veel instructeurs die hun eigen lessen bedenken zo van Les Mills balen. Die ‘freestyle-lessen’ vergen veel meer voorbereiding, en toch krijgt bij veel sportscholen iedereen hetzelfde betaald. Dat geldt zeker voor de grotere ketens, als Basic-Fit, SportCity en Fit For Free.

„Lekker makkelijk, van een dvd alles uit je hoofd leren.” Sanna Losacco Lotze veegt het zweet van haar voorhoofd na haar Zumba-les. „Maar wáár is de creativiteit?” Zij bedenkt alles zelf, vertelt ze, de choreografie, de oefeningen, haalde bovendien een fitness-diploma. Haar lessen zitten altijd bomvol, ze nam zelfs een groep van 25 sporters mee van een andere sportschool toen zij besloot over te stappen. Voor een Les Mills-docent ziet ze mensen dat niet zo snel doen. De een is vast beter dan de ander, maar uiteindelijk zijn ze inwisselbaar, denkt ze. „Ik vind Les Mills uitgekauwd, dat mag iedereen weten.” Sporter Kourosh Ajamlou (51) knikt instemmend. Les Mills maakt van sportscholen een supermarkt, vindt hij. „Mensen snacken even snel een lesje mee, denken daar verder het liefst zo weinig mogelijk bij na.” Les Mills als McGroepsles – de vergelijking ligt voor de hand.

Daphne Martoredjo uit Utrecht kreeg uiteindelijk genoeg van de Les Mills-lessen. „Ik zat aan m’n max qua ontwikkeling, ik voelde de high die ik eerst van zo’n les kreeg niet meer”, zegt ze. „Het werd eentonig, na een paar jaar ga je merken dat al die releases minimale variaties op hetzelfde thema zijn.” Bovendien: sommige docenten vond ze toch een beetje lui in hun lesgeven, alsof ze het deden op de automatische piloot. Ze stapte over op individuele krachttraining en freestyle-lessen in kleine groepjes. Ach, zegt ze, eigenlijk gaat het met alles in het leven toch zo. Op een gegeven moment ben je iets zat.