Zo was het leven in Mosul onder Islamitische Staat

Reportage uit Mosul

Het oosten van Mosul is net bevrijd van IS. Correspondent Gert Van Langendonck reisde erheen en trof zowel gruwelen aan als bevreemdende normaliteit. De meeste kinderen zijn twee jaar niet naar school geweest.

Een vijftienjarige jongen speelt met de duiven van zijn familie op het dak van zijn huis in Mosul. Zowel het houden van duiven als het hebben van een satellietschotel was verboden onder IS. Foto AP

De 23-jarige Ehab Salah doet goede zaken: elke dag verkoopt hij drie of vier satellietschotels, die op de stoep voor zijn winkeltje in de wijk Al-Qadisiya in Oost-Mosul staan uitgestald. „Onder Islamitische Staat waren satellietschotels verboden. Op bezit ervan stond een geldboete en een gevangenisstraf van 10 dagen tot een maand”, zegt Salah.

Begin deze week heeft het Iraakse leger de laatste resten van IS-weerstand op de linkeroever van de rivier Tigris opgekuist. Daarmee is heel Oost-Mosul bevrijd. In grote delen van de stad is het nu veilig en bij tijd en wijlen bevreemdend normaal. Zo normaal dat mensen alweer satellietschotels kopen. Tenminste, voegt Salah eraan toe, „mensen die een eigen generator hebben, elektriciteit is er nog niet.”

Toen IS in juni 2014 Mosul onder de voet liep, met nauwelijks weerstand van het Iraakse leger, werden satellietschotels niet meteen verboden. De radicaal-islamitische terreurbeweging wilde de bevolking van Mosul niet meteen voor het hoofd stoten.

Pas ruim een jaar geleden werden ze verboden, officieel omwille van het moreel verderf dat zij verspreidden. In werkelijkheid, zegt Salah, „omdat het Iraakse leger IS uit Ramadi had verdreven. Ze wilden niet dat wij wisten van hun nederlaag. Ze zijn de huizen binnengevallen en de satellietschotels zijn even buiten Mosul met bulldozers vermorzeld.”

De resterende IS-strijders hebben zich teruggetrokken aan de overkant van de rivier in West-Mosul, waar zij nu aan alle kanten omsingeld zijn door Iraakse troepen en milities. Alle vijf bruggen over de rivier zijn door de coalitie gebombardeerd. In West-Mosul zouden nog 750.000 burgers wonen, zonder stromend water of elektriciteit.

Sleeën op een metalen plaat

De bewoners van Oost-Mosul hebben haast om terug te keren naar het normale leven. Overal zijn mensen de putten aan het dempen die de bommen van de coalitie hebben geslagen. Anderen zijn druk in de weer met elektriciteitsdraden. Een enkeling raapt vuilnis op van een middenberm. Op een vuilnisbelt ligt het lijk van een IS-strijder, niemand lijkt haast te hebben om hem te begraven.

Ergens anders voetballen jongens op kunstgras. Dat mocht onder IS ook, zeggen ze, „maar we mochten geen blote benen hebben en we moesten de logo’s van westerse clubs uit onze T-shirts knippen.”

Vanuit de Koerdische hoofdstad Erbil, waar veel inwoners van Mosul hun toevlucht zochten, staan elke ochtend megafiles richting Mosul. En ’s avonds in omgekeerde richting; veel mensen gaan alleen even kijken of hun huis er nog staat.

In de stad zelf hangt de bedrijvigheid af van hoelang een wijk al bevrijd is. Hoe dichterbij de rivier, binnen het bereik van de mortiergranaten en drones van IS, hoe stiller. In wijken die al een paar weken zijn bevrijd, zijn winkeltjes zoals dat van Ehab Salah en kleine restaurantjes al open. Er zijn weer verkeersopstoppingen. De soldaten die het verkeer regelen, moeten af en toe in de lucht schieten om ongeduldige automobilisten tot de orde te roepen. Boven dat alles klinkt het quasi-permanente geluid van overvliegende westerse gevechtsvliegtuigen, en van het occasionele bombardement aan de overkant.

Bij een vernielde brug bij de universiteit van Mosul is het elke dag een drukte van jewelste. Auto’s worden via een modderweg en een noodbrug langs de kapotte brug geleid. Burgers gaan te voet, op de fiets en op de brommer steil naar beneden en opnieuw naar boven, over de intact gebleven brughelften. Langs beide kanten staan jongens met handkarren te wachten om mensen tegen betaling te helpen met hun spullen. Kinderen maken er het beste van door op metalen platen naar beneden te sleeën.

Kinderen in Mosul sleeën op metalen platen van een helling.

Naar sporen van de ruim twee jaar lange aanwezigheid van IS moet je zoeken. De eigen IS-slogans zijn meestal al overschilderd. Er zijn de zwartgemaakte gezichten van vrouwen op reclameborden. Op de muur van een school in de wijk Al-Qadisiya hebben de radicale moslims zelfs de gezichten van cartoondieren verwijderd.

Geëxecuteerde juf

Op woensdag is het druk in de school. De Iraakse autoriteiten kondigden begin deze week de heropening van 70 scholen in Oost-Mosul aan. Van lesgeven is voorlopig nog geen sprake, zegt adjunct-schoolhoofd Muhassanah Saleh Mohamed (45).

„Voorlopig zijn we alleen aan het registreren om te weten hoeveel kinderen er zijn. We hebben nieuwe schoolboeken nodig. Die van IS hebben wij verbrand, de meeste oude schoolboeken heeft IS vernietigd.”

In de lerarenkamer vertellen de vrouwelijke leerkrachten hoe dat ging, onderwijs onder IS. Alles stond in het teken van de islam en van oorlog, zeggen zij. Als de kinderen vroeger leerden rekenen met appels, deed IS dit met geweren of granaten.

Eén leerkracht vertelt over een opdracht in het derde leerjaar. „Als je een groep van 20 ongelovigen hebt, en je schiet er vijf van dood, hoeveel hou je er dan over?” Dat heeft ze gehoord van een buurvrouw.

Kinderen in Mosul lopen door de gang van een schoolgebouw, nadat ze zich voor de school hebben ingeschreven. Foto AP.

In werkelijkheid hebben de meeste ouders hun kinderen de voorbije tweeënhalf jaar thuis gehouden. „Het waren vooral de kinderen van IS-strijders zelf die naar school gingen”, zegt lerares Nawsha Fu’ad (45).

De vrouwen weten van zeker één juf die publiekelijk is geëxecuteerd door IS, omdat ze stiekem het oude lespakket had onderwezen. Volgens berichten uit de Iraakse media zijn meerdere leerkrachten terechtgesteld omdat ze weigerden het IS-curriculum te onderwijzen.

“Ik wilde niet dat zij gehersenspoeld werden door IS”, zegt ook de 33-jarige Yasser Riad, die zijn twee meisjes van acht en zes komt inschrijven. Omdat hij zelf leraar is, heeft hij ze zo goed mogelijk thuis onderwezen.

„Ik hoop dat dit genoeg zal blijken om de verloren tijd te compenseren.”

Voor het adjunct-schoolhoofd is dat de grootste uitdaging. „We zitten met kinderen die ruim twee jaar achterstand hebben. Veel ouders vinden het niet leuk als hun kinderen twee klassen lager komen te zitten. In februari komen mensen van het ministerie in Bagdad, is ons beloofd. Die gaan de kinderen kennis testen.”

Zie ook de In Beeld-serie over de weg van Gert Van Langendonck naar Mosul: Onderweg naar Mosul van fotograaf Emanuele Satolli, die met Gert meereist.

Zweepslagen

Op hoger onderwijs wordt het nog langer wachten. De campus van de universiteit van Mosul ligt in puin. Drie grote gebouwen bij de ingang zijn ingestort, door bombardementen van de anti-IS-coalitie.

Enkele voormalige studenten komen de schade inspecteren. Ze hebben zich aangemeld als vrijwilligers om de campus op te kuisen en plunderingen te verhinderen. „Toen IS naar Mosul kwam, hebben ze alle faculteiten behalve geneeskunde gesloten”, zegt de 26-jarige Mahmoud Kahtan, die zelf Arabisch studeerde. „De meesten van ons zijn toen thuisgebleven.”

„We weten het niet precies, ik denk dat op de campus alleen IS-strijders en hun families woonden. Om er te studeren, moest je lid worden”, zegt de 22-jarige Mounir Barak, die psychiatrie studeerde.

Voor jongens als Mounir en Mahmoud kwam het er onder IS op aan zo weinig mogelijk op te vallen. Dat wil zeggen: je baard laten staan en zorgen dat je broekspijpen de grond niet raken. Voor dat laatste gebruikten ze een elastiek. Niet gehoorzamen betekende dat je papieren in beslag werden genomen. Die moest je dan gaan ophalen op een IS-kantoor, waar je zweepslagen en gevangenisstraf riskeerde.

Op het bezit van sigaretten stonden tien tot zestig zweepslagen, plus een boete per in beslag genomen pakje. In belegerd West-Mosul worden die regels nog steeds afgedwongen, blijkt uit foto’s die IS deze week via sociale media heeft verspreid van de vernietiging van sigaretten.

Berg van verbrande boeken

Mounir wil ons de universiteitsbibliotheek tonen. Die stak IS in brand toen de Iraakse regeringstroepen de campus naderden. „Ze hebben via luidsprekers en hun eigen radiozender omgeroepen dat er niets mocht achterblijven wat de ongelovigen leuk vinden.”

Binnen in het zwart geblakerde gebouw legt Mounir uit dat de universiteit een centrale bibliotheek had die alle faculteiten bediende. „Alles was gerangschikt volgens discipline. Nu blijft er niets van over.”

Hij doet een graai uit een berg van wat ooit boeken waren en laat de as door zijn vingers sijpelen. „Fuck ISIS”, zegt hij. „Het zijn de nieuwe nazi’s.”

Psychiatriestudent Mounir Barak (22) laat het as van door IS verbrande universiteitsboeken door zijn vingers dwarrelen.