Van der Steur wilde zijn naam verdedigen, en niet meer zijn baan

Ministerscrisis

VVD-minister trekt conclusies voordat de Tweede Kamer dat doet en stapt op.

Foto David van Dam

In de wandelgangen pakt VVD-fractievoorzitter Halbe Zijlstra zijn collega van de PvdA Attje Kuiken bij haar schouders, na het debat. Sorry hoor, zegt hij. „Ik wist het, maar ik kon het je niet zeggen.” Hij schiet vol. Hou op, antwoordt ze. „Ik doe zo met je mee.”

Het moment tekent de sfeer na het debat over de Teevendeal, donderdag. Veel VVD’ers waren geëmotioneerd: voor het grootste deel van de fractie kwam het moment dat minister Ard van der Steur (Veiligheid en Justitie, VVD) zijn aftreden bekendmaakte, óók als verrassing.

Het was maar een klein clubje mensen dat wist dat Van der Steur had besloten om niet af te wachten wat de Tweede Kamer voor oordeel over hem zou vellen. Premier Rutte wist het, Halbe Zijlstra wist het, een paar mensen aan de top van zijn departement wisten het. Hij zou gaan.

Maar Van der Steur had zich wel willen verdedigen en wilde niet vóór het debat al vertrekken. „Ik verdedig me niet voor mijn baan, wel voor mijn naam”, had hij gezegd.

Al vanaf het moment dat het laatste nieuws over de ‘Teevendeal’ begin deze week naar buiten kwam, was duidelijk dat de meeste oppositiepartijen het vertrouwen in Van der Steur kwijt waren. En dat geen debat daar meer aan zou helpen.

Premier en VVD-lijsttrekker Mark Rutte is nu zijn tweede minister van Veiligheid en Justitie kwijt. Dit bonnetjesdossier heeft vier VVD’ers hun baan gekost. En het stevige crimefighters-imago, dat de VVD al jaren zo liefheeft, dat kunnen de liberalen deze campagne ook wel vergeten. Dit kleeft tot de verkiezingen op 15 maart aan de premier.

Lees ook de politieke necrologie van Van der Steur: Even een verademing, maar hij maakte te veel fouten

De oppositie wilde hem niet geloven

Terug naar de aanleiding van dit alles. Maandag had Bas Haan, journalist van Nieuwsuur, zijn boek gepresenteerd over de geschiedenis van de Teevendeal, de schikking die VVD’er Fred Teeven jaren geleden sloot met drugscrimineel Cees H.

Haan had een nieuwe conceptbrief uit de affaire opgeduikeld, waarin Ard van der Steur, toen Tweede Kamerlid, 23 tekstsuggesties deed aan toenmalig minister Opstelten (Veiligheid en Justitie). Hij adviseerde om passages te schrappen en te verhelderen.

Kernvraag was of Van der Steur met al die aantekeningen vooral de bedoeling had gehad om zijn collega-VVD’er Opstelten te beschermen of juist ervoor wilde zorgen dat de Tweede Kamer zo goed mogelijk geïnformeerd was. De oppositie dacht het eerste, Van der Steur zei het laatste.

Cruciaal bleek opmerking nummer 21. „Zeer kwetsbaar. Als dit de herinnering van de staatssecretaris is, waarom is dat dan niet eerder gemeld?” Dit ging over de herinneringen die, toen nog staatssecretaris, Fred Teeven bleek te hebben over het bedrag van de schikking. Opstelten wilde dat in die brief aan de Tweede Kamer laten weten. Maar de vraag was nu: wát bedoelde Van der Steur met zeer kwetsbaar? Wilde hij dat het eruit ging, die herinneringen waar heel Den Haag juist op zat te wachten, of bedoelde hij, kom, meld dit juist zo snel mogelijk aan de Tweede Kamer?

Ze kwamen er niet uit. Van der Steur hield vol dat hij het niet kwaad had bedoeld. Hij had in die brief óók hier en daar het letterlijke advies gegeven om iets te schrappen. Dus als hij had bedoeld dat het weg had gemoeten, had hij dat heus wel opgeschreven, zei hij.

Lees ook het eerder verschenen profiel over Van der Steur, de minister die zijn flair niet kwijt wilde raken

Kinderen die voetballen

Het maakte niets uit. CDA-fractievoorzitter Sybrand van Haersma Buma trok op een gegeven moment de vergelijking met kinderen die buiten vlak bij de voorkant van het huis voetballen. „Als ik naar buiten stuif en tegen mijn zoontje roep, pas op, die ruit is kwetsbaar, dan bedoel ik natuurlijk niet: trap die bal er eens tegenaan.” 

Tot dat plotselinge ogenblik dat Van der Steur opstond, waren de oppositiepartijen nog met hun politieke handwerk bezig: ze zouden tijdens de dinerpauze overleggen hoe de motie van wantrouwen eruit moest zien. Met uitzondering van de SGP waren ze bijna allemaal van plan om zo’n motie, het zwaarste parlementaire middel, te steunen. De SP en de PVV hadden waarschijnlijk zelfs het vertrouwen in het hele kabinet opgezegd, niet voor de eerste keer.

Rol van de eigen fracties onduidelijk

Zover kwam het dus niet. Bij de VVD was er ongeloof en boosheid. De oppositie heeft Van der Steur geen faire kans gegeven, ze wílden zijn antwoord gewoon niet horen, ze gingen liever voor het makkelijke scoren in verkiezingstijd. Kees van der Staaij van de SGP zei het in het debat zo: „Moet je niet een keer durven zeggen dat we niet bezig blijven, zeker niet in verkiezingstijd, waarin de nobele drift tot waarheidsvinding vertroebeld kan raken door minder verheven motieven om nog eens flink te drukken op de zwakke plekken van een ander?”

Die electorale motieven had je ook bij coalitiepartij PvdA kunnen verwachten. Lijsttrekker en vicepremier Lodewijk Asscher kan nog wel wat positieve energie gebruiken in de campagne. In de wandelgangen ging de theorie rond dat de PvdA prima had kunnen zeggen: het is nu weleens genoeg geweest met al die problemen op het ministerie van Veiligheid en Justitie. Maar de PvdA-fractie had nog geen besluit genomen en had donderdagochtend in een extra overleg besloten om het debat af te wachten. Ook Asscher wist er niet van dat Van der Steur zou aftreden, zeggen mensen om hem heen.

Het losse eindje Rutte

Het debat heeft nog wel een los eindje: de rol van premier Rutte. Die redde zich er donderdag net uit. Alleen, op zijn ministerie van Algemene Zaken blijken óók ambtenaren die beruchte brief waar de herinneringen van Teeven in stonden, gehad te hebben. Alleen op zijn ministerie hadden ze die dag wel iets anders aan hun hoofd, verdedigde Rutte: het bonnetje was inmiddels gevonden, twee bewindslieden stapten op.

Bij de VVD weten ze: dit debat, eigenlijk de voortzetting van donderdagavond, gaat er vast en zeker nog komen, voor 15 maart. Daar is de oppositie uitgekiend genoeg voor. Het maakte ze donderdagavond even niet uit. Ook Rutte was aangedaan na Van der Steurs woorden. „Deze strijd was niet te winnen”, zei hij na afloop. „Het was een waardig afscheid en ik zal het nooit vergeten.”