Column

Stoer Rotterdam

Het woord ‘rafelrandje’ is een modern Rotterdams jeukwoord, meestal uitgesproken door een Rotterdamse wethouder, stedebouwkundige of stadssocioloog. Het doet me denken aan een slecht gehechte totaalruptuur (sorry), maar het irriteert vooral zo omdat er tegenwoordig geen toespraak of artikel over Rotterdam meer voorbij kan komen zonder dat de zogenoemde ‘rafelrandjes van de stad’ zo nodig de hemel in moeten worden geprezen. Sterker nog, de gemeente rekent onze ‘authentieke plekjes’ (getverdemme) inmiddels tot het ‘DNA van de stad’ en heeft beloofd ze te koesteren. Zeker nu is gebleken dat ook Amsterdammers er dol op zijn, en ze alleen al daarom willen verhuizen naar onze ‘rough city’, waar de sfeer volgens sommigen zelfs te vergelijken is met die van New York.

Rotterdam is gewoon een stoere stad. De stoerste misschien wel van Nederland

Vorige week deed Oene van der Wal in deze bijlage terecht een oproep om te stoppen met het maken van die vergelijking. Want Rotterdam-Zuid is geen Williamsburg en de Rottemeren zijn al zeker geen Central Park. Nee, schreef hij, vergelijk Rotterdam liever met Duitse steden als Hamburg of een rauwe stad als Berlijn. Toevallig was ik daar vorige week, maar ik zag eerlijk gezegd weinig overeenkomsten. Waar wij onze rough spots op een hand kunnen tellen, is de Duitse hoofdstad een aaneenschakeling van spannende rafelranden. Mein Gott, ik zag soms het hele gutbürgerliche plaatje niet meer. De stad (3,5 miljoen inwoners) is zo veel groter en indrukwekkender dat Rotterdam ook daarmee vergeleken een veilig en aangeharkt provinciestadje is. En gelukkig maar, zo concludeerde ik ter plekke.

Ik zag in Berlijn bedelende junks in de metro (ze hebben geen ov-poortjes), hordes tippelende hoertjes op de Kurfürstenstrasse (bij ons al jaren geleden verbannen), vervuilde alcoholisten op het perron van Kottbusser Tor (je mag er drinken op straat) en in tentjes bivakkerende zwervers (hier slaapt volgens Aboutaleb niemand op straat). Een echte metropool dus. Maar inderdaad ook een bruisende stad van jonge creatievelingen (oeps, jeukwoord!) die op zondagmorgen massaal gaan ontbijten in hippe koffietentjes in voormalig Oost-Berlijn. Wat lijken die creatievelingen en koffietentjes ook daar trouwens allemaal op elkaar.

Rotterdam is hooguit een brave miniatuurversie van Berlijn, met een aantal mini-rafelrandjes waar we inderdaad maar beter zuinig op kunnen zijn om niet compleet te vertrutten. Zodat bijvoorbeeld de West-Kruiskade niet verder wordt verziekt door koffietentjes of hamburgerzaken, animeerbarretjes in het Scheepvaartkwartier niet allemaal worden verbouwd tot hippe clubs, de Fenix Food Factory op Katendrecht geen plaats hoeft te maken voor poepsjieke loftwoningen en het Quarantaineterrein bij Heijplaat niet ook nog eens wordt omgebouwd tot een yuppenparadijs. Zodat we ergens in de verte toch nog een klein beetje op dat ruige Berlijn blijven lijken.

Maar laten we inderdaad vooral gewoon ‘onszelf’ blijven, zoals Van der Wal voorstelt, zonder ons steeds te (laten) vergelijken met welke stad ter wereld dan ook. Rotterdam is gewoon een stoere stad. De stoerste misschien wel van Nederland. Laten we het daarop houden. Met vanaf nu dan graag wel een verbod op het nieuwe jeukwoord ‘rafelrandje’.

Mirjam de Winter (@mirjamdewinter) is freelance journalist en stadsgids in Rotterdam.