Op reis met de vuilbrief op zak

Robert Anker (1946-2017)

In het boek dat zijn laatste bleek te zijn, krijgt Ankers hoofdpersonage op een dag vlekken op zijn huid. Het is het begin van een tumultueus nieuw bestaan en een meeslepende schelmenroman.

In het voorjaar van 2016 verscheen de roman De vergever van Robert Anker (1947-2017). Hij portretteerde daarin een schrijver die ondanks allerlei tegenslagen de moed erin wist te houden en zelfs in een rolstoel nog flink vaart wist te maken. Anker wekte met dit levendige, geestige boek de indruk nog bepaald niet uitgeschreven te zijn – en ik had het idee dat er nog wel eens iets heel goeds zou kunnen volgen.

We zijn nu een klein jaar verder en nu is er een nieuwe roman, een historische deze keer, die deze belofte zonder meer inlost: In de wereld. Het verschijnen ervan heeft Anker niet meer kunnen meemaken, omdat hij vorige week op 70-jarige leeftijd overleed.

In het laatste hoofdstuk van wat nu zijn laatste roman zal blijven, spreekt hoofdpersoon Joris de Neve wijze, relativerende woorden. Na een reeks omzwervingen door Vlaanderen en andere streken is hij teruggekeerd in zijn geboortestad Gent. En nu maakt hij de balans op, in het jaar 1500. Een mensenleven, meent hij, doet er niet echt toe, in het licht van de altijd maar doortikkende tijd. ‘Zelf ben ik ook bijna voorbij: over een maand word ik zeventig.’ Het leven gaat verder, ‘ook als het mij hier straks achterlaat.’ De gedachte aan de naderende dood bezorgt hem niet langer grote schrik, maar brengt ‘een zekere gelatenheid’ teweeg.

Gelatenheid. Dat is een woord dat niet helemaal past bij de vele en overvolle hoofdstukken die aan deze bezonken slotpagina’s voorafgaan. Die bruisen juist van ongekende levenslust en dadendrang en trouwens ook van een enorme formuleer- en explicatiedrift. Ik heb niet eerder een roman van Anker gelezen waarin zo uitgebreid en zo geanimeerd verteld wordt over zoveel uiteenlopende zaken: landschappen en vergezichten, ambachten en gilden, kleding, schoenen en haardracht, politieke verwikkelingen en kerkelijke haarkloverijen, liefde en seks, slemppartijen en gevechten. Alleen al de mooie beschrijving van de jaarlijkse rituele verplaatsing van de overblijfselen van de heilige Livinus van Gent naar Houtem, bijgewoond door een bonte stoet van duizenden mensen, maakt deze roman ruimschoots de moeite waard.

Lepra

Je kan benadrukken dat In de wereld zich gedeeltelijk afspeelt ten tijde van de heerschappij van de onberekenbare vechtersbaas Karel de Stoute. Als hertog van Gent maakte hij zich bij de bevolking gehaat door het opleggen van hoge accijnzen en belastingen. Je kan het ook hebben over de ingewikkelde erfkwesties en familieconflicten die bij die heerschappij kwamen kijken. Of over de schermutselingen tussen Fransen en Engelsen en tussen Vlamingen en Fransen. Maar de precieze aard van al die schermutselingen doet er hier niet wezenlijk toe. Ze leveren een interessant tijdsbeeld, een levendig decor, een ‘Europese’ achtergrond, die door Anker met veel wapengekletter en andere couleur locale wordt opgevuld.

Anker toont ons een 15de-eeuwse wereld, gezien door de ogen van Joris, een schrijnwerker met enig aanzien. Zijn leven met vrouw en dochter kabbelt rustig voort. Totdat zijn vrouw op een dag vreemde plekken op zijn huid meent te zien. Hij wordt onderworpen aan een ‘schouw’ door een chirurgijn en andere schouwbevoegden. Nadat zijn huid, zijn bloed en urine zijn bekeken, wordt hij ‘beziekt bevonden’, met lepra. Vanwege de besmettelijkheid mag hij niet meer thuis blijven wonen en er wordt officieel afscheid van hem genomen door een priester, die hem doodverklaard voor de wereld, ‘maar levend voor God’. Ook dat levert weer een adembenemende processie-scène op, met een stoet treurende familieleden, collega’s en vrienden door de straten van Gent en langs de Leie.

Hier neemt de roman vervolgens een nogal abrupte wending. Wat het droevige einde lijkt te zijn van een nog jong leven, blijkt juist het begin te zijn van een tumultueus nieuw bestaan, ‘in de wereld’. Joris ziet er na een half jaar nog steeds niet uit als een melaatse. Maar hij vraagt geen nieuwe schouw aan, omdat hij inmiddels aan het vrije leven als leproos gewend is geraakt. Hij gaat op reis, ‘naar het zuiden’, met in zijn tas de leprozenhoed, ‘bloedkleed’, klepper en ‘vuilbrief’. Zo heeft hij altijd een dekmantel als hem dat goed uitkomt. Een geweldige vondst van Anker, dit personage, dat zich onzichtbaar kan maken, als een middeleeuwse Harry Potter of James Bond, en zich keer op keer uit netelige situaties weet te redden.

Baader-Meinhof-Groep

Zo ontwikkelt zich een meeslepende schelmenroman die Ankers held op exotische plekken brengt: aan het hof van Karel, bij een gezelschap Amazones, bij een vissenvolk, in diverse vrouwenbedden, en bij een zweverige kloosterorde op een Lotharingse berg. Ook is hij trouwens een blauwe maandag lid van een ‘linkse’ terreurbeweging die zich de Lepra Gilde noemt en die, enigszins op de manier van de Baader-Meinhof-Groep , de rijkdom in de wereld eerlijker wil verdelen. Er worden kassen gelicht, mensen ontvoerd en vermoord. Ook komen andere universele zaken aan bod, zoals de omgang met vreemdelingen en bedelaars. ‘Allemaal oppakken en afvoeren, verbannen, terug naar hun eigen stad of dorp’, meent een van zijn minder tolerante reisgenoten. ‘Of naar de galeien, ja.’ Aantrekkelijk zijn de vele registerwisselingen. Zo kan er sprake zijn van ‘solemnele gelegenheden’, of van een ‘trezoor’, maar ongeduldige herbergbezoekers kunnen juist ook weer heel hedendaags klinken: ‘Bedienen ze hier ook nog of moeten ze de kippen nog plukken.’

Tussen de bedrijven door peinst Joris regelmatig over leven en dood en over de bedoeling die God met de mens zou kunnen hebben. Moet hij de dag plukken en er alles uithalen wat er in zit, of komt de beloning pas na de dood? Na jaren rondtrekken weet hij het zeker: er is maar één leven en dat moet je koesteren en liefst ook vastleggen. Dan heeft het leven zin.

Pas tegen het eind wordt de toon net iets minder dartel. Dan is Ankers held bijna zeventig en weet hij, net als zijn schepper, dat er geen nieuwe avonturen en liefdes meer zullen volgen. Van mij had dat einde nog honderden bladzijden en trouwens ook nog vele boeken uitgesteld mogen worden. Maar een lezer heeft helaas weinig in te brengen in de wereld.