Recensie

Moszkowicz-sage ‘De Maatschap’ is bijna streekroman

De dramaserie over de beroemde advocatenfamilie is niet slecht, maar niet helemaal naar smaak van onze tv-recensent.

De cast van 'De Maatschap' (VPRO).

Na vele rechtszaken om zulks te verhinderen, alle verloren door advocaat Yehudi Moszkowicz namens zijn vader Robert, is dan toch de eerste aflevering uitgezonden van de vierdelige dramaserie De Maatschap (VPRO). De voor de hand liggende vraag: „En? Is het wat?” Het voorlopige antwoord: „Zeker wel, alleen niet mijn smaak.”

Het begint met een juridisch nauwgezet geformuleerde tekst in beeld: „Deze serie is een gedramatiseerde interpretatie van zorgvuldig uit verschillende bronnen gewonnen informatie. Feiten en fictie zijn vermengd. De makers hebben geenszins beoogd een waarheidsgetrouwe versie van de gebeurtenissen en karakters weer te geven.”

Tot uw dienst, maar de half-Joodse familie Meyer uit Maastricht lijkt tot in de kleinste details op die van strafpleiter Max Moszkowicz en zijn vier zonen David, Max jr., Robert en Abraham, allen ook advocaat (geweest). Waarom zou je ze dan Matthias, Aaron, Jacob, Theo en Benjamin Meyer willen noemen?

Ofwel je maakt fictie die voor de goede verstaander verwijst naar bestaande personen en zaken, dan wel je portretteert bekende mensen en gebeurtenissen uit de recente geschiedenis. Als het om mensen gaat die de publiciteit niet schuwen (politici, sterren, leden van het koningshuis), hoef je ze zelfs geen andere naam te geven.

Scenarioschrijvers Alma Popeyus en Hein Schütz ontplooien een visie op de familie Moszkowicz/Meyer die niet heel verrassend is, zelfs zeer aannemelijk. Vader overleefde als enige van zijn familie twee concentratiekampen, trouwde een Limburgse boerendochter, werd een ambitieuze perfectionist en verwaarloosde zijn zonen zo emotioneel dat ze allemaal enigszins verknipt raakten. Drie van de vier werden om uiteenlopende redenen van het tableau geschrapt.

Interessant is de stelling dat vader zo succesvol werd omdat hij een nieuw soort cliënten aantrok, die niet in trek waren bij de traditionele advocatuur. In de serie heten ze „zigeuners, schlemielen” en bewoners van woonwagenkamp De Vinkenslag. Ook schenken Maastrichtse notabelen juist vertrouwen in „een Israëliet”, want die zijn gewiekst.

De serie laat iets zien van de hardheid van de overlever en de slachtoffers van de tweede generatie. Ze laten bijvoorbeeld vaders vriendin sinds twintig jaar niet toe aan zijn ziekbed. Dat gebeurt met een kort zakelijk telefoontje.

Lees ook deze reportage over de opnames: Koningsdrama onder advocaten

De acteurs, vooral Pierre Bokma als de oudere vader, zijn goed, al was het misschien niet nodig om ze zo exact accent en uiterlijk te laten imiteren. Waar het fout gaat, al zullen sommige kijkers dat misschien juist mooi vinden, is in de stilering door regisseur Michiel van Jaarsveld, die soms vervaarlijk in de buurt van de streekroman komt.

Net op de avond dat vader M zijn drie niet verstoten zoons bij hun moeder thuis ontbiedt, krijgt hij een beroerte. Hij klampt zich vast aan een map, waar allerlei oorlogsdocumenten uit rollen. De zon schijnt fel naar binnen, we horen de Zevende van Beethoven. Ook in een flashback naar de boerderij kruipt de rok van de boerendochter ver omhoog op de wederom zonovergoten hooizolder. Dat soort clichés horen echt niet meer thuis in het overwegend zo volwassen geworden publieke televisiedrama.