Cultuur

Interview

Interview

Regisseur Barry Jenkins bij de opening van IFFR.

Foto Robin Utrecht / ANP

Moonlight-regisseur Barry Jenkins: ‘Empathie is de motor van de film’

Voor zijn film ‘Moonlight’ ontving regisseur Barry Jenkins acht Oscarnominaties. „Als ik drie jaar geleden was begonnen met filmen, was het misschien heel anders gelopen.”

Een dag na het nieuws dat zijn film Moonlight acht Oscarnominaties heeft gekregen, geeft Barry Jenkins (36) interviews in Rotterdam. Hij is op het IFFR om een masterclass te geven. Moonlight, zijn debuutfilm Medicine for Melancholy en een aantal van zijn korte films zijn op het filmfestival te zien. Jenkins is natuurlijk blij met de acht belangrijke nominaties, zegt hij, maar vooral omdat die zo breed zijn gespreid. Moonlight kreeg onder meer een nominatie als beste film, Jenkins als beste regisseur en zijn acteurs Naomie Harris en Mahershala Ali dingen mee naar beste vrouwelijke en mannelijke bijrol. Jenkins: „We hebben Moonlight met een heel kleine ploeg gemaakt; iedereen heeft zich kapot gewerkt en zijn hart en ziel in de film gestopt.”

Moonlight krijgt 5 ballen van NRC. Lees de recensie: Bij maanlicht lijken zwarte jongens blauw

Moonlight gaat over Chiron, een homoseksuele jongen in een achterstandswijk van Miami, in drie fasen van zijn leven, gespeeld door drie verschillende acteurs: als tienjarig kind, als middelbare scholier en als man. Op school is hij een gemakkelijke prooi voor pesters, want hij is een in zichzelf gekeerde jongen, die een verhouding moet zien te vinden tot zijn geaardheid. Zijn vader is afwezig, zijn moeder crackverslaafd, en Chiron moet zich staande zien te houden in een onherbergzame wereld. „Who is you?”, vraagt Kevin, de enige leeftijdsgenoot die naar hem omkijkt. Over die vraag gaat de film, die gebaseerd is op een theaterstuk van Tarell Alvin McCraney.

Moonlight verdient al die Oscarnominaties, maar zou wellicht niet zoveel steun van de Academy of Motion Arts and Pictures hebben gekregen als de leden van de Academy niet iets goed te maken hadden na het volledig ontbreken van Afro-Amerikaanse filmmakers vorig jaar. Jenkins: „Toen het debat over ‘Oscars So White’ vorig jaar losbarstte, waren de opnamen van Moonlight al achter de rug. Ik was bijna klaar met de eerste, ruwe montage. Ik heb me toen wel afgevraagd wat dat voor de film zou betekenen. Zou die hele controverse heel goed of juist heel slecht uitpakken? Ik heb het script van Moonlight ruim drie jaar geleden voltooid. Liefst was ik toen meteen gaan filmen. Door allerlei omstandigheden was dat niet mogelijk. Maar als ik toen al wel had kunnen beginnen, was het misschien heel anders gelopen met de film.”

Plan B

Nu heeft Moonlight het tij mee. Dat de film in Hollywood kon doorstoten, is tevens de verdienste van productiebedrijf Plan B van filmster Brad Pitt. Jenkins: „Plan B is altijd heel agressief op zoek naar nieuwe projecten. Ze hadden mijn eerste film gezien, Medicine for Melancholy. Een kleine film, gemaakt voor 30.000 dollar Vervolgens kwam Plan B in 2013 naar het Telluride Festival, waar ik als programmeur werk. In Telluride was de wereldpremière van Twelve Years a Slave van Steve McQueen, ook geproduceerd door Plan B. Toen zijn we opnieuw in gesprek geraakt. Drie jaar later konden we Moonlight in première laten gaan in Telluride.”

Plan B onderscheidt zich door ook zwarte filmmakers nadrukkelijk een kans te geven. „Vrienden van mij zeggen weleens voor de grap dat de B van Plan B staat voor Black. Maar ik geloof niet dat daar een heel georkestreerd plan achter zit. Ze zoeken gewoon naar onderscheidende projecten, met een vernieuwende stijl of met een andere invalshoek.”

„Met Plan B achter me gingen er ineens deuren open die voor mij alleen nooit open zouden zijn gegaan. Maar het was niet zo dat ik in ruil daarvoor een groot deel van mijn eigen stem moest opgeven, zoals dat in het verleden vaak ging. Niemand heeft er ooit bij mij op aangedrongen dat ik een bekende ster voor de hoofdrol moest nemen in plaats van drie onbekende acteurs.”

Uit Moonlight blijkt dat Jenkins lang heeft nagedacht over vragen rond identiteit. „Ik denk dat iedereen zich tijdens zijn leven op een bepaald moment de vraag stelt: wie ben ik nu echt? Dat is het universele aspect van de film. Maar ik heb dit onderwerp niet zozeer intellectueel willen benaderen. De schoonheid van film is nu juist dat je ideeën kunt oppakken en daar een emotionele betekenis aan kunt geven. Identiteit is op zich een intellectueel concept. Maar als thema krijgt het pas kracht als je het met gevoel kunt benaderen.”

Lees ook: De Oscars waren dit jaar meer divers dan ooit. Langzaam wordt de Academy minder wit.

Chiron moet zich voordoen als een norse, intimiderende man om zich staande te houden in de wereld. Tragisch? „Ik zou dat eerder pragmatisch dan tragisch noemen. Hoe anderen naar je kijken, is onlosmakelijk verbonden met hoe je naar jezelf kijkt. De wereld bepaalt op allerlei manieren hoe we onszelf zien. Daar kun je nooit volledig aan ontsnappen. Je moet een pragmatische manier zien te vinden om daarmee te leven. Je verliest daarmee onherroepelijk ook een deel van jezelf. Maar dat geldt evenzeer voor de zakenman die overdag harde deals moet sluiten en een andere persoon is dan ’s avonds thuis bij zijn gezin.”

Jenkins won ook de Golden Globe voor beste dramafilm. Foto Alberto E. Rodriguez / AFP

Zwarte mensen hebben daar wel meer mee te maken dan anderen, met dat lastige navigeren tussen hoe de wereld iemand ziet, met alle vooroordelen, en hoe iemand zichzelf ziet. Die gespletenheid wordt ook wel ‘het dubbele bewustzijn’ genoemd: twee stemmen in je hoofd die steeds moeten schakelen tussen het beeld dat de wereld van jou heeft en het beeld dat je van jezelf hebt.

Jenkins is zelf afkomstig uit Liberty City, de zwarte wijk in Miami waar de film zich afspeelt. Maar Tarell Alvin McCraney beschreef in het autobiografische toneelstuk zijn eigen jeugd. Jenkins is hetero, McCraney is gay. Beide mannen hadden een moeder die crackverslaafd was. „Voor mij waren de scènes met Naomi Harris als de moeder het moeilijkst om te filmen, omdat ik zoveel van mijn eigen moeder terugzag. Dat Moonlight niet helemaal mijn eigen verhaal was, zorgde ook voor afstand en objectiviteit. Dat dwong me om met een zekere mate van empathie te kijken naar de hoofdpersoon en niet over hem te oordelen. Dat is het inlevingsvermogen dat ik ook aan de kijker vraag. Volgens mij is dat ook de motor van de film.”