Minister Ard van der Steur stapt op om Teevendeal

Een zeer geëmotioneerde Van der Steur voelt niet langer het vertrouwen van de Tweede Kamer.

Minister Ard van der Steur donderdag voor het debat in de Tweede Kamer. Foto: Jerry Lampen / ANP

Ard van der Steur is afgetreden als minister van Veiligheid en Justitie. Van der Steur voelde na een zwaar debat over de politieke afwikkeling van de Teevendeal niet langer het vertrouwen van de Tweede Kamer, zei hij donderdagavond. “Ik zie, merk en voel dat mijn antwoorden er niet toe doen”, aldus een geëmotioneerde Van der Steur.

Van der Steur zegt dat hij al voor het debat aan premier Rutte en staatssecretaris Dijkhoff (Veiligheid en Justitie) kenbaar heeft gemaakt dat hij dit besluit zou nemen. “Ik wilde mezelf eerst verdedigen tegen de ongefundeerde beschuldigingen”, aldus een aangeslagen Van der Steur.

Premier Rutte zei direct na afloop van het debat het besluit van Van der Steur te “respecteren”. “Ik vond en vind dat Ard van der Steur zich heel goed verdedigde. Maar deze strijd was niet meer te winnen.”

Zoektocht naar bonnetje werd ‘doofpot’

Begin 2015 stapten toenmalig minister Ivo Opstelten en staatssecretaris Fred Teeven van Veiligheid en Justitie op om hun rol in de bonnetjesaffaire. In 2000 trof Teeven, toen officier van justitie, een schikking met drugscrimineel Cees H. Het bewijs van de deal van 4,7 miljoen gulden werd gevonden, terwijl de twee bewindspersonen eerder een lager bedrag hadden genoemd en stelden dat het ‘bonnetje’ onvindbaar was.

Lees ook het liveblog dat NRC bijhoudt over de kwestie: Van der Steur treedt af - ‘ik voel het vertrouwen niet meer’

Volgens de Kamer wist Van der Steur, in tegenstelling tot wat hij vorig jaar aan de Kamer meedeelde, al in 2015 dat Teeven zich het bedrag van de deal herinnerde. Ook zou hij erop aan hebben gedrongen informatie uit een Kamerbrief van Opstelten bij de Kamer weg te houden. Dat werd door Nieuwsuur-verslaggever Bas Haan aan het licht gebracht in zijn boek dat dinsdag verscheen. Van der Steur ontkende donderdag dat hij informatie bij de Kamer heeft willen weghouden.

Kritiek oppositie

De oppositiepartijen waren zonder uitzondering kritisch op Van der Steur. Volgens CDA-voorman Sybrand Buma gaf Van der Steur “zeer gebrekkige antwoorden”. SP-leider Emile Roemer stelde dat de minister veel kansen heeft gekregen om de Kamer volledig en juist te informeren, maar dit heeft nagelaten. Volgens Gert-Jan Segers (ChristenUnie) en Alexander Pechtold (D66) was Van der Steur slechts bezig met “verbale uitvluchten”.

Ook premier Mark Rutte werd donderdag onder vuur genomen door de oppositiepartijen. Rutte verdedigde Van der Steur:

“Ik vond het geen gebrekkige antwoorden en ik vertrouw hem.”

Moties van wantrouwen

De Teevendeal is niet het eerste dossier waarover Van der Steur de afgelopen twee jaar (dreigde) te struikelen. In september 2015 was er de foto van Volkert van der G. die in De Telegraaf werd geplaatst, terwijl de moordenaar van Pim Fortuyn een mediaverbod had. Volgens de minister hoorde het Openbaar Ministerie pas een dag voor publicatie van de foto. Een dag later bleek dat de foto juist op aandringen van justitie was gemaakt om te voorkomen dat de media zouden strijden om de eerste foto van Van der G.

Vervolgens overleefde de minister vorig jaar januari en april een motie van wantrouwen. In het eerste geval kreeg hij kritiek omdat hij een lezing van MH17-anatoom George Maat ten onrechte “buitengewoon ongepast en onsmakelijk” had genoemd. In het tweede geval verslikte hij zich in de informatieverstrekking aan de Kamer rondom de Brusselse aanslagpleger Ibrahim el-Bakraoui, die in Nederland bleek te zijn geweest.