Cultuur

Interview

Interview

Wateroverlast na een stortbui in Baarn vorig jaar september. Wim Kuijken: „De commissie die adviseerde dat de Deltacommissaris er moest komen, zei: het gaat om het voortbestaan van het land.”

Foto Caspar Huurdeman

‘Het moet ook zonder mij kunnen’

Wim Kuijken Deltacommissaris

Deltacommissaris Wim Kuijken blijft nog zeven jaar het land beschermen tegen water. Of een minister het niet zelf kan? Die is ‘angstig’.

„Diep in zijn hart” vindt ‘Deltacommissaris’ Wim Kuijken (64) dat het ook zonder hem moet kunnen: Nederland voor de komende tientallen jaren beschermen tegen het water. Voor zulke taken hebben we toch een ministerie met bewindslieden?

Toch wordt Kuijken deze week herbenoemd, opnieuw voor zeven jaar. De nieuwe normen voor dijkverzwaring zijn geregeld, Nederland moet nu ook nog worden beschermd tegen overlast door hoosbuien en de effecten van lange droge periodes.

Je zou hem een van de ongeveer tachtig ‘ambassadeurs’ kunnen noemen – die vooral het kabinet-Rutte II zo graag benoemde. Ze hebben namen als ‘aanjager beter aanbesteden’, ze leiden een ‘schakelteam verwarde personen’ of zijn het gezicht van een ‘topteam tuinbouw- en uitgangsmaterialen’.

Maar Kuijken is ‘regeringscommissaris’, zijn functie staat in een wet en hij heeft een budget van 1,2 miljard euro per jaar. En dan nog: volgens Kuijken zal het steeds normaler worden dat gekozen politici taken die een „lange adem” vragen, uitbesteden aan niet-gekozen ‘aanjagers’.

In zijn Haagse kantoor zegt Kuijken dat hij zich „de choreograaf” voelt van het Deltaprogramma. „Iemand die net genoeg te zeggen heeft waardoor het een mooie voorstelling wordt.”

Kan het ministerie Nederland niet zélf behoeden voor overstromingen?

„Ik heb als Deltacommissaris drie demissionaire kabinetsperiodes meegemaakt en weet als oud-topambtenaar hoe het dan gaat: het werk ligt stil. Maar nu kon en moest ik doorwerken. Ik heb ook bewindspersonen meegemaakt met totaal verschillende politieke achtergronden: ChristenUnie, CDA en nu VVD. Als staatssecretaris Joop Atsma (CDA) tegen mij zei: ‘Ik wil dat de investeringen worden gedaan in Groningen en Friesland’, kon ik hem ervan overtuigen dat het anders moest. Waar de zee en de rivier elkaar tegenkomen, ben je het meest kwetsbaar en dat is vooral in de Randstad.”

Vooral in politiek instabiele tijden is er iemand nodig zoals u?

„De commissie die adviseerde dat de Deltacommissaris er moest komen, zei: het gaat om het voortbestaan van het land. Dan kun je je niet veroorloven dat een minister spoor en wegen interessant vindt, maar water niet. Zo heb je sinds ‘9/11’ ook een nationaal coördinator terrorismebestrijding. Maar hier op de gang zit de digicommissaris, bedacht omdat internet over grenzen heen gaat. Hij heeft geen bevoegdheden, geen geld, dus dat gaat niet goed. Je moet niet tegen iemand zeggen: ga maar lekker klussen.”

U zit hier sinds 2010. Kon het eerder wel zonder u?

„Ik ben oud-topambtenaar en in het openbaar bestuur zitten we er al heel lang mee: hoe pak je ingewikkelde kwesties aan die meer tijd vragen dan vier jaar? We hebben het geprobeerd met ‘project-directeuren-generaal’ en met ministers met portefeuilles: wijken of jeugd en gezin. Maar dat is maar voor vier jaar en voor je het weet, is het bureau- of partijpolitiek.”

Met al die regisseurs en aanjagers zou je denken: politici krijgen het zelf niet voor elkaar.

„Het is veel interessanter dat dit een normaal verschijnsel wordt. Het moet ook zonder mij kunnen, maar dan moet je topambtenaren veel meer ruimte geven om tot oplossingen te komen zonder meteen teruggefloten te worden door de minister.”

‘Digicommissaris’ Bas Eenhoorn zegt: ministeries zijn zelf ook belangengroepen geworden. Is dat zo?

„Het gezag van de ministeries is afgenomen. Er is bij de overheid veel gedecentraliseerd en geprivatiseerd, waardoor het ingewikkelder is geworden om iets te organiseren, met zo veel partijen. Het helpt als een honest broker het zaakje op sleeptouw neemt. Ministers en staatssecretarissen zijn de afgelopen jaren ook angstiger geworden. Minderheidskabinetten geven minder zekerheid.”

Veel ‘aanjagers’ en ‘ambassadeurs’ zijn oud-politici. Dan kun je denken: ze schuiven elkaar baantjes toe?

„Dat zou ik als burger ook denken. Ik geloof sterk in onafhankelijkheid bij dit soort opdrachten. Tegelijk is het handig als je politiek bestuurder bent die de wereld kent waarin je werkt.”

Hun taken: ‘kantoortransformatie’, ‘inbraakpreventie’. Wie snapt dat?

„Het kan zomaar nuttig zijn.”

Of is het een nederlaag van de politiek?

„Ik vind het ook wel stoer en krachtig als politici beslissen om zoiets te organiseren. En ik zou politici afrekenen op het resultaat.”

Wat zou er de afgelopen zeven jaar zonder u niet zijn gebeurd?

„We hebben nu nieuwe wettelijke normen voor de veiligheid van dijken. Dat is in de decennia hiervoor niet gelukt. Mensen wilden niet achter hogere dijken wonen, dat is nu wel gelukt.”

Oud-vakbondsleider Doekle Terpstra, ook ‘ambassadeur’, zegt: als je iets snel voor elkaar wilt krijgen moet je polderoverleg omzeilen.

„Dat soort stoere besluiten, van de korte klap, wordt niet uitgevoerd. Ik stop zelf heel veel energie in het aan tafel krijgen van mensen. Vorig jaar was ik twee of drie keer op Marken. De Eilandraad was tegen een oplossing voor de bescherming van het eiland. Ik stelde voor drie alternatieven te onderzoeken. Nu is er een plan dat iedereen omarmt. Ik zeg niet dat het alleen door mij komt, maar het helpt.”

En de komende zeven jaar?

„We maken plannen voor de watervoorziening in de droge periodes die komen. Dat we de komende twintig of dertig jaar meer water vasthouden voor als het nodig is. We krijgen ook overlast door clusterbuien, hoosbuien en hitte die ’s nachts ontstaat in steden als het langer ruim 20 graden is.

En als u nu niet was herbenoemd?

„Dan was er een kans dat iemand had gezegd: die droge periodes, daar moeten we iets aan doen. Dan was er een plan gekomen en was er gezegd: maar zo zit het niet. En daarna zou het nog de vraag zijn geweest of iedereen zou doen wat er was bedacht.”