De zusjes Williams begonnen ooit in Melbourne

Tennis

Zaterdag spelen de Amerikaanse zusjes Williams in de finale van de Australian Open, negentien jaar na hun eerste onderlinge duel.

Het is de eerste en het is vreemd. 1998, Bill Clinton is nog president van de Verenigde Staten, Saddam Hussein regeert nog over Irak en Oranje haalt de halve finale van het WK voetbal. En in Melbourne treffen de Amerikaanse zussen Williams elkaar voor het eerst in het professionele tenniscircuit, in tweede ronde van de Australian Open. Venus en Serena, zeventien en zestien jaar. Twee wonderlijke talenten.

Ze zijn nog iel, ze zijn in feite nog meisjes, ze hebben hun haar in kraaltjes geregen. Maar ze spelen als volwassen vrouwen, vuren erop los met mokerslagen. Venus wint. Na afloop maken ze hand in hand een buiging voor het centercourt. Het is de eerste kennismaking met de Sister Act – zoals die in de loop der jaren bekend is komen te staan.

De familietwist zorgt voor ongemakkelijke momenten in het gezin Williams. Serena kijkt tijdens het duel regelmatig naar de spelersbox, waar twee andere zussen en hun moeder zitten. „Het was zo gek, niemand wist wanneer hij moest juichen”, schrijft ze in haar biografie On the Line. „Ik wilde winnen, maar ik wilde ook dat Venus won.” Serena „haat” het dat ze al zo vroeg in het toernooi haar oudere zus treft. Na de partij zeggen ze: „De volgende keer zijn we als eerste en tweede geplaatst en spelen we pas in de finale tegen elkaar.”

Het project van vader Richard, die zijn dochters van jongs af aan traint, slaagt. In de jaren die volgen maakt het Williams-duo een stormachtige opmars, waarbij ze vooral in 2002 en 2003 het vrouwentennis in een stevige greep hebben.

In vijf van de acht grand slams in die twee seizoenen is de finale Venus vs. Serena. De jongste heeft Venus als grote voorbeeld, „zij was de speelster die ik hoopte te worden, de persoon die ik hoopte te worden”, schrijft ze in haar biografie. Serena overtreft haar zus al snel. In die twee jaar wint ze alle vijf de onderlinge finales.

Seles en Graf speelden nog

Maar het begon dus in Melbourne, in 1998. Het voelt als een oud boek met stof dat je openslaat. Een ander tijdperk, andere namen, de jaren dat veelvoudig grandslamwinnaressen als Martina Hingis, Monica Seles en Steffi Graf nog spelen. En de Nederlandse subtoppers Brenda Schultz en Kristie Boogert nog meedraaien.

De Williams-zussen laten hun verleden herleven op de Australian Open, nu negentien jaar later. Zaterdagochtend Nederlandse tijd treffen Venus (36) en Serena (35) elkaar in de finale in Melbourne, daar waar hun reis begon. Het is alsof de tijd tien, vijftien jaar is teruggezet.

De getallen van de ‘bv Williams’ imponeren. Samen goed voor ruim 115 miljoen dollar prijzengeld en bij elkaar 29 grandslamzeges. Dit wordt de 28ste zusterstrijd, het staat 16-11 in Serena’s voordeel. Grote favoriet zaterdag: Serena. Het is een onverwachte finale, door de gezondheid en het daaropvolgende sportieve verval bij Venus.

Bij haar werd in 2011 het syndroom van Sjögren vastgesteld, een auto-immuunziekte. Ze trok zich tijdelijk terug uit de sport, zakte weg op de wereldranglijst en leek verloren voor de top. Maar de voorbije twee jaar knokte ze zich terug, met deze finale als voorlopige bekroning. Serena heerste op haar beurt de afgelopen jaren.

In 2009 speelden ze op Wimbledon hun laatste onderlinge finale in een grand slam – Serena won. „Ze is mijn moeilijkste tegenstander – niemand heeft mij zo vaak verslagen als Venus”, zei Serena donderdag na haar zege (6-2 en 6-1) op de Kroatische Mirjana Lucic-Baroni. Venus, taai als ze is, versloeg in de halve finale in de hitte landgenote CoCo Vandeweghe in een driesetter: 6-7, 6-2 en 6-3.

De Williams-familie staat voor een dilemma wat bij ieder onderling duel speelt, maar nu in volle hevigheid: wie te steunen? Serena zou met deze titel op 23 grandslamzeges komen, waarmee ze de Duitse Graf voorbijgaat. Dat zou haar qua aantal slams de grootste speelster maken in het proftijdperk – ingevoerd in 1968.

Maar als het iemand wordt gegund in de familie is het Venus, gezien haar lange gevecht terug naar de top van het tennispantheon – met het syndroom van Sjögren dat incidenteel nog opspeelt. Ze is de oudste speelster in een grandslamfinale sinds Martina Navratilova in 1994, zij was toen 37.

„Dit is voor honderd procent een bestcasescenario, waar ik nooit van kon dromen”, zei Serena. „Wat er ook gebeurt, we hebben gewonnen.”