Het gaat dus níet steeds beter met diversiteit in de media

Onderzoek Het gaat langzaam de goede kant op met diversiteit in de media, denken velen. Maar dat is niet zo, blijkt uit een nieuw rapport van vrouwennetwerk WOMEN Inc.

Meerdere fotografen maakten deze foto bij de ontmoeting tussen May en Sturgeon in juli. Foto EPA / Andrew Milligan

Half juli ontmoette de Britse premier Theresa May haar Schotse ambtgenoot Nicola Sturgeon om het over de Brexit te hebben. Een fotograaf van persbureau EPA was erbij om de ontmoeting vast te leggen. Maar op de foto zagen we slechts twee paar in hoge hakken gestoken vrouwenbenen. Ook AFP kwam op dat idee.

Grappig, reageerden twitteraars, ik kan me niet herinneren ooit een persfoto te hebben gezien die inzoomde op de schoenen van Cameron en Obama.

Die foto was een goed voorbeeld van hoe iets wat niet strookt met het stereotype – machthebbers zijn mannen – anders in beeld wordt gebracht, zeggen de auteurs van Beperkt zicht, een rapport van vrouwennetwerk WOMEN Inc. over de rol van mediamakers in beeldvorming. Het rapport wordt donderdagmiddag gepresenteerd. Het kwam tot stand na zes verschillende studies, waaronder een onderzoek naar de representatie van vrouwen en etnische minderheden in de media en gesprekken met 28 Nederlandse mediamakers.

Een van de belangrijkste conclusies is dat veel mediamakers het idee hebben dat het langzaam wel de goede kant op gaat met diversiteit in de media, terwijl dat niet zo is. Zo nam het aantal vrouwen dat in traditionele media te zien of te horen was (krant, tv en radio) tussen 1995 en 2010 toe, in Europa en de rest van de wereld, van een op de zes naar een op de vier. Maar sindsdien loopt het terug. En Nederland doet het slechter dan het gemiddelde: in 2015 was 19,5 procent van de personen in traditionele media vrouw, tegenover 24 en 25 procent respectievelijk wereldwijd en in Europa.

En dat terwijl een overgrote meerderheid van de mediamakers met wie de onderzoekers spraken, dénkt dat het aantal vrouwen bij de publieke omroep sinds 2010 steeg of op z’n minst gelijk bleef. „Dus ze kennen de feiten niet,” zegt Jannet Vaessen, directeur van WOMEN Inc., via de telefoon. Maar ze wil benadrukken dat er niet één bepaalde groep – blanke mannen? – op aan te spreken is. Dat is wel duidelijk na tien jaar met deze kwesties bezig te zijn geweest:

„We moeten erkennen dat we allemaal biased zijn. Dus ik ook. Dat ligt in ons als mens besloten.”

Het rapport gaat vooral over sekseverhoudingen, maar richt zich ook op andere soorten diversiteit. Zo blijkt dat het aantal etnische minderheden in beeld bij de NPO tussen 2010 en 2015 licht steeg, van 9,2 naar 9,8 procent. Die groep is dan wel vaker in beeld als ‘gewone burger’, terwijl witte personen juist vaker ‘deskundige’ zijn dan man in de straat.

Tussen mannen en vrouwen bestaat zo’n discrepantie ook: uit een studie uit 2014 naar nieuwsgerelateerde foto’s in negen Nederlandse kranten blijkt dat vrouwen meestal (53 procent) in de privé-omgeving worden afgebeeld. Nog eens 37 procent van de foto’s waar een vrouw op staat is te kwalificeren als ‘vulling’: denk aan een bikinifoto bij een artikel over strandweer. Mannen zijn op nieuwsfoto’s juist vaak aan het werk of aan het sporten.

Iets soortgelijks geldt voor woordkeuze: uit een Amerikaanse analyse naar 160 miljoen woorden die gebruikt waren in de media en op sociale media om prestaties op de Olympische Spelen te beschrijven, werden termen als ‘sterk’, ‘groot’ en ‘snel’ veel gebruikt voor mannen. Bij vrouwen: ‘zwanger’, ‘ongetrouwd’ en ‘oud’.

Twitter avatar chicagotribune Chicago Tribune Wife of a Bears’ lineman wins a bronze medal today in Rio Olympics https://t.co/kwZoGY0xAX https://t.co/VZrjOvr80h

Hoe nu verder? Begin met het erkennen en benoemen van de vooroordelen die we allemaal hebben, adviseert het rapport. Dat haalt de spanning eruit. Het is niet erg dat ze er zijn, zolang mediamakers er bewust en bekwaam mee omgaan.

Vaak wordt bovendien niet erkend, zeggen de onderzoekers, dat er samenhang is in de uitsluiting van verschillende soorten diversiteit: in etniciteit, gender, sekse en leeftijd. Je moet het als één probleem benaderen, stelt Vaessen: het mechanisme van de mediamaker. „Ga niet af op de hype van het moment, of op de meest mondige groep.” Ze bepleit een ‘bias-check’: mediamakers zouden zich bij elke publicatie moeten afvragen in hoeverre het door zijn of haar eigen vooroordelen bepaald wordt, en wat er daardoor wellicht onbelicht blijft.

En bepaal op welke manier diversiteit belangrijk voor je medium is. „Omdat je anders onderwerpen of perspectieven mist? Omdat je een deel van je beoogde publiek niet bereikt? Dat zijn goede redenen. Maar als je het alleen doet om politiek correct te zijn, heeft het geen zin.”