Gestold verleden in een nieuwe jas

De nieuwe Jeep heeft cruise control, USB-aansluiting en navigatiesysteem. Grappig, vindt .

De Jeep Wrangler 75th Anniversary herinnert de moderne mens aan de oertijd. Hier op de foto bij Zeeuw Automotive in Zwijndrecht. Foto Peter de Krom

Zijn naam zal Chuck, Jim of Clint zijn geweest, bad boy in western-stijl. Hij was ons aanbevolen als de beste terreinrijder van Moab. Die zochten we voor een televisiereportage over de trails van Utah, gevaarlijke avonturiersroutes voor diehards wier stuurmanskunsten het verstand te boven gaan.

Onze man bleek geknipt voor de rol: een beroepsoverlever. Hij was in de tachtig, de door ouderdom en kanker uitgeteerde rest van een levenskunstenaar die zijn vroegere zelf aanstekelijk naspeelde. Jongensachtig deed hij de geschiedenis van zijn kwalen uit de doeken met de onbarmhartigheid van de rotsblokkades die hem ook niet klein hadden gekregen. De testklim die hij vanaf de voet van de berg via zijn wijsvinger omhoog liet kringelen leek me zelfmoord. Enfin, er was geen weg terug. Indachtig het einde van zijn lijdensweg – ‘we’re still here guys’ – besloot ik hem te vertrouwen.

We stapten in zijn open Jeep CJ5, moderne dubbelganger van de Willy’s Jeep waarmee in de Tweede Wereldoorlog de saga van het merk begon. Met vijf kilometer per uur kropen wij opwaarts en ik dacht aan Mozes. Halverwege strandden we voor de stenen tafelen, een natuurlijke rotstrap met slordig uitgesleten reuzentreden voor goden en giganten. Chuck, Jim of Clint stapte uit voor een inspectieronde om zijn wagen: „Laat me nadenken, Bas. This is all about thinking.”

Daarna sneed hij een uitsparing in de eerste traptree aan zoals je een delicate huwelijkstaart aansnijdt, geconcentreerd slowmotion met een gloeiend mes. Terwijl ik in het zwaar hellende voertuig doodsangsten uitstond, dacht de oude baas zich stapvoets naar de top.

„Wat is hier zo leuk aan?”, vroeg ik voor de draaiende camera, toen we boven uitkeken op een woestijndecor ad infinitum dat alle stomme vragen beantwoordde.

The fun is getting there”, zei Chuck, Jim of Clint met de glimlach die te oud was om te liegen.

Onsterfelijk alleen

Daar heb je Jeeps voor. Ze bestaan nog steeds. In de Wrangler 75th Anniversary, een nieuwe in de stijl van een oude, moest ik aan mijn chauffeur denken, die vanaf zijn top allang is doorgereden naar de hemel. Deze 4 x 4 is een verlate ode aan zijn glorieuze leven in de wildernis. De legergroene jubileum-Jeep, met zijn afneembare hardtop de directe nazaat van de CJ5, zou Chucks horrortrap in ganzenpas hebben bedwongen. Er is bij ons alleen geen trail om het bewijs te leveren. Hij viert zijn heldendom onsterfelijk alleen. Nou ja, met mij, zacht ei op sokken.

Wat een zonderlinge gewaarwording de veldheer van Utah terug te zien met elektrische ramen, cruise control, USB-aansluiting, klimaatregeling, audiobedieningstoetsen op het stuur en een navigatiesysteem voor de civiele routes die de cracks van Moab mijden als de pest. Chuck had hartelijk gelachen.

Toch bleef hij de ruwe bolster die een Jeep moet zijn. Hij heeft de ruige, loeisterke diesel die de mannen van Moab in het hart hadden gesloten, beschermingsplaten voor de tank en de tussenbak. Maar er is hier niemand om hem als gereedschap in te zetten, behoudens de enkele hippe aannemer die hem exclusief btw en bpm op de zaak mag rijden voor eenderde van de meer dan 100.000 euro die de test-Jeep op geel kenteken moet kosten.

Voor de resterende wannabee-Chucks in het land is de Wrangler niet meer Ding-an-sich, maar een experience met alle prehistorische folklore die hun stoutste cowboydromen waarmaakt. De vanaf je stoel onzichtbaar uitstekende en in parkeergarages zo verraderlijke wielkasten. De onmogelijke instap, te hoog door een te kleine deur met de charmante, aan de buitenkant geplaatste scharnieren. De trage vijftraps-automaat, het lawaai van de motor die de laatste tien jaar van de dieselevolutie heeft overgeslagen.

Zo klinkt de oertijd die we missen en voor die beleving maakt het weinig uit dat zijn halsstarrige ontkenning van de tijdgeest een toneelstuk is. Jeep bouwt wat we een echte auto vinden, maar zijn echtheid is gestold verleden in een nieuwe jas.

Niets weerhoudt Jeep een terreinwagen te bouwen die niet loeit en rammelt - moederconcern Fiat-Chrysler moet de techniek in huis hebben - en die met Chuck achter het stuur evengoed tot alles in staat is. Zo’n Jeep zouden we niet geloven, terwijl we dankbaar zwelgen in de architectonische regressie van de nageboorte.

Zo rijd ik hem, een incapabele terreintoerist, een metroseksuele parasiet, verstoken van het doel dat zo ver weg is als het in de herinnering nabij lijkt.

The fun was getting there. Maar ik geniet. Het lijkt net echt, het volle, rauwe leven.