Even een verademing, maar hij maakte te veel fouten

Ard van der Steur

Na de wollige Ivo Opstelten was de Kamer blij met Ard van der Steur. Hij was charmant en attent. Maar in Den Haag is dat niet genoeg.

Foto ANP

Heel lang kreeg minister Ard van der Steur (Veiligheid en Justitie, VVD) het voordeel van de twijfel. Zelfs toen de fouten zich rondom hem opstapelden, bleven ook politici van de oppositie zeggen dat het wél een heel aardige man was – die nog een kans verdiende omdat hij zo’n moeilijk ministerie moest besturen.

De Tweede Kamerleden vonden hem in het begin ook echt een verademing, na de breedsprakige Ivo Opstelten. Van der Steurs voorganger had de neiging om kritische vragen te ontwijken. Tot grote frustratie van de justitiewoordvoerders. Van der Steur gaf wél antwoord op vragen van de Tweede Kamer.

Al kort na het opstappen van Opstelten om de Teevendeal, ontdekten de justitiewoordvoerders ook gebreken in het ministerschap van zijn opvolger. Van der Steur maakte veel fouten, vond de Tweede Kamer. Deze donderdag leidde dat tot zijn vertrek.

Lees ook de analyse van het debat van donderdag: Van der Steur wilde zijn naam verdedigen, en niet meer zijn baan

Geprezen om dossierkennis en charme

Na de eerste serie fouten – de affaires met MH17-anatoom George Maat en een foto van Volkert van der G. – bleef de Tweede Kamer hem nog redelijk goedgezind. Begin 2016 zei SP-Kamerlid Michiel van Nispen dat Van der Steur „veel dingen prima doet”. ChristenUnie-leider Gert-Jan Segers ging ervan uit dat Van der Steur „al veel geleerd” had van zijn fouten.

Ze prijzen in die tijd nog zijn dossierkennis. Maar vooral zijn charmes. Hij is attent en, zeggen ze, écht geïnteresseerd in de mensen om hem heen. Ook Tweede Kamerleden van oppositiepartijen kwamen weleens koffie drinken op het ministerie. „Dan is hij altijd hartelijk en vriendelijk”, zei Segers vorig jaar. „Zowel in smalltalk als zakelijk contact.” Toen Segers een motie van afkeuring indiende in het eerste Teevendeal-debat viel dat hem zwaar, juist „omdat ik hem persoonlijk graag mag”.

Sommige fouten waren de minister ook niet persoonlijk aan te rekenen, wist de Tweede Kamer. Veiligheid en Justitie is sinds 2010 een ‘superministerie’, met verantwoordelijkheid over zo’n honderdduizend werknemers. Daardoor werken afdelingen soms langs elkaar heen.

Neem ‘de foto van Volkert’. Antiterreurdienst NCTV wilde een foto van de moordenaar van Pim Fortuyn in de media krijgen. Aan de hand daarvan kon de dienst, kort na de vrijlating van Van der G., een dreigingsanalyse maken. Maar twee weken voordat de foto gemaakt werd, vonden ze het bij de NCTV zo rustig rond Van der G., dat dat de foto niet meer nodig was. De uitvoerders, onder meer bij het Openbaar Ministerie, kregen dat niet te horen. Zij zetten de plannen door. De foto kwam in De Telegraaf – de top van het ministerie werd er niet meer bij betrokken.

Lees ook het eerder verschenen profiel over Van der Steur, de minister die zijn flair niet kwijt wilde raken

Hij leek zelden echt spijt te hebben

Maar ook Van der Steur bleef fouten maken. En hij leek daar zelden écht spijt van te hebben – tot grote frustratie van Kamerleden. Die verwachten in zo’n geval een nederige houding van de minister. Maar een excuus van Van der Steur klinkt niet zo: ‘Het spijt me dat ik onterecht suggereerde dat ICT’ers het bonnetje hadden kunnen vinden’. Hij zegt het „ongelofelijk vervelend” te vinden „dat de suggestie werd gewekt dat ik (…) de schuld (…) zou hebben gelegd bij de ICT-medewerkers”.

In het debat van donderdag probeerde Van der Steur niet eens deemoedig te zijn. Hij was strijdbaar, omdat de oppositie hem – naar zijn idee – vals beschuldigde. Hij had écht niet de bedoeling gehad om informatie weg te houden bij de Kamer, zei hij. De oppositie geloofde hem niet; hij trad af. „Ik merk en zie dat mijn antwoorden er niet toe doen”, zei de minister aan het einde van het debat. „Velen hebben hun politieke antwoord allang geveld.”