Dit blijft tussen ons

Natgeregend van een onverwachte hoosbui zit een jonge man van 25 jaar langzaam in zijn stoel weg te druipen. Zijn bouw is grof en groot. Zijn schouders en benen zijn het gewend om explosieve krachten te genereren.

„Sorry dat ik te laat ben”, zegt hij.

Zijn handen zijn nog vies van het zware werk dat hij dagelijks verricht met het renoveren van huizen en kantoren.

„Ik heb de afgelopen week bloed bij de ontlasting gehad, dok! Ik ben wel echt geschrokken, want het was echt wel veel”, zegt hij bezorgd.

Zijn vriendelijke lach verdwijnt als ik mijn eerste vraag wil stellen. Zijn lichtblauwe ogen kijken me verwachtingsvol aan. Eerder overleed zijn opa aan darmkanker. Darmkanker is een terugkerend thema in de familie. Een vloek van de genen had zijn opa het voor zijn dood genoemd.

„Ik heb echt geen idee hoe ik aan die bloed in mijn poep kom”.

Zijn werktijden deelt hij zelf in. Hij begint vroeg en is vaak laat klaar. Een ontbijt slaat hij vaak over. Het eten doet hij het liefst bij het dichtstbijzijnde tankstation. De ontlasting is de laatste weken harder en soms moet hij lang persen voordat een keutel zijn darmen verlaat.

„Vind u het goed als ik even de buik onderzoek?” vraag ik.

„Ja tuurlijk dok.”

Zijn peristaltiek verloopt gestaag, bij het palperen van de buik geeft hij geen krimp.

„Mag ik nog even verder kijken waar het bloed vandaan komt?” vraag ik.

Zijn mimiek lijkt nu een combinatie van bedroefd en bezorgd. Zijn ogen staren nu recht in de mijne.

„Moet dat echt?” zegt hij op een toon hoger dan zijn eigen stem.

„Jazeker!”

Langzaam maakt hij zijn riem los. Zijn broek blijft op de heupen hangen. Zijn hele lichaam straalt nu onmacht uit. Zijn hoofd is gebogen en zijn ogen staren nu naar de grond.

„Dokter, u valt toch wel op vrouwen?” klinkt het bloedserieus.

„Jazeker”, lach ik

Zijn broek zakt eerst naar de knieën en tergend langzaam ontmoet zijn riem daarna de enkels. Zijn onderbroek gaat nog langzamer naar beneden. Als hij voorover bukt spiekt hij met hoofd ondersteboven tussen zijn benen.

„Dit blijft wel tussen ons toch?”

Huisarts Nabil Bantal schrijft over zijn praktijk.