Cultuur

Interview

Interview

Foto Olivier Middendorp

Deze school werd streng en strikt – en een stuk beter

Interview Hans Huizer Directeur scholengroep

De Johan de Witt Scholengroep gold jaren als ‘zwak’. Deze week kreeg ze het predicaat ‘excellent’ van het ministerie. De nieuwe directeur zorgde voor rust, orde en structuur. En een dansstudio.

Leerlingen van de Johan de Witt Scholengroep op de locatie Zusterstraat lieten de directeur weten dat ze de school net een gevangenis vonden. Er was toen net een strikt regime uitgevoerd: je hebt een goede tas bij je; je gaat respectvol met elkaar om; geen geweld; je werkt hard. En in de tussenuren mag je niet naar buiten.

Inmiddels is het regime ingedaald, zegt algemeen directeur Hans Huizer. Nu vinden de jongeren het eigenlijk wel prettig, zegt hij. Orde, rust, regelmaat, structuur. Duidelijkheid. En dat de scholieren niet naar buiten mogen, zien ze nu als een voordeel, zegt hij. „Dan komen ze niet in de verleiding om rottigheid uit te halen.”

De Johan de Witt Scholengroep in de Haagse Schilderswijk heeft de afgelopen zes jaar een grote transformatie doorgemaakt. Wat eens een zwakke middelbare school was, vertelt Huizer, is een professionele onderwijsinstelling geworden. „Onze visie is nu: alles wat we doen, moet van kwaliteit zijn.”

Dat was voor zijn aanstelling in 2011 wel anders op de school. Toen bestempelde de onderwijsinspectie drie van de zeven opleidingen als zwak – de school biedt alle lagen van het vmbo aan, er is een internationale schakelklas, een havo en een vwo. Het leerlingenaantal daalde drastisch, van 2.400 naar 1.900.

Wat was er aan de hand?

We waren geen school maar een zorginstelling. Met de beste bedoelingen waren docenten vooral bezig met de problemen van de scholieren. Heel nobel. Maar van lesgeven kwam te weinig. Terwijl je een schóól bent, waar kinderen goed onderwijs dienen te krijgen. Daarnaast veranderde de maatschappij in die tijd rap. Het ging om resultaten, bij de inspectie en bij de overheid. Scholen en leerlingen moesten presteren. En dat succes moest je aantonen met keiharde cijfers en data. Dat konden wij niet.”

Hoe heeft u het tij gekeerd?

„Als eerste heb ik van de organisatie één geheel gemaakt. Er waren oorspronkelijk vijf locaties, en elke school had een eigen naam en een eigen beleid. Er kwam nu één naam en één beleid. Want iedereen deed maar wat. Moet je voorstellen; op de ene school zaten tien leerlingen in de eerste klas van de mavo, en aan de overkant van de straat zaten ook tien kinderen op de mavo, maar niemand kwam op het idee om die klas samen te voegen.”

En daarna zijn jullie docenten en leerlingen achter de vodden gaan zitten?

„De kwaliteit van het onderwijs moest omhoog, evenals de resultaten van de leerlingen. We besloten dat docenten voortaan powerpoints moesten maken van hun lessen. Nieuwe docenten moesten hun werk op zondag insturen. Heel streng en strikt. Dat vond niet iedereen even leuk. Maar het werkte wel.

Nieuwe docenten moesten hun werk op zondag insturen. Dat vond niet iedereen even leuk

„We zijn de leerlingen heel nauw gaan volgen door ze veel meer te toetsen. Zodat we exact weten wie wat kan en waar verbetering nodig is. En die striktheid is nodig. Onze jongeren hebben veel potentie. Maar 40 procent van hen heeft een leerachterstand van 2 tot 2,5 jaar. Dat komt omdat ze thuis vrijwel geen Nederlands praten. Dus we moeten aan de onderwijseisen van de overheid voldoen én die achterstand wegwerken.”

Om ze aan het leren te krijgen, hebben jullie onder meer de kluisjes weggehaald.

„We hebben de lockers destijds verwijderd. Want kinderen zeiden thuis: ‘Ik heb mijn boeken op school laten liggen, dus ik kan geen huiswerk maken’. Inmiddels zijn de kluisjes terug voor de brugklassers, omdat ze anders te zware tassen hebben. Maar aan het einde van de middag springen alle deurtjes automatisch open. En zijn de scholieren verplicht hun boeken mee te nemen.”

Uw motto luidt: als je iets doet, moet het ook goed zijn.

„We hebben een mooie school, daar horen mooie gebouwen bij. De mensen van de beveiliging, de receptie en de conciërge, iedereen loopt in bedrijfskleding. Dat geeft uitstraling. Als je binnenkomt, dan kom je ergens. En als ik aan het werk ben, draag ik een jasje. Grappig genoeg zijn alle adjuncten jasjes gaan dragen. Je ziet de cultuur op school veranderen.”

Is er nog wel aandacht voor de problemen van leerlingen?

„Ja, maar dat laten we over aan professionals. We hebben een orthopedagoog en een maatschappelijk werker in dienst. Als kinderen meer nodig hebben, gaan ze naar hulpverlening. Buiten de school. Ik wil de instanties niet binnen hebben. Dat gebeurde voorheen wel. Maar dat leidt te veel af.”

Behalve voor kennisvakken is er ook veel aandacht voor kunst en cultuur.

„We gingen vroeger eens per week met de jongeren naar een kunstinstelling – het filmhuis, het theater, het gemeentemuseum. Maar dan werd ik weer gebeld dat een leerling de vijver van het museum probeerde te dempen met straatstenen. En ik dacht: dit moet anders. Dus we hebben de professionals naar binnen gehaald, de mensen van het museum, het theater en het filmhuis geven hier nu les. En dan geldt weer: als je iets doet, doe het dan goed. Dus we hebben een kunstcampus gebouwd, met een dansstudio, een theaterlokaal, een beeldende kunstlokaal, een multimedialokaal.

„Kinderen uit de onderbouw krijgen daar elke week twee of drie uur les. De jongeren uit de bovenbouw krijgen les op de campus én bezoeken wekelijks kunstinstellingen. Ze krijgen les van professionals in een professionele omgeving. En daar komt echt talent uit voort.”