Column

Vis van Mona Keijzer

Ik was gevraagd een column over ‘mantelzorg in de breedste zin van het woord’ voor te dragen op een bijeenkomst van Sociaal Domein Noord-Holland in het Van der Valk Hotel in Haarlem-Schalkwijk. Vooraf was er contact met meerdere dames van de organisatie, een van hen zei: „Trek het maar lekker breed, trek het maar zo breed als je zelf wilt…”

Nou, het ging gewoon over mijn bejaarde moeder uit Velp en om het nog wat breder te trekken ook nog over mijn broer die een oog mist en hoe ze daar in winkels in Arnhem op reageren. Na afloop, ik bleef op verzoek ‘rondhangen’, zei een ambtenaar: „Ik onderging uw tekst welwillend.”

Hij zei erbij dat het een compliment was.

Daarna werd ik omsingeld door mensen die iets met de regio Arnhem hebben en daarover wilden praten.

„Ik heb daar gewoond”, zei een man met een bril. „Heuvelachtig.”

Openingszin van een vrouw die in vorig leven vis verkocht in Velp: „Kennen wij elkaar soms van de viskraam op het pleintje in het dorpshart?”

Nee, vrouw die er ooit vis verkocht, daar had ik je nooit gezien.

Het was Mona Keijzer, de nummer 2 van het CDA, die ze ‘de geranium van WNL’ noemen omdat ze bijna dagelijks in haar feestjurk aanschuift in Goedemorgen Nederland.

Die Mona bleek dus ook een lelijke kras te hebben opgelopen: ze had in haar puberteit van haar Volendamse ouders vis moeten verkopen in het verre Velp.

„Bij Vis Van Verkuil?”, vroeg ik.

„Nee, met een eigen kar”, zei Mona. „Ik was in de leer bij een vishandelaar in Arnhem, die stuurde me iedere morgen door weer en wind met een viskar naar Velp.”

Net toen we die korst wilden afkrabben, werden we onderbroken door een vrouw die schreeuwend zei dat ze had ondervonden dat ‘de zorg’ nergens zo slecht was als in de regio Arnhem-Velp, en dat haar man freelance-journalist is en dat we daar binnenkort meer over zouden lezen.

De vrouw: „De zorg is er veel slechter dan in Noord-Holland. Mijn man gaat dat aankaarten!”

Mona Keijzer: „Niemand in Velp kocht vis!”

De vrouw: „Die regio scoort echt bereslecht.”

Mona Keijzer: „Van Arnhem naar Velp is zeven kilometer, ik voel het nog in mijn kuiten.”

Om de scène af te maken, belde mijn moeder met de mededeling dat er in Velp nog steeds sneeuw op de stoep lag. Ik gooide het in de groep, het verbaasde niemand.