Recht & Onrecht

De politie moet alles tegelijk en daar nog beter in worden ook

De politie is verwikkeld in een hausse aan veranderingen. Maar eerst wachten op een ‘visie’ is riskant. In de Politiecolumn pleit Kees van der Vijver voor een pragmatische aanpak, stap voor stap, met de praktijk voorop.

Er verandert de laatste tijd wel veel bij de politie. In de eerste plaats het werk. De veiligheidsproblemen ontwikkelen zich snel en oude werkwijzen volstaan niet meer. Terrorisme, internetcriminaliteit (fraude, porno, sexting), internationale misdaad, georganiseerde misdaad, immigratiestromen, mensenhandel en –smokkel, noem maar op. Ze nemen toe in omvang en complexiteit.

De aanpak is vaak zeer arbeidsintensief, complex en vereist samenwerking tussen vele partijen. Zoals bij de georganiseerde misdaad, die zich zo langzamerhand op een welhaast maffia-achtige wijze lijkt in te vlechten in de bovenwereld. En nog nooit is preventie zo belangrijk geweest als bij het voorkomen van terroristische aanslagen. De aanpak van die problemen vergt nieuwe deskundigheden. Die moeten worden bedacht,  ontwikkeld en ingevoerd.

Intussen is de roep om veiligheid op de traditionele werkgebieden niet afgenomen. Als de politie het laat liggen op terreinen van noodhulp, wijkveiligheid, verkeersveiligheid en traditionele misdaad, dan ontstaat er onvrede.  Onveiligheid is er van wijk tot wereld, en alles is belangrijk.

De politie moet altijd meer

Dit gebeurt in een samenleving waar sprake is van een divergentie van normen en een veel gesignaleerde polarisatie, die niet alleen gevolgen hebben voor de inhoud van politiewerk, maar ook voor wat ‘goed politiewerk’ wordt gevonden. Vaak zijn er discussies rond thema’s als discriminatie, agressie en geweldgebruik. De mediatisering en het gebruik van sociale media maken niet alleen een voortdurend kritisch volgen mogelijk, maar ook uitdagen en plagen. En zij kunnen zelfstandig leiden tot nieuwe (veiligheids-)problemen. Die worden op nieuwe manieren ‘geframed’ waardoor zij een andere inhoud kunnen krijgen, die nogal ver afstaat van de juridische definities van de politie.

De houding tot de politie verandert ook. Die wordt kritischer. De samenleving neemt minder genoegen met wat haar wordt aangeboden. De verwachtingen van de bevolking zijn toegenomen en worden nadrukkelijker geventileerd. En als daaraan niet wordt voldaan, is men snel geneigd om actie te ondernemen, om eisen kracht bij te zetten of zelf aan de slag te gaan (eigen onderzoeken initiëren, in beroep gaan, of via de media aandacht vragen). Overal valt te horen dat de politie méér moet. Ook in de politiek.

Nationaliseren is ook terugtrekken

De nationalisering van de politie komt daar nog eens bij. Die reorganisatie heeft tot gevolg dat de politie nieuwe evenwichten moet vinden in sturings- en werkprocessen. De politiek en de minister van Veiligheid en Justitie spelen daarbij een nadrukkelijker rol en ook daar moeten nieuwe wegen worden gevonden. De gemeenten staan op een steeds grotere afstand tot de politie (die zich al gedeeltelijk terugtrok), waardoor nieuwe gemeentelijke politiekorpsen in opkomst zijn – hoewel ze nog niet zo mogen heten. De politie is van oudsher altijd sterk lokaal georiënteerd geweest, en op het terugtrekken is nog lang geen afdoende antwoord gevonden.

Al deze veranderingen vereisen een brede heroriëntatie. Dat betekent zoeken naar nieuwe wegen.  Natuurlijk is de politie daar al mee bezig. Toch stelde korpschef Akerboom onlangs dat er nog veel werk moet worden verzet. Maar hoe? Marnix Eysink Smeets schreef deze week in zijn column op nrc.nl dat de reorganisatie van de politie zonder een grondig onderzoek is gestart. Dat klopt, erg genoeg. Hij stelde dat er vóór alles een visie nodig is als leidraad bij de ontwikkelingen.

Natuurlijk, dat heeft iets aantrekkelijks. Het biedt houvast. Toch twijfel ik aan die aanpak. De veiligheidsproblematiek is zo omvattend en divers, en er zijn zoveel partijen bij betrokken dat het formuleren ervan veel tijd en overleg zal vergen. Met als risico dat het leidt tot een serie vage algemeenheden òf tot meningsverschillen. Met beide kun je geen kant uit. En de kans dat zo’n visie maar gedeeltelijke antwoorden geeft en alweer is achterhaald voordat hij is vastgesteld is levensgroot. In de veiligheidszorg zijn er niet zo veel positieve ervaringen mee.

Neem het werk als focus

Ik pleit voor een andere, meer pragmatische benadering: neem het politiewerk als uitgangspunt. Benoem een (beperkt) aantal centrale thema’s en stel de verbetering van de politiële professionaliteit binnen die thema’s aan de orde. Stimuleer dat de leiding van de politie zich daar intensief mee gaat bemoeien. Zaken als publiek management en bestuurlijk handelen moeten even naar het tweede plan. Als tweede punt verdient de verhouding met gezagsdragers en politiek aandacht. Dat mag geen spel van vrije krachten blijven.

Er valt nog een hoop te doen… En pleisters plakken blijft het toch.

De Politiecolumn verschijnt wekelijks en wordt geschreven door deskundigen uit de politiewereld.

Blogger

Kees van der Vijver

Kees van der Vijver (1948), was hoogleraar Politie- en Veiligheidsstudies aan de Universiteit Twente, tevens directeur Instituut voor Maatschappelijke Veiligheidsvraagstukken van de UT. Daarvoor werkte hij als directeur Stichting Maatschappij en Veiligheid, commissaris van politie in Amsterdam, wetenschappelijk onderzoeker ministerie van binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties en inspecteur van politie in Velsen.