Column

De elite

Hoewel ik besef dat het gevaar levensgroot aanwezig is dat u onmiddellijk stopt met lezen als ik dit al in de eerste zin onthul, hecht ik eraan eerlijk te zijn en u ervoor te waarschuwen dat deze column gaat over het slechtst denkbare en walgelijkste onderwerp dat er is: de elite. Het is zo zoetjesaan gemeengoed geworden dat de elite zich schuldig maakt aan de verschrikkelijkste praktijken, zoals wegkijken, vergoelijken en zichzelf feliciteren. De elite haalt haar neus op voor de wil van het volk en weigert botweg te luisteren als het zegt dat ze allemaal moeten oprotten of dat ergens een piemel in moet. Nee, werkelijk, je kunt tegenwoordig nog beter toegeven dat je pedofiel bent of, erger nog, de laatste stemmer op de PvdA, dan dat je van jezelf zegt dat je deel uitmaakt van de elite. Dan behoor je, conform de paradoxale Umwertung aller Werten, tot de allerlaagste menssoort.

De reden waarom ik de elite toch, met de grootst mogelijke tegenzin, geloof me, ter sprake wil brengen in deze column, is dat ik ervan overtuigd ben geraakt dat er grote verwarring heerst over de vraag wat de elite nu eigenlijk is. In feite verwijst het begrip naar twee onderling volslagen verschillende groepen. Een groot deel van alle politieke ontwikkelingen in binnen- en buitenland valt terug te voeren op het onvermogen om deze twee verschillende elites uit elkaar te houden. Ik zal uitleggen wat ik bedoel.

Het duidelijkste voorbeeld is de meest recente verkiezingscampagne in de Verenigde Staten. Zowel Bernie Sanders als Donald Trump presenteerden zich als kandidaten die zich tegen de elite keerden. Beiden hadden het voorzien op Hillary Clinton, die het symbool was van die elite. Veel aanhangers van Sanders hebben, nadat hij was afgevallen, op Trump gestemd. Maar hun beider programma’s en ideeën waren diametraal tegenovergesteld. Hoe is dat mogelijk? Dat komt doordat er twee elites zijn en omdat Sanders zich tegen een andere elite keerde dan Trump.

Aan de ene kant heb je de economische elite, de multinationals en de belangen van Wall Street. Dat is de elite die verantwoordelijk is voor de groeiende ongelijkheid, voor speculatie die soevereine staten zoals Griekenland op de rand van de afgrond brengt en voor de ondergang van banken die met publiek geld gered moeten worden.

Aan de andere kant heb je de culturele elite die nog altijd gelooft in de multiculturele samenleving, die denkt dat terrorisme geen excuus mag worden voor inperking van vrijheden en burgerrechten en discriminatie van moslims en die aandringt op een menswaardige opvang van vluchtelingen.

Dit zijn twee zeer verschillende groepen die het onderling duchtig oneens zijn. Leden van de culturele elite staan vaker wel dan niet uiterst vijandig tegen de almacht van het grootkapitaal, terwijl leden van de economische elite meestal niets moeten hebben van multiculturele praatjes, islamieten of gelukszoekers.

Er wordt vaak gesproken over het hoefijzermodel, volgens welke de beide uitersten van het politieke spectrum, extreem links en extreem rechts, elkaar raken. Het punt waar zij elkaar zogenaamd raken, is het punt waar verwarring optreedt tussen de twee verschillende elites waartegen zij zich keren.

Ik denk dat het belangrijk is om deze beide sentimenten uit elkaar te halen. Dat gezegd zijnde, durf ik best te bekennen dat ik behoor en wens te behoren tot de culturele elite en dat dat dus geenszins wil zeggen dat ik geen begrip kan opbrengen voor mensen die woedend zijn op de beschermde positie van banken en privileges van multinationals.

Ilja Leonard Pfeijffer is schrijver en dichter.