Bittere strijd tussen ‘dromer’ en ‘realist’

Slotdebat socialisten

De Franse socialisten zijn diep verdeeld tussen de linkervleugel van Hamon en de ‘bestuurders’ van Valls. Maar het slotdebat bleef beschaafd.

Foto’s Bertrand Guay / Reuters

Er was een officiële waarschuwing van de bovenbaas van de Parti Socialiste voor nodig om te voorkomen dat de partij uiteen zou spatten, nog voordat een presidentskandidaat gekozen was. Enkele uren voor het slotdebat woensdag tussen Benoît Hamon, winnaar van de eerste ronde van de linkse Franse voorverkiezingen, en Manuel Valls, veroordeelde eerste secretaris Jean-Christophe Cambadélis de „uitbarsting” van verwijten over en weer. „Op dit onzekere moment is eenheid onze eer”, schreef hij.

Het waren vooral steunpilaren van oud-premier Valls die sinds zondag genadeloos tekeer gingen tegen Hamon, de vertegenwoordiger van de meest linkse partijvleugel. Zijn plannen voor een basisinkomen van 700 euro waren volgens hen „onrealistisch” of domweg te duur. Hamons houding in het terrorismedebat of rond de verdediging van de laïcité, de strikte Franse scheiding van kerk en staat, was volgens hen „ambigu”. Een minister noemde Hamon in de krant Libération anoniem „kandidaat van de Moslimbroederschap”.

In het twee uur durende debat hielden de „dromer” en de „realist” het beschaafd. Hamon en Valls tutoyeerden elkaar, maakten grapjes en de voor een deel van de PS te strenge Valls spande zich zichtbaar in om af en toe vriendelijk te lachen. Maar het verschil tussen de botsende visies op wat links vermag, bleef overduidelijk.

Dat zit vooral in vragen rond de economie en de arbeidsmarkt. Door te pleiten voor een basisinkomen voor iedereen – ook voor L’Oréal-erfgenaam Liliane Bettencourt, herhaalt Hamon steeds – legt de oud-minister van Onderwijs zich in de ogen van Valls te makkelijk neer bij het idee van krimpende werkgelegenheid. „Ik wil geen visie die in feite zegt dat werk zou verdwijnen”, zei Valls, die zich „kandidaat van de loonstrookjes” noemde. „Wat de Fransen willen, is méér werken.”

Hoewel in 2016 de Franse werkloosheid voor het eerst in acht jaar is gedaald, zijn er tijdens het presidentschap van Hollande sinds 2012 zo’n 600.000 werklozen bijgekomen. Door de digitale revolutie verdwijnt 10 procent van de Franse banen, citeerde Hamon uit een OESO-rapport: dan kun je maar beter aan een nieuw sociaal model denken. Hij wil de 300 tot 450 miljard euro die zijn plan per jaar kost, onder andere financieren uit verhoging van bedrijfsbelastingen, zoals op robots.

Maar het blijft onduidelijk wat Valls daar tegenoverstelt, anders dan het nog altijd niet erg succesvolle beleid van de laatste jaren. Terwijl hij in december zijn campagne begon als de man die de partij ging verenigen, is hij inmiddels de uitdager geworden wiens enige plan „het kritiseren van de tegenstander” is, analyseerde Le Monde.

Wat de bestuurders in zijn kamp voor alles willen voorkomen is de „Corbynisation” van de PS, zoals minister Laurence Rossignol (Vrouwenrechten) het noemde. Dat wil zeggen: zoals Labour in het Verenigd Koninkrijk onder Jeremy Corbyn een partij is „die zichzelf geruststelt op het niveau van de waarden, maar het niet meer nuttig vindt om te regeren”.

Wie zondag ook wint, de PS zal de winnaar steunen, schreef Cambadélis ter geruststelling in zijn brief. Dat lijkt evident, maar is het niet. Valls heeft nog altijd niet expliciet gezegd dat hij Hamon zal steunen als die ook aanstaande zondag de meeste stemmen krijgt. „Het beste dat we kunnen hopen is niet een valse rassemblement (samenkomst) achter de winnaar, maar de stilte van de verslagenen”, zegt Gilles Finchelstein van de denktank Jean Jaurès, die de bestuurderskoers van de PS uitdacht. Dat is een teken, zegt hij, van de ernst van de problemen. „Misschien dat de verliezers even met vakantie kunnen.”