Opinie

    • Pieter van Os

Beeldleugens

Mensen horen wat ze willen horen, natuurlijk, maar ze zien ook wat ze willen zien. Dat bleek deze week mooier dan ik het in lange tijd heb gezien, in een onderzoek dat twee wetenschappers in de dagen na de inauguratie van Donald Trump verrichtten. Ze vroegen aan 1.388 Amerikanen om twee foto’s te bekijken. Beide zijn genomen op 20 januari, kort voor de plechtigheid. Foto A is van dit jaar, Foto B van acht jaar terug, toen Barack Obama werd ingezworen. De wetenschappers, Brian Schaffner en Samantha Luks, stelden een eenvoudige vraag. Op welke foto staan meer mensen?

Het verschil is groot. Iedereen die bij zijn volle verstand is ziet dat er meer mensen zijn te zien op foto B dan op foto A.

Toch niet.

Van de respondenten die op Trump hebben gestemd, zei maar liefst 15 procent dat foto A meer mensen toont. Verder beweerde nagenoeg niemand dat. Foto A is die van dit jaar.

De wetenschappers stonden perplex en concludeerden somber: „Als een significant deel van Trumpaanhangers bereid is duidelijke verzinsels te geloven, en te zien, dan wordt het lastig die te weerspreken met feiten.”

Via sociale media werd eraan herinnert dat tot voor kort de relativering van feiten - bestaat er wel zoiets als een feit? - vooral het domein was van postmoderne filosofen en hun liefhebbers, wier politieke sympathieën eerder op de linker- dan de rechterflank van het politieke spectrum liggen. Sinds Trumps woordvoerder het begrip „alternatief feit” heeft gebruikt om Trumps bewering te onderbouwen dat er meer publiek naar zijn inauguratie was gekomen dan naar die van Barack Obama, is dat verleden tijd. Noem de relativering van objectiviteit ‘gezonken cultuurgoed’.

Al wordt die wel selectief toegepast. Journalist Wierd Duk twitterde deze week: „Zo grappig dat journalisten denken geen standpunt in te nemen. De invalshoek is al een standpunt. De toon, feitenselectie, kop.” Helemaal waar natuurlijk. Overal is bias. Maar toen een mensenrechtenadvocaat aan Duk vroeg of dit ook voor hem gold, zei hij: „nee.” Bij hem geen bias.

Ik denk aan die respondenten die meer mensen op foto A zien. Ik begrijp dat zij hechten aan ‘alternatieve feiten’. Dat zou niet zo droevig zijn als ze het niet zouden ontkennen. Lange leve het erkende alternatieve feit. Noem het kunst.

    • Pieter van Os