Kuzu vroeger: ambitieus, energiek, ijdel en… onopvallend

DENK-leider Tunahan Kuzu

In zijn Rotterdamse jaren viel de nu zo spraakmakende politicus nauwelijks op en was van zijn Turkse afkomst niets te merken, zeggen mensen die hem hebben meegemaakt.

Foto Bart Maat/ANP

Tunahan Kuzu had afgelopen zondag vertrouwde grond onder de voeten. In de Yeni Camii (‘nieuwe moskee’) in Maassluis sprak het 35-jarige Tweede Kamerlid een zaal vol mannen toe over de Kamerverkiezingen op 15 maart. Onder het motto ‘Denkend aan Nederland’ voert Kuzu campagne als politiek leider en lijsttrekker van de ‘beweging’ Denk.

De in het oog lopende moskee ligt aan een rotonde die de Westlandseweg opdeelt in stuk dat naar het westen voert en een stuk in oostelijke richting. De symboliek van deze plek zal Tunahan Kuzu niet zijn ontgaan.

Hij groeide op in Maassluis, aan de Nieuwe Waterweg. Het was hier dat vader Kuzu, die in de Rotterdamse haven werkte alvorens imam te worden, de jonge Tunahan voor de keuze stelde die allesbepalend bleek voor zijn verdere levensloop.

Op verschillende plekken vertelt Kuzu het verhaal dat hij op een dag thuiskomt met een slecht rapport. In de versie op de site van Denk pakt de vader hem bestraffend bij zijn oor. De boodschap: „Tunahan, als je nog eenmaal met zo’n rapport thuis komt, ga je naar het Westland om er in de kassen te werken. Als je je best doet, kun je naar Rotterdam voor een kantoorbaan.”

Dat laatste werd het wenkend perspectief: Tunahan Kuzu ging zijn stinkende best doen op het Stedelijk Gymnasium Schiedam en schreef zich na het behalen van zijn diploma in voor het avondprogramma Bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit, een studie die hij in 2007 succesvol afsloot met de scriptie ‘Verdieping in vraagsturing’. Het kantoorleven leerde hij kennen bij PriceWaterhouseCoopers.

Zijn vader had wel naar het westen en naar het oosten gewezen, maar het was kennelijk niet in hem opgekomen dat de uiteindelijke bestemming van zijn zoon wel eens ten noorden van Maassluis zou kunnen liggen. Na vier jaar Rotterdamse gemeenteraad voor de PvdA, waar hij in 2002 „uit overtuiging” lid van was geworden, lonkte het Haagse Binnenhof.

Trots op identiteit

Dat hij in het Turkse Istanbul werd geboren, was toeval. Zijn ouders waren er met vakantie, de kleine Tunahan kwam te vroeg ter wereld. Zijn grootouders hadden al in de jaren zestig Turkije verruild voor Nederland.

„Mijn geboorteplaats maakt me bewust van mijn achtergrond. Het hoort bij mijn identiteit, ik ben er trots op”, zei Kuzu in 2015 tegen dagblad Trouw. In de eerste jaren van zijn studietijd was hij penningmeester van de National Assembly of Turkish Dutch Students, belangenbehartiger en spreekbuis voor Turks-Nederlandse studenten in het hoger onderwijs. Ook was hij lid van de Turkse studentenvereniging Mozaik die ‘de integratie van Turkse studenten in de Nederlandse gemeenschap’ hoog in het vaandel heeft. Opmerkelijk, want in het verkiezingsprogramma van Denk staat: „Integratie geldt voor nieuwkomers, niet voor mensen die hier zijn geboren en/of getogen.”

Was Tunahan Kuzu altijd al zo uitgesproken, zo zelfbewust en zo ambitieus? Noch op het Stedelijk Gymnasium in Schiedam noch aan de universiteit blijken er scherpe herinneringen aan hem. Wie zich hem nog wel helder voor de geest kan halen, is professor Rinus van Schendelen. Hij wordt in Kuzu’s scriptie „in het bijzonder” bedankt voor „een gouden tip […], door aan te geven dat ik mijn transnationale netwerken moest gebruiken en daar mijn werk van moest maken.”

Noch op het Stedelijk Gymnasium in Schiedam noch aan de universiteit blijken er scherpe herinneringen aan hem

„Ik heb Kuzu gezegd dat je vanuit die invalshoek geografisch veel ruimer moet denken,” zegt Van Schendelen. „Dat is wat transnationaal betekent. Hij heeft er volgens mij in zijn carrière verder niets mee gedaan. Hij bekijkt de zaken vanuit zijn Turkse achtergrond, maar dat is niet transnationaal, dat is bilateraal.”

Van Schendelen herinnert zich de student Kuzu als leergierig en beleefd. „Hij zat tijdens college altijd voorin. Dacht ik toen al dat we nog van hem zouden horen? Hij behoorde zeker tot de tien procent betere studenten”.

Volgens Leo Bruijn, sinds 2006 lid en nu fractievoorzitter van de raadsfractie van de PvdA, „kende niemand hem”. Hij herinnert zich de gedrevenheid waarmee Kuzu campagne voerde. „We liepen om half negen ’s avonds nog op straat om mensen op te roepen om te gaan stemmen voordat de stembureaus zouden sluiten. Hij bleef maar doorgaan, enorm energiek. Hij kreeg 874 stemmen, dat waren er te weinig. In 2008 is hij toch in de gemeenteraad gekomen, bij de verkiezingen van 2010 werd hij met 1.720 voorkeurstemmen verkozen.”

„Een echte PvdA’er,” zegt Jos Verveen die in 2010 raadslid werd voor D66. Dat wil voor Verveen zoveel zeggen als „redelijk loyaal” aan het college. „Iedereen op het stadhuis weet dat de PvdA mensen met een niet–Nederlandse achtergrond lager op de lijst zet, waardoor ze zich met voorkeurstemmen omhoog moeten werken. Bij de PvdA word je geacht om je te committeren aan de partijlijn. Kuzu schroomde niet om persoonlijk te worden, maar hij hield er altijd rekening mee of iemand coalitie- of partijgenoot was. Zo’n aanval op Aboutaleb heb ik hem nooit zien doen toen hij in de raad zat.” Kuzu viel de burgemeester af nadat deze had gezegd „rot toch op” over Nederlanders die met de daders van de aanslag op Charlie Hebdo sympathiseerden.

Voorkeursstemmen

Dat hij in 2012 een gooi deed naar een zetel in de Tweede Kamer was „voor ons een begrijpelijke stap,” zegt PvdA’er Leo Bruijn. „Waar hij ons mee verraste was het aantal van 23.067 voorkeurstemmen waarmee hij werd verkozen. Dat was voor de PvdA ongehoord.” Met 5.262 stemmen uit zijn eigen stad was hij in die parlementsverkiezingen de best scorende Rotterdammer.

„Om aan dat grote aantal voorkeurstemmen te komen, heeft hij zich moeten verbinden aan zijn Turkse achterban,” zegt Duco Hoogland, in 2006 gekozen in de gemeenteraad en vanaf 2010 medewerker van wethouder Hamit Karakus. Hij ging tegelijk met Kuzu naar de Tweede Kamer. Ze waren jarenlang bevriend, maar in de fractie begon het Hoogland al snel op te vallen dat Kuzu zich steeds meer richtte op Turkse belangen.

Nadat Kuzu uit de Kamerfractie was gezet (volgens sommigen) of gestapt (volgens Kuzu zelf) na kritiek op het integratiebeleid van minister van Sociale Zaken en partijgenoot Lodewijk Asscher is hij ‘verhard’, zo valt uit zijn omgeving te vernemen. Hij voelde zich miskend, slecht behandeld en kreeg het gevoel ‘ze moeten ons niet’ en ‘als je geen ja knikt, hoor je er niet bij’. Kuzu zat klem tussen zijn loyaliteit aan de PvdA en aan zijn Turkse achterban. Ook botste het met de seculiere sociaal-democraten vanwege zijn geloof; Kuzu is praktiserend moslim.

Kuzu zat klem tussen zijn loyaliteit aan de PvdA en aan zijn Turkse achterban

Leo Bruijn hem later nog een keer tegen. „Ik zei: ‘Als je opstapt, moet je je zetel inleveren.’ ‘Je wilt niet weten hoe ze ons behandeld hebben,’ zei hij.”

Kuzu is sinds zijn breuk met de Pvd A geliefder dan ooit onder de circa 70.000 Turkse Nederlanders in Rotterdam en omgeving. Hij is ‘een van ons’. Niet voor niets vestigde Denk zijn partijbureau in de Rotterdamse thuisbasis, aan de Schiekade. Kuzu’s achterban, vooral te vinden in Zuid en West, is conservatief en nationalistisch, pro-Erdogan en pro-Turks. Kuzu bekritiseert Turkije of president Erdogan nooit. Dat is ‘strategisch’, klinkt het in zijn omgeving. Kritiek zou politieke zelfmoord zijn.

Iemand die hem uit zijn Rotterdamse tijd goed kent, maar niet in de krant wil zegt: „Tunahan is geen nationalist. Geloof is belangrijker dan natie. Hij gedraagt zich eerder als een islamist, bijvoorbeeld door Netanyahu geen hand te geven. Dat is populistisch, politieke islam. Ik herken hem niet.”

Verschuiven

De Turkse moskeeën in Rotterdam zetten zich voor Kuzu in. Ook zijn banden met de vele andere Turkse organisaties, zoals Dyanet en Milli Görüs, zijn hierdoor sterk. Maar of Kuzu al die potentiële aanhang straks weet te vertalen in Kamerzetels, is de vraag. De meeste Turkse Nederlanders volgen de Nederlandse politiek niet, wel die in Turkije.

Hoewel Kuzu sterk leunt op de Turks-Nederlandse aanhang, onderstreept hij ook altijd: wij zijn Nederlanders.

Jos Verveen, van D66, zegt: „Hoe hij het nu doet, is typisch Kuzu. Denk zegt van de verbinding te zijn, hij weet dat hij daarmee iets te pakken heeft in de samenleving, want discriminatie is een thema, ook in de stad.”

Speelde zijn Turkse achtergrond mee in zijn politieke werk in de gemeenteraad? „Daar heb ik nooit iets van gemerkt,” zegt Leo Bruijn. „Er waren er die veel meer op een Turks netwerk leunden. De Turkse politiek kwam nooit ter sprake. Zijn loyaliteit lag bij de PvdA.” Daar stond hij bekend als verbinder en verzoener. Over integratie, racisme en discriminatie – zaken die nu zijn politieke agenda bepalen – had hij geen uitgesproken standpunten.

In de Tweede Kamer zag fractiegenoot Duco Hoogland de loyaliteit van Tunahan Kuzu echter verschuiven. Een kennis zegt: „Hij was in Rotterdam niet zo opvallend, maar de latere omstandigheden hebben hem opvallend gemaakt”.