Commentaar

Aftreden was de enige weg voor minister Van der Steur

Met zijn aftreden heeft minister Van der Steur (Veiligheid en Justitie, VVD) gedaan wat hij moest doen. Na de jongste onthullingen deze week over zijn rol rondom de ‘Teevendeal’ annex ‘bonnetjesaffaire’ was hij in een onmogelijke positie komen te verkeren. Dat bleek ook tijdens het debat in de Tweede Kamer dat donderdag werd gevoerd. steun kreeg Van der Steur eigenlijk alleen maar van zijn eigen partij, de VVD.

Het valt te prijzen dat de minister heeft gekozen voor de koninklijke weg. Hij is het debat aangegaan, maar trok na de eerste ronde van de Tweede Kamer zijn conclusie. Niet omdat Van der Steur het eens was met de kritiek op hem, integendeel. Maar omdat hij voelde dat zijn antwoorden er niet meer toe deden en velen het politieke oordeel reeds geveld hadden.

Het staat Van der Steur vanzelfsprekend vrij bij zijn eigen opvatting over de gang van zaken te blijven. Maar dat het grootste deel van de Kamer uitermate kritisch was is wel te begrijpen. En dan gaat het niet eens zozeer over de laatste onthulling van deze week waaruit bleek dat Van der Steur als Kamerlid nog meer wist dan aanvankelijk aangenomen. Het is vooral het patroon van onvolledige informatie en dubbele rollen dat met deze affaire samenhangt. Een affaire die al eerder het hoofd van een minister van Veiligheid en Justitie eiste, waarbij ook de staatssecretaris vertrok.

Minister Van der Steur begon in maart 2015 als opvolger van de voortijdig vertrokken Ivo Opstelten (VVD) al beschadigd. Als Tweede Kamerlid voor de VVD was hij volop betrokken geweest bij de schimmige bewegingen die zo kenmerkend waren voor de verantwoording over de transacties die staatssecretaris Teeven (VVD) eerder in zijn rol als officier van justitie met een drugscrimineel had gemaakt. Op het moment van zijn benoeming was bekend dat Van der Steur als Kamerlid zijn partijgenoot-minister had geadviseerd over de wijze waarop deze de kritische Tweede Kamer kon beantwoorden.

De VVD-top, inclusief premier Mark Rutte, heeft dus twee jaar geleden bewust een risico genomen door uitgerekend Van der Steur met zijn dubieuze betrokkenheid voor deze functie naar voren te schuiven. Het leidde eind 2015 al tot politiek koorddansen voor de minister naar aanleiding van het onderzoeksrapport van de commissie-Oosting naar de bonnetjesaffaire. Er was niet veel meer voor nodig om het krediet te verspelen. Zoals donderdag in het debat gebleken.

Voor de coalitie hoeft dit vertrek zo kort voor de verkiezingen weinig te betekenen. Maar voor het aanzien van de politiek in zijn geheel is deze kwestie des te schadelijker.