Commentaar

Wie moet inburgeren moet wél de mogelijkheid krijgen

Het is een telkens terugkerende vraag in het onderwijs: zeggen slechte slagingspecentages iets over het niveau van de leerlingen of over het geboden onderwijs? Dit speelt nu ook bij het onderzoek van de Algemene Rekenkamer naar de resultaten van de Wet inburgering. De conclusies van de Rekenkamer zijn zonder meer onthutsend: de in 2013 ingevoerde nieuwe wet, die de wet uit 2007 verving, levert de helft minder geslaagden op dan de eerste wet. Die nieuwe wet was destijds juist nodig vanwege de achterblijvende resultaten.

Het kan natuurlijk zijn dat het niveau van de asielmigranten, die zich de afgelopen jaren voor een inburgeringexamen hebben gemeld, is gedaald. Maar gezien de bevindingen van de Rekenkamer moet de oorzaak van de achterblijvende resultaten vooral worden gezocht bij de aanbieders van de cursussen die voorbereiden op het inburgeringexamen en bij de organisatie erom heen. De nieuwe wet blijkt een typisch geval van goedkoop is duurkoop.

Als van de groep migranten die in 2013 „inburgeringsplichtig” werd drie jaar later nog maar een derde deel binnen de daarvoor beschikbare termijn is geslaagd, is er iets grondig mis. Eveneens verontrustend is de constatering van de Rekenkamer dat het ministerie van Sociale Zaken, eerstverantwoordelijk voor de uitvoering, nauwelijks zicht heeft op de resultaten. Aandacht voor uitvoering van het beleid blijft in Den Haag een ondergeschoven kind.

Inburgering is de eerste stap naar integratie. De vrijblijvendheid waarmee dit vroeger gepaard ging, is terecht weg. Rechten vereisen plichten. Dat geldt ook voor mensen die zich in Nederland willen vestigen. De volgende stap is dat degenen van wie die plicht wordt gevraagd, dit ook mogelijk wordt gemaakt. Hier ging het in 2007 mis, met als gevolg een nieuwe wet. Maar tien jaar later is het ondanks de nieuwe wet dus nog steeds mis. Een forse bezuiniging in 2011 en de introductie van marktwerking in 2013 hebben volgens de Rekenkamer bijgedragen aan de tegenvallende resultaten.

Een belangrijk element van de nieuwe wet was het zwaardere accent dat op eigen verantwoordelijkheid werd gelegd. In de voorbereidende consultatiefase van de wet was al gewaarschuwd dat van dit principe te veel verwacht werd. Juist kwetsbare groepen hebben aanvankelijk ondersteuning nodig om eigen verantwoordelijkheid mogelijk te maken.

Zeker, qua ondoorzichtigheid, ontoegankelijkheid en onbegrijpelijkheid is de aanmelding voor een inburgeringscursus en de aansluitende „scholingsindustrie” een prima voorbereiding op het leven in Nederland. Maar toch kan dat niet de bedoeling zijn.