Tunesië woelt in zijn folteringverleden

Waarheidscommissie

Zes jaar geleden kwam sterke man Ben Ali ten val. Nu probeert Tunesië in het reine te komen met de misdaden die onder diens regime zijn begaan. Slachtoffers van martelingen huilen en getuigen: ,,Ik heb veel met u te delen.”

Een man veegt zijn tranen weg terwijl hij met familieleden van slachtoffers van het Tunesische regime een live-uitzending bekijkt van de getuigenissen van de slachtoffers. Deze getuigenissen, gedaan voor de waarheidscommissie, werden op televisie uitgezonden. Foto AFP

Hamida El Ajangui, 46, krijgt het moeilijk wanneer zij vertelt hoe zij op 21-jarige leeftijd naakt ondersteboven werd gehangen in aanwezigheid van een twintigtal mannelijke agenten. In Tunesië staat dat bekend als de ‘poulet roti’-positie: de gebraden kip.

El Ajangui veegt haar ogen droog en neemt een slok water. „Mijn excuses”, zegt ze tegen de honderden aanwezigen in de conferentiezaal in Tunis, en tegen de miljoenen Tunesiërs die thuis zitten te kijken. „Ik ben niet naar hier gekomen om te huilen. Ik heb heel veel met u te delen.”

Het is 17 december 2016, precies vijf jaar nadat Mohammed Bouazizi met zijn zelfverbranding de opstand tegen president Ben Ali op gang bracht. El Ajangui is vanavond de laatste getuige op de derde publieke hoorzitting van de Tunesische Waarheids- en Waardigheidscommissie (IVD).

De hoorzittingen zijn het zichtbare deel van het werk dat de IVD sinds 2014 grotendeels achter de schermen uitvoert: het documenteren van de schendingen van de mensenrechten en de corruptie onder het bewind van president Zine el-Abadine Ben Ali en diens voorganger Habib Bourguiba.

De hoorzittingen zijn ook online te bekijken op de (Franstalige) website van de waarheidscommissie

Zelfverrijking

De zittingen begonnen op 17 en 18 november in de Club Elyssa, een voormalige nachtclub in het chique Sidi Bou Said waar Ben Ali’s vrouw Leila Trabelsi vroeger gasten ontving. Het was een symbool voor de zelfverrijking door Ben Ali en zijn schoonfamilie. Latere zittingen in december en januari werden gehouden in een banaal kantoorgebouw bij de luchthaven van Tunis.

De afgelopen twee jaar zijn bij de IVD meer dan 60.000 dossiers ingediend, waarvan er ruim 18.000 zijn behandeld. Er zijn 616 gevallen van moord, de meeste slachtoffers van de repressie tegen de opstand van 2010-2011, en meer dan 10.000 van foltering.

Rond de 60 procent van de slachtoffers komt uit het fundamentalistische milieu. Dat is niet verwonderlijk. In 1991 had Ben Ali de partij Ennahda in de ban gedaan; duizenden sympathisanten werden gearresteerd. Hamida El Ajangui was zo’n fundi. Zij kwam in actie tegen het verbod op de hoofddoek op publieke plaatsen, dat al sinds 1981, nog onder de vroegere president Bourguiba, van kracht was.

Hamida El Ajangui tijdens haar hoorzitting op 17 december.

Dat vrouwen, zeker streng-religieuze vrouwen als Al Ajangui, in het openbaar getuigen over hun ervaringen is niet vanzelfsprekend. „Vandaag nog heeft een vrouw op het laatste moment afgezegd”, zegt Ibtihal Abdelatif, voorzitster van het vrouwencomité van het IVD, in de coulissen van de hoorzitting. „Haar man pleegde destijds zelfmoord om de repressie tegen zijn familie te doen stoppen. Zij wilde zelf heel graag getuigen. Het was het enige wat haar vrij kon maken, zei ze. Maar de druk van de familie was te groot.”

Abdelatif: „Wij denken dat er voor elke man vier of vijf vrouwelijke slachtoffers zijn. Dat heeft te maken met de aard van de repressie onder Ben Ali. Men probeerde huwelijken kapot te maken, families uit elkaar te rukken. Vrouwen werden slachtoffer omdat hun man of zoon problemen had met het regime. Maar zeker op het platteland denken veel mensen dat een vrouw die in de gevangenis heeft gezeten vast iets oneerbaars heeft gedaan. Men zegt wel eens dat de samenleving in zijn geheel de grootste dader is.”

Dat zoveel slachtoffers tot de fundamentalistische stroming behoren, was ook een uitdaging. Het gevaar bestond dat de waarheidscommissie zou meegesleurd worden in de strijd tussen seculieren en fundamentalisten die het land in 2013 op de rand van de burgeroorlog bracht.

Die dreiging werd afgewend, maar Tunesië is nog lang geen succesverhaal. Terreuraanslagen hebben het toerisme gedecimeerd en volgens een recent Amnesty-rapport maakt de Tunesische politie zich opnieuw schuldig aan foltering en doodslag in de strijd tegen het terrorisme. Daarom, zegt Sihem Bensedrine, voorzitster van de IVD en een van de bekendste mensenrechtenactivisten onder Ben Ali, „is het des te belangrijker dat luidop wordt gezegd dat bepaalde zaken niet kunnen. De waarden van de samenleving moeten in ere worden hersteld.”

Sihem Bensedrine, voorzitster van de IVD, spreekt tijdens de hoorzittingen op 16 december 2016, die werden live uitgezonden op televisie. Familieleden van slachtoffers van het Tunesische regime kijken toe. Foto AFP.

Seculieren en fundamentalisten

Voor de publieke hoorzittingen is in de eerste plaats diversiteit nagestreefd, zegt Bensedrine. „De getuigenissen zijn een staal van de dossiers die bij ons zijn beland: seculieren en fundamentalisten, mannen en vrouwen, representatief ook qua geografie en het type van mensenrechtenschending.”

Zo getuigde op 17 december naast El Ajangui ook Najwa Rezgui, een linkse militante studente die in 1994 werd opgepakt tijdens een betoging aan de universiteit. Rezgui, nu 43, beschrijft hoe zij en haar medestudenten acht dagen lang werden geslagen tot ze, uitgeput, hun handtekeningen zetten onder identieke verklaringen die door hun ondervragers waren opgesteld. „Eén politieman dreigde dat hij mij zou verkrachten met zijn gummiknuppel.”

Wat opvalt in de getuigenissen van beide vrouwen is dat de echte hel pas begon na hun vrijlating uit de gevangenis – anderhalf jaar in het geval van Rezgui, een jaar voor El Ajangui.

„Als ik een appartement wilde huren, werd de eigenaar onder druk gezet om niet aan mij te verhuren. Ik heb maanden bij vrienden op de bank geslapen”, vertelt Rezgui.

El Ajangui’s geval was nog extremer. Toen zij trouwde met een medestander die ook in de cel had gezeten, werd ze door haar vader uit de familie gestoten. De kapster die haar mooi moest maken voor de bruiloft werd bedreigd door de politie. Op de bruiloft was geen muziek: de instrumenten waren in beslag genomen. Er waren meer agenten in burger dan gasten. Ze rukten de hoofddoeken af van de vrouwen. De huwelijksnacht in de badplaats Hammamet ging niet door: het bruidspaar werd tegengehouden bij een checkpoint.

De geografische diversiteit is ook belangrijk. De opstand tegen Ben Ali begon op plaatsen als Sidi Bouzid, Kasserine en Gafsa: het arme Tunesische binnenland dat zich vergeten voelde door de elite van Tunis en de kust. Daar vielen ook de meeste doden tijdens de opstand.

Schrijnend was de getuigenis van de ouders van Yagin Guermazi, een baby van zeven maanden. De familie was op 9 januari 2011 op weg naar huis in Kasserine toen ze op een betoging stuitte. Yagin raakte buiten bewustzijn door het traangas. De vader moest het aflopen van de avondklok afwachten en geld lenen om een taxi te nemen naar het ziekenhuis. Daar aangekomen was het te laat voor Yagin.

Uit de getuigenissen uit het binnenland klinkt vaak wanhoop. “We mogen de martelaren niet vergeten die gestorven zijn voor het Tunesië dat wij nu hebben,” zegt de vader van Mohamed Jabali, 25, doodgeschoten in Regueb. “Dat men tenminste een straat naar hen vernoemt.”

In Tunis en Sidi Bouzid zijn er straten genoemd naar Mohammed Bouazizi. Maar Bouazizi’s familie zelf is naar Canada geëmigreerd, moe getergd door de haatboodschappen van mensen die hen verwijten dat zij zich verrijkt hebben met zijn lot.

Voorafgaand aan de hoorzitting op 16 december 2016 houdt Ourida Boukaddous een foto vast van haar zoon Raouf Boukaddous. Hij werd op 9 januari 2011 door de politie vermoord. Foto AFP

Dat financiële aspect komt ook regelmatig terug bij de getuigenissen. „Wij doen dit om onze rechten te doen gelden, niet om het geld”, zegt de vader van Mohamed Jabali verschillende keren.

Meer dan 40 landen zijn Tunesië voorgegaan met het organiseren van een waarheidscommissie. Het bekendste voorbeeld is Zuid-Afrika na de Apartheid. „We hebben overal leentjebuur gespeeld” zegt Bensedrine. „Maar we hebben vooral naar andere landen gekeken om te weten wat we net niet moesten doen. Van de Zuid-Afrikanen hebben we geleerd dat vergiffenis niet in de plaats mag komen van de rechtspraak. Het bewijs is dat er in Zuid-Afrika mensen zijn vermoord nadat zij vergiffenis hadden gevraagd voor de commissie.”

Dat wil zeggen dat vergiffenis vragen niet automatisch leidt tot amnestie, zoals in Zuid-Afrika. Hooguit krijgt de verdachte een positieve aantekening in zijn dossier, zegt Bensedrine.

Zodra een dossier bij het IVD is beland, zijn de gewone en militaire rechtbanken niet langer bevoegd. Veel is nog onduidelijk: de IVD kan zaken heropenen, maar de speciale rechtbanken die zich daarover moeten buigen bestaan nog niet.

„De echte test is of het proces ook zal leiden tot criminele vervolging voor de misdaden die ongestraft zijn gebleven”, stelt Amnesty. „Waarheidscommissies mogen niet in de plaats komen van de rechtspraak.”

Binnen het IVD bestaat ook een commissie van arbitrage en verzoening. Die kan compensatie regelen voor de slachtoffers, maar ook compensatie eisen van de daders. Het bekendste voorbeeld van dat laatste is Slim Chiboub, een zwager van Ben Ali die van corruptie wordt beschuldigd. Chiboub was vier jaar in ballingschap na de revolutie van 2011, en zat enkele maanden in de gevangenis na zijn terugkeer. Sindsdien heeft hij een akkoord bereikt met de IVD waarbij volgens de Tunesische media 11 miljoen dinar (4,47 miljoen euro) terug naar de staatskas zou vloeien.

De publieke hoorzitting van waarheidscommissie IVD op 14 januari

De kans dat Ben Ali zelf ooit voor de commissie verschijnt is klein. Ben Ali, die in ballingschap leeft in Saoedi-Arabië, heeft via zijn advocaat laten weten dat hij de commissie niet erkent.

Dat rijken hun vrijheid kunnen ‘afkopen’ is voor Bensedrine geen probleem. „Het land heeft er weinig aan dat deze mensen in de gevangenis zitten. Als mensen die van het systeem geprofiteerd hebben zonder zelf gewelddadig te zijn geweest op deze manier terugkeren dan is dat goed. Wij zijn niet uit op wraak.”

In de loop van 2017 hoopt Bensedrine tenminste één hoorzitting te organiseren waar de beulen het woord nemen. „We hebben tot dusver het woord willen geven aan de slachtoffers. Maar er zijn ook mensen die bereid zijn vergiffenis te vragen.”

Een van hen is mogelijk de politieman die Sami Brahim laatst een anonieme boodschap stuurde via Messenger. Brahim, die in de jaren negentig werd gearresteerd tijdens een studentenbetoging, getuigde op 17 november voor de commissie over wat hij beschrijft als ‘Abu Ghraib-achtige toestanden’ in de Tunesische gevangenissen.

„De man schreef dat hij al drie nachten niet had geslapen sinds mijn getuigenis”, zegt Brahim aan de telefoon.

“Hij heeft niet gezegd of hij bij mijn foltering was, maar ik denk dat hij bij gelijkaardige situaties aanwezig is geweest. Hij vroeg mij om vergiffenis uit naam van alle Tunesische politiemannen.”