Het zetje komt van Trump, lage rente en hoge schulden doen de rest

Beurs

De Dow Jones-index is voor het eerst door de grens van 20.000 punten geschoten. Beleggers zijn opgetogen dat de nieuwe Amerikaanse president Trump doet wat hij heeft beloofd: de economie aanjagen.

Reuters / Brendan McDermid

Op 18.332 punten sloot het Dow Jones-gemiddelde op 8 november, de dag van de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Een winst voor de Republikeinse kandidaat Donald Trump werd gevreesd: de volgende ochtend zouden de financiële markten forse klappen oplopen.

Het omgekeerde gebeurde. Snel calculeerden beleggers dat de verlaging van de vennootschapsbelasting plotseling meer was dan een gebralde verkiezingsbelofte. Dat de economie zou kunnen profiteren van Trumps plannen voor de Amerikaanse infrastructuur – ook al was de haalbaarheid daarvan tot op de dag van vandaag hoogst troebel. En de oude rotten herinnerden zich misschien de Reagan-jaren. Die waren het startschot, begin jaren tachtig, voor een enorme en langdurige beurshausse.

Ten tijde van Reagans inhuldiging, in januari 1981, stond de Dow op 950. Negentien jaar later in januari was de graadmeter gestegen tot 11.722. Dat was een gemiddelde jaarlijkse koerswinst van 14,1 procent. En daar zat het uitgekeerde dividend nog niet eens bij. Er was, gelijk de titel van Tom Wolfes roman uit 1987, een Bonfire of the Vanities, dat pas doofde tijdens de dotcom-krach van 2000.

Tot die tijd was het geloof in het doorstijgen van de aandelenkoersen eindeloos. In 1996 brak de Dow door de 5.000-grens. De slagzin „10.000 by 2000” bleek geen loze kreet: drie jaar later was het al zo ver. Banken en verzekeraars verkochten hun klanten beleggingsproducten, beleggingspolissen en beleggingshypotheken die erop waren gebaseerd dat de stijging eeuwig zou voortduren. In het verleden behaalde resultaten werden een garantie voor de toekomst. In het najaar van 2000 verscheen Dow 36,000, een door zijn overmoed toch nog legendarisch boek van James Glassman en Kevin Hassett. Maar toen was de hausse al over. Het zou een kleine achttien jaar duren voordat de Dow van 10.000 naar 20.000 ging. En anders dan de 14,1 procent in de jaren tachtig en negentig was de jaarlijkse koersstijging over die afgelopen achttien jaar maar 3,9 procent.

AP Photo / Richard Drew

Zelfs dat is een klein wonder: er gingen een dotcom-krach van 2000 en 2001 en de grootste financiële crisis uit de geschiedenis van 2008 overheen. Die laatste crisis is overigens voor de aandelenkoersen zelf niet de grootste. De logaritmische grafiek hieronder van de Dow Jones geeft een eerlijker beeld dan de lineaire. Hij laat zien dat de krach van 1929 en de jaren daarna, nog steeds met afstand de grootste historische beursschok teweeg hebben gebracht.

Was 8 november 2016 het startschot van een nieuwe Reaganeske beursrevolutie? Tweeënhalve maand na Trumps verkiezing staat de Dow nu al 9 procent hoger. De waardering van aandelen is opgeblazen. Er zijn twee kanttekeningen: de eerste is dat onder de koersen nog steeds een monetair beleid van de centrale bank ligt, met uitzonderlijk lage rentes. Een aandeel is op te vatten als het recht op een toekomstige stroom van bedrijfswinsten, die in de koers van vandaag contant worden gemaakt. Die toekomstige stroom wordt verdisconteerd met een rentevoet. En hoe lager die rentevoet, hoe hoger de toekomstige winststroom optelt. En hoe hoger dus de koers.

Maar Wall Street zal het in de toekomst niet meer moeten hebben van lage rentes. Het gaat uiteindelijk om de winst per aandeel en hoe snel die stijgt. Maar hoe echt is de huidige stijging van de winst per aandeel? Dat ligt eraan: is er meer winst gemaakt, of wordt die winst verdeeld over minder aandelen? Dat laatste is deels het geval. Bedrijven lenen geld, en kopen daarvan eigen aandelen in. Zo gaat de winst per aandeel wel omhoog, maar dat is geen teken van een betere winstgevendheid van het bedrijf zelf.

Een vijfde van alle grote beursgenoteerde bedrijven in de VS kocht het afgelopen jaar zelfs voor meer geld aan aandelen in dan zij winst maakten. Het zijn de daarvoor gemaakte schulden die werken als een hefboom. En die hefboom is alwéér een stuk langer geworden. Schuld als wondermiddel: er is sinds de Reagan-jaren veel veranderd. Maar dat niet.