Opinie

Pas op, Amsterdammer, ook in Limburg mogen de mensen stemmen

Dat Donald Trump het tot president heeft geschopt, wordt mede toegeschreven aan het feit dat het centrum het achterland veronachtzaamde. Datzelfde proces voltrekt zich nu in Nederland.

Leven Amsterdammers in een cocon? Sociaal geograaf Josse de Voogd beweerde onlangs in Het Parool dat er een mentale tweedeling is tussen Amsterdammers en de rest van Nederland. Hij riep daarom de hoofdstedelingen op eens wat vaker buiten hun stedelijke bubbel te treden en zich te interesseren voor wat er elders leeft.

De Voogd scheert met deze uitspraak weliswaar alle Amsterdammers over één kam, maar het gevoel dat veel hoofdstedelingen menen dat hun stad toonaangevend is voor heel Nederland, is herkenbaar. Ze hebben vaak een warme belangstelling voor het echte ver weg; voor Afrika, Amerika of het Midden-Oosten, dat is exotischer of kosmopolitischer, in elk geval interessanter dan het onbekende dichtbij.

Wij kregen die indruk toen we na onze boeken over Rwanda en Oeganda, Egypte en Syrië tegelijkertijd begonnen aan een boek over onze geboortestreek in Limburg. Marcia beschrijft in Het geluk van Limburg hoe de geschiedenis van de mijnen in Zuid-Limburg relevant is om te begrijpen hoe het een wingewest vergaat wanneer het postindustrieel gebied wordt; precies hetzelfde gebeurde in de rustbelt in de Verenigde Staten. Identiteitspolitiek en een stem op een nationalistische populist zijn het gevolg. Petra laat in haar boek zien hoe de Donderberg, de wijk waar ze opgroeide aan de andere kant van de spoorlijn in Roermond, een microkosmos is voor vragen over tweedeling, kansengelijkheid en migratie.

Verbaasd en verbijsterd

Alleen reageerden onze vrienden in de Randstad verbaasd en verbijsterd. Wat?! Een boek over Limburg? Hoezo?! Waarom?! We kregen meteen alle denkbare clichés over Limburg over ons heen: jullie schrijven dus over vriendjespolitiek, paapse kinderlokkers, vlaaien en fanfares? En dat terwijl personenpolitiek, relatiebeheer, het koesteren van regionale tradities en eigenheid juist een positieve kant hebben en bovendien steeds belangrijker worden, ook op het nationale toneel.

De analyses over de Brexit, de verkiezing van Trump met steun van ‘het vergeten achterland’ en de opkomst van populisten in Europa laten zien dat het centrum niet langer de maat der dingen is. En dat zal best lastig zijn voor de Randstedelingen die in ons land het maatschappelijke en politieke debat bepalen. Dit leidt te veel tot tunnelvisies bij politici, journalisten en het publiek. Hierdoor missen ze inzichten en inspiratie die de rand van het land biedt als het gaat om sociaal-economische thema’s, politieke dilemma’s en regionale diversiteit. Want juist in de periferie liggen belangrijke verhalen: over onbehagen over de elite in het centrum, over gevoelens van onmacht als gevolg van globalisering, over het verlies en hervinden van eigen identiteit. Maar ook verhalen over de dynamiek van de wederopstanding van een postindustrieel gebied, over de kracht van een ultieme samenwerking tussen universiteit en bedrijfsleven, over wellevendheid en een grensverleggende blik op de rest van Europa.

Hoogste tijd dus om in die spiegel van Limburg te kijken. Om provincies buiten de Randstad niet langer te zien als ons eigen fly-over country en ‘het vergeten achterland’. Zeker in de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen is het voor Amsterdammers en andere Hollanders van belang te weten wat er buiten hun directe blikveld gebeurt. Dat Donald Trump het tot president van de Verenigde Staten heeft geschopt, wordt geweten aan het centrum dat de periferie veronachtzaamde. Nogmaals Josse de Voogd: hij waarschuwt dat randgemeenten en kleinere steden zich genegeerd voelen, en dat juist daar verkiezingen worden gewonnen. Wanneer de Randstad en de provincie elkaar beter leren kennen, is dat niet alleen goed voor de verafgelegen delen, het centrum houdt in turbulente tijden alleen stand als het zich vasthoudt aan de rand van het land.