Column

Even bellen met Stef…

Lisa Vos belt met volkszanger Stef Ekkel (36), bekend van ‘liever te dik in de kist, die volkszangers les gaat geven aan een MBO

U gaat aspirant-volkszangers alles het vak leren op de School van het Nederlandse lied, aan het ROC in Arnhem. Is het niet gek om naar school te gaan om de koning van de Nederlandse smartlap te worden?

„Tegenwoordig kan je overal een opleiding voor volgen. Een school voor het Nederlandse lied was er nog niet. Daar is nu leven ingeblazen.”

Maar moet volkszang niet in hart en ziel zitten?

„Het is niet iets wat je zomaar even gaat leren. Middels een toelatingsauditie, het zingen van een feestliedje en een ballad, wordt daarom meteen het kaf van het koren onderscheiden. Alleen de mensen die écht talent hebben worden min of meer een beetje klaargestoomd om straks verder te gaan met wat ze heel erg leuk vinden.”

Min of meer een beetje?

„Als je de opleiding afrondt, ben je niet automatisch een volksartiest. Je moet zelf de wijde wereld in, maar dan heb je hopelijk genoeg kennis.”

Wat ga jij de studenten leren?

„Dit is geen school voor carnavalskrakers, er komt veel meer bij kijken. Mensen denken dat ik een half uurtje zing en ze dan weer heb verdiend, maar het is keihard werken. Rechtenbureaus, boekhouding, contracten, het bijhouden van je website, social media, het hoort er allemaal bij.”

Aan welke eigenschappen voldoet een goede volkszanger?

„Je moet je eigen ik zijn. Mensen moeten jou omarmen als artiest en niet omdat je een tweede André Hazes of Guus Meeuwis wilt zijn. Bovenal moet je er plezier in hebben. Wanneer je dat niet hebt, hou je het niet vol.”

Is er wel markt voor de nieuwe lichting volkszangers?

„Absoluut! Jammer dat Nederlandstalige muziek nog altijd in een hoekje gedrukt wordt. Het doet het namelijk goed bij een heel groot publiek.”