Opinie

    • Ellen Deckwitz

Ludduvuddu

Mijn zus heeft het afgelopen jaar behoorlijk veel aandacht gekost. Dat mag ook wel als je zo fantastisch bent als zij, maar op een zeker moment liep ik toch wel op mijn tandvlees. Haar geliefde verliet haar van de zomer waardoor ze zo van slag raakte dat ik weken kwijt was om haar op de rails te houden. Dat dit de eerste keer was dat iemand háár had dumpt, hielp al helemaal niet.

Waar de gemiddelde Nederlander tussen zijn dertiende en twintigste echt wel met liefdesverdriet te maken krijgt, dartelde mijn zus tot haar 35ste levensjaar vrolijk van relatie naar relatie. Ze zei wel eens, als ik van ludduvuddu met mijn hoofd in haar aquarium hing, dat ze niet begreep waar ik moeilijk over deed. Ik was toch weer vrij? Dan belde ik haar maar een paar dagen niet.

Toen ze vorig jaar zelf voor het eerst werd afgedankt, was ze verbrijzeld. Logisch als je ziel op dat vlak de eeltlaag van een veertienjarige heeft. Ik heb op een zeker moment zelfs een tienertijdschrift voor haar gekocht waarin eerste hulp bij liefdesverdriet werd gegeven. Het lijstje met top 10-tips (#7 ‘Spreek af met je BFF’s!’ #9 ‘Skip een rebound!’) hing maanden op haar koelkast.

Maar alles slijt. Deze maand is ze eindelijk weer aan het daten geslagen. Toen we afgelopen weekend bij onze ouders waren, informeerden die voorzichtig naar haar liefdesleven.

„Het gaat op zich wel goed”, zei ze, waarmee mijn zus bedoelt dat ze momenteel met vijf mensen tegelijkertijd scharrelt die het zo ongeveer van elkaar weten (en anders doen ze dat na dit stukje wel).

„Mannen of vrouwen?” vroeg mijn vader.

„Vrouwen”, antwoordde mijn zus.

„Zo mag ik het horen”, zei mijn vader tevreden.

Die avond lagen mijn zus en ik in onze oude slaapkamer op bed te luisteren naar de regen op het zolderdak. Haar telefoon trilde onophoudelijk, de ene na de andere lieve, hitsige of grappige sms denderde het apparaatje in.

„Stuur je niets terug?” vroeg ik op een zeker moment.

„Nee joh, ik zie de meesten gewoon komende week. Gaan we lekker tongen,” (als mijn zus dit soort mededelingen doet wil ik het liefst een aantal theemutsen zowel in haar mond als in mijn oren proppen) „waarom zou ik ze dan nu al een berichtje sturen? Een zoen staat gelijk aan duizend sms’jes.”

„Volgens mij ben je weer een beetje de oude”, zei ik.

„Ik weet dankzij liefdesverdriet eindelijk wat het is om jong te zijn”, zei ze, en knipte het licht uit.

    • Ellen Deckwitz