Het gaat (iets) beter met de bibliotheek

Meer jongeren zijn lid van de bibliotheek. In 2015 werden voor het eerst meer jeugdboeken dan boeken voor volwassenen uitgeleend.

Foto ANP

Veel nam er de afgelopen vijftien jaar af (aantal vestigingen, omvang van de collectie, aantal uitleningen) maar een toename was er ook: steeds meer jongeren worden lid van de openbare bibliotheek. Telden de bibliotheken in 1999 ruim twee miljoen jeugdleden (tot 18 jaar), in 2015 ging het om 2,3 miljoen. In diezelfde tijd nam het totale aantal bibliotheekleden af, van 4,3 naar 3,8 miljoen.

Dat staat in de Monitor Bibliotheekwet 2015, die minister Jet Bussemaker (OCW) deze woensdag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Aanleiding voor de monitor is een nieuwe wet voor bibliotheken, die sinds 1 januari 2015 van kracht is. In die wet hebben bibliotheken wegens veranderend leesgedrag, tijdsbesteding en mediagebruik van hun publiek nieuwe taken gekregen, waaronder leesbevordering onder jongeren.

Dat lijkt te werken. In een begeleidende brief schrijft de minister dat „hoewel er geen conclusies kunnen worden getrokken uit de resultaten over één jaar, het beeld over 2015 er op zou kunnen wijzen dat na jaren van terugloop nu consolidatie aan het ontstaan is.” Het aantal leden is voor het eerst stabiel (3,8 miljoen in zowel 2014 als 2015), evenals het aantal boekuitleningen: 73 miljoen in 2014, 74 miljoen in 2015. Het is een stabilisatie na een dramatische daling. In 1999 werden er nog 158 miljoen boeken uitgeleend.

Meer jeugdboeken

Wel zijn daarbinnen dus de verhoudingen veranderd: de jeugdleden maken nu bijna tweederde (61 procent) uit van het totale ledenbestand van de openbare bibliotheek. In 2015 werden daardoor voor het eerst meer jeugdboeken dan boeken voor volwassenen uitgeleend: leden tot 18 jaar leenden 38 miljoen keer een boek, volwassenen 36 miljoen keer. Ook werden 4 miljoen e-books uitgeleend.

Voor zowel jeugdboeken als boeken voor volwassenen geldt dat er verhoudingsgewijs steeds meer fictie en verhalen (82 procent in 2015) en minder non-fictie wordt uitgeleend. De totale collectie bedroeg in 2015 zo’n 25 miljoen items (43 miljoen in 1999).

Dat er meer jeugdleden komen, heeft mogelijk te maken met speciale programma’s op het gebied van leesbevordering, zoals BoekStart, waarbij ouders drie maanden na de geboorte van hun kind via het consultatiebureau een uitnodiging krijgen om bij de openbare bibliotheek een koffertje met voorleesmateriaal op te halen. In 2015 bereikte BoekStart, aldus de monitor, „ongeveer eenderde van alle baby’s”. Op de basisschool en in het voortgezet onderwijs is het programma Bibliotheek op School gekomen.

Daling aantal vestigingen

Intussen neemt het aantal vestigingen gestaag af, van 1.999 (hoofd)vestigingen in 2011 naar 770 in 2015. Tegelijk kwamen er meer kleinere locaties, zoals servicepunten en afhaalpunten. De gemiddelde afstand tot een bibliotheek of servicepunt bedraagt nu 1,9 kilometer (in Friesland en Zeeland gaat het om bijna 3 kilometer).

Volgens de monitor bezoekt zo’n 40 procent van de Nederlandse bevolking van zes jaar en ouder de bibliotheek „gemiddeld circa vier keer per jaar, niet alleen leden”. Zij komen dan bijvoorbeeld voor een lezing of een debat of volgen er een cursus.